Gek op reizen en filmen

Rob Hof kreeg onlangs de Dirk Scherpenzeelprijs voor zijn documentaire over het Kroatische stadje Vukovar. Van hem zijn de komende weken twee belangrijke films op de televisie.

,,Geweld? Dat wordt een risico als je het opzoekt. Of wanneer je denkt dat er niets aan de hand is. Als fluitende vogeltjes en fladderende vlinders je misleiden. Alleen een totale naïeveling wordt in zo'n situatie een slachtoffer.''

Kleine verhalen uit verre en soms ook gevaarlijke streken, met de grote geschiedenis op de achtergrond. Dat is zo'n beetje het handelsmerk van documentairefilmer Rob Hof, van wie woensdag Kinderen van een nieuw tijdperk te zien is, een project waarbij hij sinds 1989 zes gezinnen volgt in vier continenten. Begin januari volgt De Stille Diplomaat, een portret van Max van der Stoel.

Zijn films voeren hem naar Rusland, Somalië, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, maar ook naar het voormalige DDR-gebied en naar de Balkan. Overal filmt hij vooral mensen die ondanks alle ellende blijven geloven in een beter leven voor zichzelf en hun omgeving.

Bij het maken van zijn films Hof probeert Hof niet analytisch te denken, ,,want dan weet je de afloop al''. Hij heeft ,,geen trucendoos'' en zoekt ,,goede hoofdrolspelers''. De rest – het in beeld brengen en de montage – is volgens hem een kwestie van smaak.

,,Ik sprak eens een gewezen stasi-officier in Oost-Duitsland die overtuigd bleef van zijn gelijk. Deze man had geen millimeter spijt van zijn daden, zou geschoten hebben als het hem was opgedragen maar wilde wel weten waarom zijn slachtoffers er zo anders over dachten, wat hij fout gedaan had. Het was gemakkelijk geweest hem aan een schandpaal te nagelen. Maar het boeide mij dat hij was doorgegaan toen hij besefte dat hij fout gekozen had. Daar wilde ik het over hebben.''

De weinig naar publiciteit en bekendheid lonkende Hof (1954) maakt een uitstekende carrière, een woord dat hij overigens niet in zijn mond neemt. Hij beschouwt zichzelf als een rusteloze, gedreven reiziger, die als jongen al stapelgek op filmen was en in de jaren zeventig zijn reizen begon vast te leggen met een 8-mm camera. Na eindeloos gesleutel en veel vallen en opstaan kocht de NOS een film van hem en zond die ook uit. Daarna had hij weinig aanmoediging nodig om met reizen en filmen door te gaan. Tussendoor studeerde hij culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Inmiddels behoort Rob Hof tot het betrekkelijk kleine gezelschap van professionele documentairemakers in Nederland die kunnen doen en laten wat zij willen. Hof is daarbij a-typisch, want hij hoeft voor zijn films niet zwaar te leunen op Nederlandse zendgemachtigden of Nederlandse fondsen. ,,Mijn belangrijkste geldschieters zijn de Duitse publieke omroepen, met wie ik een buitengewoon goede verstandhouding heb. Dat is de afgelopen tien jaar zo gegroeid. Ze weten wat ze van mij kunnen verwachten en vertrouwen me. Een beslissing is bij de Duitsers ook snel genomen. In Nederland moet altijd eerst nog een redactie zich over een plan buigen.'' Niettemin dragen met name de IKON en de Humanistische Omroep regelmatig bij aan zijn films, die meestal co-producties zijn met verschillende buitenlandse omroepen. Vaak is er ook nog een buitenstaander (bijv. een ontwikkelingsorganisatie) als geldschieter bij betrokken. Hij monteert thuis in een eigen studio, met eigen personeel in dienst van zijn eigen productiebedrijf. Zelfs de ondertiteling doet hij zelf. Door zijn successen wordt hij vaak gevraagd voor anderen te produceren. ,,Daar heb ik helemaal geen zin in, dan ben ik te veel aan het regelen.''

Hof reist veel naar (oorlogs)gebieden die andere media mijden wegens de – veronderstelde – grote gevaren. Hof zegt zelden bang te zijn, maar zal het risico niet opzoeken. ,,Oorlog is niet altijd het Acht-uur Journaal. Er wordt soms lange periodes gerust en gegeten. Ik zal nooit de dappere journalist uithangen, die bij een schotenwisseling – die absoluut een kick geeft – nog een stapje dichterbij doet. Evenmin zal ik me door stilte en rust in de luren laten leggen. Veiligheid regel ik bij voorkeur van binnen uit: ik leg contacten in de heersende structuren en die werken meestal met mijn projecten mee.'' Als voorbeeld noemt hij een Albanese clan die hij filmt in New York, waar een deel beland is, en in Albanië. De clanleiding stelde een chauffeur beschikbaar om Hof van een hotel naar een herder te brengen die hij volgde en vice versa. ,,Op een gegeven moment werd er iets te veel geschoten en leek het mij veiliger bij die herder te blijven slapen. Dat was trouwens ook beter voor de film.''

Hof heeft ook oog voor surrealistische situaties rond menselijke ellende. Zo viel hem bij een bezoek aan het Afrikaanse vluchtelingenkamp Goma op dat een naburig restaurant, geleid door een Hongaar, uitstekende zaken deed. ,,Luttele kilometers van het kamp stonden rijen jeeps van de meest uiteenlopende organisaties voor deze zeer Westerse gelegenheid, waar volop bier werd geschonken en stevige steaks werden geserveerd. Eigenlijk had ik daar een film over moeten maken, maar dat zou te veel de aandacht van de werkelijkheid hebben afgeleid.''