Het gevecht om Irak begint opnieuw

De Irak-crisis is na de resolutie van de Veiligheidsraad van gisteren niet voorbij. De wapeninspecteurs van de VN kunnen voorlopig nog niet aan het werk.

Een ,,doorbraak'' maar ook het ,,begin van een nieuw gevecht'', zo noemde een VN-diplomaat gisteravond vanuit New York het besluit van de Veiligheidsraad om VN-wapeninspecteurs terug te sturen naar Irak en opschorting van de economische sancties aan te bieden als het land daaraan meewerkt.

De moeizaam aangenomen VN-resolutie laat veel vragen open. De Grote Vijf in de Veiligheidsraad blijven het oneens en Irak wil vooralsnog niet meewerken. De voortslepende crisis lijkt nog allerminst voorbij.

Op zichzelf is het een stap vooruit dat de raad na een diplomatieke impasse van een jaar een resolutie over een nieuw Irak-beleid heeft aangenomen. In december 1998 bombardeerden de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Irak vier dagen lang, waarna de Iraakse leider Saddam Hussein het wapeninspectieteam UNSCOM op zoek naar massavernietigingswapens, voorgoed de deur wees.

Sindsdien heeft er geen enkele inspectie meer plaatsgehad en waren de Grote Vijf diep verdeeld over de oplossing: Rusland, Frankrijk en China sympathiseerden met Irak, tegenover hen stonden de Britten en de Amerikanen.

De elf stemmen vóór en de vier onthoudingen van Rusland, Frankrijk, China en Maleisië gaven gisteren aan hoe fragiel het nieuwe beleid is. De onthoudingen zijn een nederlaag voor de Amerikanen en de Britten. Zij wilden immers Irak laten zien dat de Veiligheidsraad eensgezind is en alleen met volledige uitvoering van zijn eisen genoegen neemt. De Britse VN-ambassadeur Greenstock, architect van de resolutie, zei gisteravond: ,,We betreuren het dat sommigen meer geneigd waren naar de stem van het Iraaks leiderschap te luisteren dan naar de noden van het Iraakse volk.'' Een andere VN-diplomaat sprak van ,,het best haalbare onder de omstandigheden''.

De resolutie bevat belangrijke onzekerheden: een nieuw team, de VN Monitoring Verificatie en Inspectie Commissie (UNMOVIC), moet het oude UNSCOM vervangen, maar hoe ver haar armslag reikt is onduidelijk. Wie het hoofd van het team wordt en wat de exacte bewegingsruimte is bij het zoeken naar biologische en chemische wapens, is nog aan de Veiligheidsraad om te bepalen.

UNMOVIC mag net als UNSCOM `verrassingsinspecties' uitvoeren, maar moet daarbij mogelijk eerst toestemming hebben van een soort raad van commissarissen, met alle kans op uitlekken. Deze kwestie staat nog open en belooft veel getouwtrek. ,,Er zitten een hoop valkuilen in deze resolutie. Dit is de prijs om een Russisch veto te omzeilen'', zei een VN-diplomaat gisteravond vanuit New York.

VN-diplomaten wijzen er op dat ook Rusland en Frankrijk belang hebben bij uitvoering van de resolutie: zonder Iraks medewerking aan de wapeninspecties komt er geen opschorting van de sancties; en Rusland en Frankrijk willen juist van die sancties af, onder meer vanwege hun eigen economische belangen. Volgens de resolutie moet Irak eerst 120 dagen meewerken met de wapeninspecties, maar daarin zijn dan nog niet alle wapenprogramma's gecontroleerd. Daarna al kan de raad de sancties voor 120 dagen opschorten. Dit is een verzachting vergeleken met het verleden: toen moest Irak eerst volledig ontwapend zijn voordat sprake kon zijn van opheffing van sancties. Voorts verdwijnt het VN-plafond van 5,26 miljard dollar per halfjaar om olie-verkopen van Bagdad toe te staan voor de aanschaf van humanitaire goederen.

Ondanks deze versoepelingen heeft Irak tot nu toe gezegd dat het absoluut niet van plan is de resolutie uit te voeren. Vice-premier Tareq Aziz zei onlangs al in Moskou: ,,Het verklaarde doel [van het Westen] is de blokkade op te schorten in ruil voor de hervatting van de controles. Maar als we regel voor regel lezen constateren we dat wat duidelijk, zeker en gegarandeerd is, de terugkeer is van de controles en inspecties en de oplegging van nieuwe voorwaarden die in de voorgaande resoluties niet bestonden. Wat ook vaststaat is verdere inmenging in Iraks binnenlandse aangelegenheden en meer schade aan Iraks soevereiniteit. Het woord opschorting [van de sancties van de VN] is een illusie en een leugen. Er is niets positiefs en er zijn geen garanties voor Irak [in de resolutie]''

Wapeninspecties zijn alleen denkbaar als de sancties onvoorwaardelijk worden opgeheven, zo stelt Bagdad keer op keer. Irak wil af van de controle op zijn im- en exporten, die het nu moet dulden in het kader van de olie-voor-voedsel-overeenkomst met de VN. Want in het kader van die overeenkomst mag het weer ongeveer evenveel olie exporteren als het vóór de Golfcrisis van 1990 deed, maar worden zowel zijn olie-export als zijn voedsel- en andere contracten onder de loep gehouden.

Het Iraakse regime ziet aankomen dat het in gebreke zal blijven bij de in de resolutie geëiste medewerking aan controle van zijn wapenprogramma's. Bovendien constateert Bagdad om zich heen groeiende steun voor opheffing van de sancties zonder hervatting van de wapeninspecties. Gezaghebbende hulporganisaties als UNICEF verklaren dat het lijden van Iraakse burgers en vooral kinderen onder de sancties groot is - met in kleine lettertjes de toevoeging dat het Iraakse bewind daaraan zeker medeschuldig is. Voor Irak lijkt het dus een kwestie van wachten.

Een VN-diplomaat concludeerde gisteravond dan ook: ,,Niemand weet of de Russen Irak nog op andere gedachten kunnen en willen brengen. Hoe dan ook gaat dit nog maanden duren. We krijgen nog een gevecht in de Veiligheidsraad en met Irak.''