IJSDEELTJE

In het bericht over een nieuw ijsdeeltje (W&O, 20 november) wordt beweerd dat ijskristallen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van sneeuw en hagel en soms ook regen. Het laatste geldt niet voor de gematigde streken, waar vrijwel alle regen ontstaat via de bevroren fase en slechts bij uitzondering via de vloeibare fase. De atmosfeer is bij ons voor het grootste deel niet warm genoeg om de aangroei van druppeltjes te veroorzaken via het samensmelten door onderlinge botsingen bij val en turbulentie (het cascade-effect). Daar is een lange valtijd voor noodzakelijk, wat in de tropen wel tot de mogelijkheden behoort.

De temperatuur waarop een druppeltje bevriest is afhankelijk van de soort vrieskern die wordt ingevangen. Het bevriezen in de atmosfeer vindt plaats over een temperatuurtraject. Dat schokken onderkoelde druppeltjes tot bevriezing kunnen brengen, is reeds lang bekend. Het is experimenteel bewezen door het aanbrengen van een schietkoord in de onderkoelde druppeltjespluim van geisers in het Yellowstone Park en ongewild in de natuur bij het doorbreken van een uit onderkoelde druppeltjes bestaande schapenwolkenlaag (Altocumulus) door opstijgende vliegtuigen. Ook zijn er aanwijzingen dat de donder onderkoelde druppeltjes tot bevriezing kan brengen. Deze wetenschap wordt in de praktijk gebracht bij de hagelbestrijding.