Hollands Dagboek

Martinus Veltman (68) ontving deze week, samen met G. 't Hooft, de Nobelprijs voor natuurkunde 1999. Zij kregen hun prijs voor het wiskundig funderen van de theorie van de elementaire deeltjes, de kleinste bouwstenen van de materie – werk dat zij begin jaren zeventig verichtten. Veltman is getrouwd met Anneke, samen hebben ze drie kinderen, Hélène (1961), Hugo (1966) en Martijn (1971).

Woensdag, 8 december

Dit is alweer de derde dag in Stockholm, en zo langzamerhand zijn al onze kinderen met aanhang, familieleden en goede vrienden gearriveerd. De verste (Derek Robinson) komt uit Australië en ook mijn goede vriend Mel Schwartz (eerder Nobelprijswinnaar voor de ontdekking van het tweede neutrino) is inmiddels met vrouw gearriveerd uit Idaho. Ontzettend fijn iedereen weer te zien, en mijn vrouw loopt helemaal gelukkig rond nu ze haar kroost voor het eerst sinds acht jaar weer eens allemaal bij elkaar heeft.

Wijzelf werden onmiddellijk tot VIP gebombardeerd op het vliegveld, en ik heb nu een privé-secretaresse (Lena Hakansson, personal attendant, een felbegeerd baantje voor personeel van de diplomatieke dienst) en een privé-limousine met chauffeuse.

We moesten vandaag vroeg op want ik moest om 9 uur mijn Nobel-lezing presenteren voor het grote publiek. Er waren rond de duizend toehoorders, en bovendien werd het geheel live via het web uitgezonden. Om deze reden had ik mijn verhaal zo eenvoudig mogelijk gehouden, zodat ook de gewone burger een idee kon krijgen waar het om ging. Of ik daarin geslaagd ben, is vers twee, maar de initiële reacties waren niet ongunstig.

Daarna een interview met de Zweedse televisie. Ze deden het goed. Voor de Nederlandse tv krijg je de geijkte vragen: hoe voelt het, wat gaat u met het geld doen, hoe is de verhouding met 't Hooft? Je wordt er wat misselijk van. De Zweden hadden er een paar studenten bijgehaald en die mochten vragen stellen. Wat bracht u ertoe in de fysica te gaan? En moeten we bang zijn voor al die knappe koppen als we in dat vak gaan? Ik heb ze gerustgesteld. Die knappe koppen begrijpen er ook niets van, zei ik, anders was er geen onderzoek nodig.

Daarna nog een interview voor de Zweedse tv, voor een programma van kinderen van tien tot veertien jaar (zoiets als het Nederlandse Klokhuis, whatever that may be).

Vervolgens terug naar het hotel voor een voorbespreking met iemand van de BBC. Ik kreeg al gauw het gevoel dat het weer eens zou misgaan, want de Engelsman luisterde niet. Hij had z'n ideeën en dat was het. Ik legde hem uit dat het feit dat we de Nobelprijs hadden gewonnen niet betekent dat we overal alles van weten. Maar nee hoor, wij hadden super brains, zei hij. Volkomen idioot. Meer daarover op zaterdag.

's Avonds gingen we naar een diner in het physik centrum (Siegbahn Villa). Halverwege kwam er een koortje binnen dat ging zingen, en zowaar ook een Nederlands kerstliedje. Heel aandoenlijk. Zweden van alle rangen en standen vinden het een eer iets te mogen doen voor de prijswinnaars. Koortjes, bedienend personeel, St.Lucia-zangers, zangeressen worden door middel van een nationale competitie geselecteerd, en selectie wordt beschouwd als een grote eer.

Donderdag

Familiedag. Ik voelde me niet al te lekker en bleef in het hotel, de rest inclusief mijn onvermoeibare vrouw ging opgewekt naar het Zweedse Nationaal Museum, gevolgd door een bustour door Stockholm. Om 12 uur kwamen we weer bijeen voor vertrek naar een lunch gegeven door de Nederlandse ambassadeur, de heer Bast (met een perfect Nederlands sprekende Schotse vrouw). De hele familie was erbij, en er werd een boodschap van de minister voorgelezen. Qua fysica was het niet honderd procent juist, maar de wil was goed. Er werd weer volop gekiekt, hetgeen zo langzamerhand mijn opperste verbazing begint te wekken. Wat doen al die mensen met al die kiekjes van mij? Vermoedelijk hetzelfde als met kiekjes die ik maak: ze belanden in een la, waarna er niemand meer naar kijkt. Het is meer een ritueel.

