Het alter ego van de Nieuwe Economie

De inflatie kan over anderhalf jaar de drie procent gaan overstijgen, zo raamde de Nederlandsche Bank deze week. Stagflatie als het alter ego van de Nieuwe Economie.

Hoge groei bij lage inflatie staat te boek als een van de grootste zegeningen die de `nieuwe economie' brengt. Des te opvallender was de prognose die de Nederlandsche Bank gisteren in zijn kwartaalbericht publiceerde. Met de voorspoedige economische groei zit het daarin ogenschijnlijk wel goed, maar de inflatieraming is reden voor alarm. Dit jaar komt de inflatie in Nederland uit op 2,2 procent, volgend jaar is dat 2,1 procent. Maar het jaar daarop, in 2001, stijgt de inflatie naar 3 procent.

Waar komt die drie procent inflatie vandaan? Van het belastingplan van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend (Financiën), zo lijkt het. Een belangrijk aspect van het plan is dat de btw wordt verhoogd van 17,5 procent tot 19 procent. Bankpresident Wellink zei in september al dat dit de kosten van het levensonderhoud (de inflatie) met 1,2 procent opstuwt in het jaar dat het plan in werking treedt, en dat is 2001.

Dat is mooi voor de krantenkoppen, maar helemaal klopt het niet. De inflatie-effecten van het belastingplan waren al opgenomen in een eerdere aflevering van de DNB-prognoses, in het kwartaalbericht van juni. En toen kwam de inflatieraming nog uit op 2,5 procent in 2001. Nu is dat ook niet conform de definitie van `prijsstabiliteit' zoals die in euro-verband geldt (0 tot 2 procent), maar de drie procent die deze week het licht zag, zit duidelijk in de gevarenzone.

Wat is er in de tussentijd dan wel veranderd? Dat is vooral de inschatting van de loonstijgingen. Die zorgen, volgens het DNB-model, voor een bijdrage van 0,8 procentpunt aan de inflatie in 2001. Stijgt de arbeidsproductiviteit even snel als de loonkosten, dan is er geen probleem. Maar houdt de productiviteit de loonstijging niet bij, dan zijn ondernemers (en de overheid) gedwongen om hogere prijzen door te rekenen aan hun klanten.

In juni ging DNB er nog van uit dat dit niet gebeurt. De contractlonen werden geacht met 1,6 procent te stijgen. Incidenteel (periodieken etc.) komt er nog eens 0,5 procent bij, maar de sociale lasten voor de werkgevers dalen met 0,3 procent. Blijft over een stijging van de loonkosten met 1,8 procent. Omdat de arbeidsproductiviteit eveneens met 1,8 procent stijgt, bedraagt de stijging van de loonkosten per eenheid product nul.

In het jongste kwartaalbericht ziet de telling er geheel anders uit. De sociale lasten voor werkgevers dalen niet, maar blijven onveranderd. Incidentele loonstijgingen bedragen 0,5 procent. Maar de contractlonen stijgen nu niet met 1,6 procent, maar met 2,8 procent. De totale loonkosten nemen zo toe met 3,3 procent. Omdat de stijging van de productiviteit 1,8 procent blijft, resteert een stijging van de loonkosten per eenheid product met 1,5 procent.

Is het totaalcijfer voor de inflatie waar DNB op uitkomt al reden voor enig alarm, in feite hanteert de Bank nog milde vooronderstellingen. Als voor volgend jaar en 2001 een (maximale) contractloonstijging van 4 procent wordt ingevoerd, conform de recente eis waartoe de FNV is overgegaan, dan stuwt dat de inflatie op tot 3,5 procent in 2001. En als in plaats van een olieprijs van onder de 20 dollar in het model, de huidige olieprijs van 25 dollar zou blijven gelden, dan komt er nog eens 0,3 procentpunt inflatie bij in 2001 - hetgeen het inflatiecijfer op 3,8 procent zou brengen.

Nu is nog steeds 1,2 procentpunt daarvan incidenteel - de btw-verhoging loopt na een jaartje weer uit de inflatiecijfers - maar de vakbonden hebben inmiddels al laten weten zich daar tegen die tijd bij hun looneisen niets van aan te zullen trekken. Waardoor een reële, voor inflatie gecorrigeerde - looneis opdoemt van richting vijf procent.

In de kantlijn tekent zich zo een opvallend scenario af: DNB schetst namelijk ook de risico's van een recessie in de VS, hogere energieprijzen, een dalende dollarkoers, een beurscorrectie en het inzakken van de huizenmarkt, die samen de economische groei kunnen terugbrengen tot een waakvlamniveau van rond de 1 procent.

Omdat neerwaartse prijseffecten daarvan pas met vertraging plaatsvinden, is het niet ondenkbaar dat hoge inflatie en economische stagnatie samen optreden. In dit gedachtenexperiment doet een term zijn intrede die al een kwart eeuw vergeten is: stagflatie - zij het in een bescheiden vorm. Niet vergeten moet worden dat de muntunie waar Nederland nu deel van uitmaakt, een groot macro-economisch experiment is. Ook het alternatief is weinig aanlokkelijk: een voortrazende economie, waarin een loon-prijsspiraal er voor zorgt dat Nederland zich langzamerhand uit de internationale markt prijst. In dat geval komen de magere jaren wat later.

Wat is er te doen tegen de inflatiedruk die DNB signaleert? Loonmatiging lijkt op dit moment niet te passen bij de stemming onder werknemers en bonden. De centrale bank kan niets doen met de rente, want die wordt Europees bepaald. Dat laat een heroverweging over van de btw-verhoging. Omdat de koopkracht daar extra door wordt aangejaagd, betekent dit dat de inflatiedruk uitgesmeerd zal worden over de jaren daarna. Maar de 3 zou er in ieder geval mee uit het inflatiecijfer van 2001 kunnen worden verwijderd.