Griekenland in Europa gidsland voor Turkije

In Griekenland heerst voldoening over de resultaten van de top in Helsinki. De oppositie wijst op risico's van de toetreding van Turkije.

De topconferentie van Helsinki heeft de positie van de Griekse regering-Simitis zowel in binnen- als buitenland verstevigd. Bij het debat over de top deze week in het Griekse parlement, kostte het de minister van buitenlandse zaken Jorgos Papandreou weinig moeite, de voordelen van de uitkomst aan te tonen. En die voordelen, zo klinkt nu ook het nieuwe geluid, gelden zowel Griekenland als Turkije.

De oppositie van rechts en links vindt bij goed zoeken in de slotteksten hier en daar passages die Athene vroeg of laat zouden kunnen opbreken. Zo is er sprake van de noodzaak `grensgeschillen', die in 2004 nog niet door onderhandelingen zijn opgelost, voor te leggen aan het Internationale Hof van Justitie in Den Haag, iets waarvan Turkije – dat de bevoegdheid van dit lichaam nog niet heeft erkend – zich tot nu toe afzijdig wenste te houden. Maar de Griekse oppositie valt over de term `grensgeschillen'. Het is Turkije, dat sinds vier jaar spreekt van `grijze zones' in de Aegeïsche zee, waarover de soevereiniteit niet vaststaat. Kwesties als deze te verheffen tot `grensgeschillen' waarover de komende jaren moet worden onderhandeld, speelt de Turken in de kaart, aldus oppositieleider Kostas Karamanlis en ook de linkse partijleider Dimitris Tzovólas.

Maar de laatste gaat nog een stap verder. Voorlegging van conflicten als deze aan het Haagse Vredeshof, waarvan de Griekse regering zoveel verwacht, kan ook voor Athene verkeerd uitpakken, zo geloven met hem ook rechtse oppositiewoordvoerders. ,,Buitenlandse rechters zullen over onze grenzen oordelen'', aldus onheilspellend de afgevaardigde Michalis Liapis, zwager van Karamanlis. En de communisten hebben al helemaal geen vertrouwen in de Vredesrechters, ,,organen van Clintons nieuwe orde''.

Kreten als deze lijken echter op de publieke opinie in Griekenland weinig indruk te maken. Deze betoont zich vooral ontvankelijk voor Papandreous verzekering, dat `Helsinki' de kans op gewapende conflicten aanzienlijk vermindert. Een Turkije in de wachtkamer van de EU, zo wordt hier algemeen gevoeld, is allicht gezeglijker dan een Turkije daarbuiten.

Zelfs Papandreous voorganger en huidige tegenstander, de meestal zo nijdige Theódoros Pángalos heeft loyaal toegegeven dat Helsinki voor zijn land een succes mag worden genoemd. Diezelfde Pangalos was in Turkije verre van geliefd, maar is er toch een blauwe maandag populair geweest. Dat was nadat de grillige en onvoorspelbare diplomaat had verklaard dat Turkije zowel qua verleden als qua toekomst als Europese mogendheid moest worden beschouwd.

Papandreou heeft verklaard dat Griekenland van alle vijftien EU-staten de grootste voorstander was van Turkijes kandidatuur, en daarvoor als `locomotief' wilde dienen. Maar er moest dan wel een `wegenkaart' in gebruik worden genomen die ook door Ankara zou worden erkend. Deze zou de mensen- en minderheidsrechten betreffen maar ook de verhouding met nabuurlanden zoals Griekenland en het bijdragen tot een oplossing voor Cyprus.

Dat `Helsinki' in Griekenland zo'n mooi woord is geworden, komt voornamelijk doordat het publiek er zich van heeft laten overtuigen dat de idee van de `wegenkaart' van Papandreou door de EU is overgenomen; dat Griekenland binnen de EU `gidsland' voor Turkije is geworden in plaats van eeuwige erfvijand, zoals zij tot nu toe in Brussel werd gezien. Met voldoening gewaagde Papandreou in het parlementaire debat van het recente pleidooi van zijn Turkse collega Ismail Cem voor culturele rechten voor de Koerden in zijn land. Een teken dat hij de Griekse `wegenkaart' op zak heeft. Maar toetssteen op korte termijn wordt de slepende kwestie-Cyprus. Zowel Turks-Cypriotische leider Denktas als de Turkse premier Ecevit hebben te kennen gegeven dat er wat dit betreft niets zal veranderen: aan de realiteit van twee staten op dat eiland kan niet worden getornd.

Eén van de uitspraken van Helsinki luidt echter dat Cyprus EU-lid kan worden, ook als de kwestie van de verdeling nog niet is opgelost (vergelijk het West-Duitse lidmaatschap gedurende tientallen jaren). Dit is een Grieks succes, waaraan zelfs Karamanlis niet wil tornen. Ecevit op zijn beurt distantieerde zich van Denktas' woede erover. Het is nu opmerkelijk dat de Turks-Cyprische oppositiepers ervoor pleit wel degelijk contacten met de EU op te nemen. Het zou immers te gek voor woorden zijn, als Grieks-Cyprus en Turkije perspectieven krijgen op Brussel, maar de Turkse sector op het eiland niet. Tegen deze achtergrond worden de Turks-Cyprische presidentsverkiezingen in april interessant.