Daarna naar weer een andere receptie, bij de Nobel Foundation. Heel wat glazen champagne gedronken. Er werd ook een groepsfoto gemaakt van de laureates, zoals wij hier heten. Vanuit deze receptie zijn we naar een restaurant in de oude stad gelopen, waar Anneke en ik een diner aanboden aan al onze gasten plus vrienden (in totaal 25). Het was een wonderlijk fijne avond, onze kinderen hielden ontroerende speeches en iedereen vermaakte zich opperbest.

Vrijdag

Alfred Nobels sterfdag (10 december 1896). Vandaag worden de prijzen uitgereikt. Het begon met een generale repetitie teneinde precies te leren hoe te handelen tegenover de Zweedse koning. Rond 2 uur gingen we in de kleren (rok, de dames in het lang), en werden er groepsfoto's gemaakt. Natuurlijk was er iemand zoek, de heer Cao (hij heeft in China om politieke redenen vijftien jaar gevangen gezeten, en is soms opeens weg), maar toen we hem hadden gevonden, hebben we achteraf nog foto's gemaakt met hem op het balkon. Schitterend.

Om 4 uur gingen mijn vrouw en ik naar de concerthal, in limousines, voorafgegaan door een politieauto met zwaailicht. Alles moest voor ons stoppen. Ik zei tegen m'n vrouw: de eerstvolgende keer dat ik met zwaailicht vervoerd word zal wel met een ambulance zijn, maar dat was fout want ook op de terugweg was er zo'n escorte. Nadat de koning was binnengekomen, betraden wij het podium. Het orkest zat hoger, tegen de achterwand, en speelde prachtige muziek, voor en tussen de prijsuitreikingen. Alles ging goed, behalve dat Mundell (economie) een buiging te veel maakte.

De koning mompelde iets bij het overhandigen van de prijs, ik verstond er niets van en mompelde maar iets terug. Bij een latere gelegenheid zei ik hem dat ik er niets van verstaan had, maar hij antwoordde dat dat ook niet de bedoeling was. Twee mompelende mensen. 't Hooft wilde iets speciaals doen en hij had een Zweedse zin van buiten geleerd (dank u majesteit), maar volgens 't Hooft bracht dit de koning uit zijn evenwicht.

Het was aardig te zien hoe de koning de zaak beëindigde: al wat hij deed was strak naar het orkest kijken, waarop zij de gepaste vertrekmuziek gingen spelen. Vervolgens kwam iedereen het podium op, en 't Hooft, die z'n zenuwen niet meer meester was, probeerde mijn hand fijn te knijpen. Alles bijeen een zeer waardige vertoning.

Na de ceremonie gingen we naar de Blue Hall bij het gemeentehuis waar een banket werd geserveerd aan 1.300 gasten. Tout Stockholm was daar. Eerst nog een interview voor de Zweedse tv, door een zeer slimme dame. Ze wond mij om haar vingers. In de bankethal was er een lange eretafel, met loodrecht daarop nog veel meer lange tafels.

Aan de eretafel (negentig personen) zaten de koning en de koningin, hoffunctionarissen, prijswinnaars en verdere belangrijke mensen. Ik zat naast de koningin, een wondermooie dame met wie zeer wel te praten viel. Maar vanaf dit moment begon het mis te gaan: ik werd ziek. Eerst alleen nog maar wat hoestbuien, gênant genoeg, maar daarna begon ik mij werkelijk zeer beroerd te voelen. De koningin schoof mij nog een pepermuntje toe op een gouden lepeltje, maar het mocht niet baten.

Volgens traditie moesten de laureates korte (twee minuten) toespraakjes houden, een per discipline. Kortom, ik moest het doen, 't Hooft kon blijven zitten. Ik heb het er redelijk vanaf gebracht. Het was een kort verhaaltje met vikingen in de hoofdrol. Het was geïnspireerd door een oude opmerking van Mel Schwartz: de Zweden maken een groot feest op kosten van Alfred Nobel, en de aanwezigheid van de prijswinnaars is een toevallige bijkomstigheid.

De Zweden vonden het schitterend, want ze zijn er nog steeds zeer trots op vikingen te zijn. De koning lachte, wees op mij en zei: ,,Viking hè. Haha.'' Hijzelf is geen viking, maar van Franse afstamming.

Tijdens de maaltijd waren er presentaties door Zweedse artiesten. Na de maaltijd kon men dansen. Ik heb een keer of drie gedanst met Zweedse vrouwelijke reporters, waarvan dan direct een foto werd gemaakt. Het hoort er allemaal bij. Zo gauw ik kon, ben ik teruggegaan naar het hotel, me werkelijk zeer beroerd voelend. Achteraf bleek het een of ander virus te zijn dat de ronde maakte onder de hotelgasten: Mel Schwartz, 't Hooft en talloze anderen werden geveld. Zelden zo'n beroerde nacht gehad.

Zaterdag

Mijn vrouw allereerst op pad gestuurd voor pillen en een hoestdrankje. Verder om 12 uur een discussie georganiseerd door BBC World. Ik zag er niet veel in en ik voelde me ook niet zo goed; bijgevolg heb ik me geëxcuseerd en ben er vandoor gegaan. Terecht naar later bleek. Toen de andere laureates terugkwamen, zeiden ze vrijwel unaniem dat het waardeloos was. Alleen Walter Kohn (fysicus edoch winnaar chemie van het vorig jaar die nu pas z'n prijs kwam ophalen) had veel gesproken, meest over de wenselijkheid kernbommen niet te laten ontploffen. Merk op dat geen van de laureates in de verste verte iets met deze zaken van doen heeft. Voor de zekerheid heb ik ook Walters mening gevraagd: hij dacht dat het een interessante, intellectueel sprankelende discussie geweest was, waarbij wel degelijk enkele nieuwe gezichtspunten naar voren waren gekomen. Zodoende.

De verdere activiteit van de dag was een diner op het kasteel, als gast van de koning. Ik zei tegen m'n vrouw dat ik thuis wilde blijven, maar daar kwam niets van in. Vrouwen zijn soms hard. Ze zijn ook het sterke geslacht, als je het mij vraagt. Hoe dan ook, ik heb me naar het kasteel gesleept, waar het een werkelijk sprookjesachtige avond werd. We werden bediend door oude mannetjes in livrei, en ik zat naast een oude prinses (prinses Lilian) van wie het gerucht ging dat ze wel eens gewaagde grapjes vertelde. Ik heb er geen gehoord. Ik was te jong, zei ze.

Mijn vrouw zat naast de Amerikaanse ambassadeur, die over zijn cattle ranch in Texas vertelde. Een van z'n getrouwen heette Pistol, en hij had hem onlangs gevraagd of hij misschien salarisverhoging wilde. No boss, zei Pistol, all I want is one gallon of whiskey per month and all the gas needed for my pick-up truck. De baas antwoordde: Pistol, you got it.

Wat later, na het diner, ben ik erin geslaagd een doos Kleenex en een prullenbak te organiseren, heel discreet, achter een scherm. Zo heb ik me er toch nog doorheen geslagen.

Zondag

Vandaag was een relatief rustige dag. De meeste gasten van mijn groep waren alweer op weg naar huis en vandaag ging, met uitzondering van de president van de universiteit van Michigan, de rest terug. Eerst was er nog een lunch van de studentenvereniging (waarvan alle studenten verplicht lid zijn), daarna ging ik naar de Nobel Foundation om diverse zaken af te handelen. Ik kreeg daar weer het officiële diploma dat tot dat moment was tentoongesteld, benevens de Nobel-medaille, een 175 gram gouden geval. Zeer fraai.

Maandag

We werden gewekt door het St. Lucia-koortje van ongeveer negen personen. Een ontroerend afscheid van het Zweedse gebeuren. Om 9 uur vertrokken we naar Uppsala, met z'n universiteit van 1477. Daar hebben 't Hooft en ik weer een verhaal afgestoken. Ook Blobel (Medicijnen) en Mundell (economie) waren er. Na een lichte lunch om 2 uur naar de luchthaven van Stockholm, waar we voor de laatste keer als VIP behandeld werden. En toen op weg naar Genève, naar CERN.

Dinsdag

Vandaag de traditionele CERN-dag: een lunch met het Scientific Policy Committee (waarvan ikzelf lid geweest ben), en een voordracht om half vijf. Dit is mijn publiek, en ik ken ze (en omgekeerd). Ik heb ze laten lachen en een traan doen wegslikken. Na afloop waren ze zeer enthousiast. 's Avonds nog een diner met onder meer Jenny van Hove, de weduwe van mijn reeds overleden promotor. Het was een rustig diner, ook doordat ik me nog steeds niet goed voelde.

Woensdag 15 december

Vandaag terug naar Nederland. Om 4 uur 's middags waren we thuis en er was niet ingebroken. Dat was dan het einde van tien sprookjesachtige dagen!

De koningin schoof mij

een pepermuntje toe

op een gouden lepeltje

Ik moest een speech houden, 't Hooft kon blijven zitten