Frankrijk is een ander land geworden

De tijd van Den Doolaards Druivenplukkers en het kolonialisme is voorbij. In zijn laatste artikel voor Z als correspondent in Frankrijk beschrijft Marc Chavannes hoe de zeden er zijn veranderd, de politiek pragmatisch is geworden en extreem-rechts zijn angel heeft verloren. Zelfs Amerika is niet langer de vijand. `De VS zijn niet de grote satan die u meent te zien.'

De kuilen in de oprijlaan zijn nog dezelfde. Toen ik 37 jaar geleden met de mobylette over het Domaine de Curebourse reed, kon je ook pas buiten het erf gas geven. In mijn herinnering blies de mistral zo eindeloos en hard dat je het kanaal nooit hoorde stromen. Hitte, krekels en die wind – de dagelijkse twee uur siësta leken een eeuwigheid.

Hubert en Elisabeth Gavoty zijn met gratie ouder geworden. Drie van de vier kinderen zijn, gelouterd door het leven, met hun gezinnen teruggekeerd naar het Domaine. De jongste was een gedreven architecte; zij is eind jaren '80 op 28-jarige leeftijd in het verkeer omgekomen – Frankrijk is op de weg een van de gevaarlijkste landen van Europa.

De familie omschrijft zichzelf als `bourgeois uit Marseille', in een vorige eeuw terechtgekomen op deze landbouwvlakte tussen Salon-de-Provence en Arles. Toen ik er als schooljongen `om Frans te leren' kwam helpen, hadden de Gavoty's net een paar hectare akkerland omgeploegd om een camping te openen. Ze hadden hem genoemd naar de zestiende-eeuwse, Provençaalse astroloog Nostradamus. Al had die de Franse Revolutie en de komst van Hitler voorspeld, hij zou niet hebben vermoed dat dit kale stoppelveld, met een kraan en een meestal verstopt wc-blok, nog tot een bloeiend kampeerbedrijf zou uitgroeien.

Overdag was het er vooral heet, 's avonds doodsaai. Hoeveel water we ook plengden, de bloembakken bleven zielig. Passanten gingen al snel op zoek naar meer schaduw. Als de oogstnood hoog was, werd ik met Spaanse gastarbeiders op een desintegrerend truckje gehesen, naar de velden en boomgaarden. Perziken, tomaten, meloenen, alles moest geplukt, gesorteerd en in kratjes. Tegen beter weten in, ze brachten toen al geen cent op. Het was Den Doolaards Druivenplukkers, zonder de zinnelijke zelfverzekerdheid. Daarvoor waren de dochters te jong en de druiven te schaars.

Op 720 kilometer van Parijs was Nostradamus mijn introductie in de Franse verhoudingen, de eenzaamheid van het lege land, de casse croûte (het gevulde stuk stokbrood van vier uur 's middags), voordat je nog een uur of vijf te werken had, laat eten met donkerrode wijn.

Ik hoorde over de toevloed van mensen van overzee, al had ik toen geen idee waarom Hubert Gavoty op een avond bebloed en met een losse tand naar huis strompelde. Hij had gevochten met zijn tractorbestuurder, de sale pied noir, zoals hij de blanken uit Algerije noemde. De Gaulle was president. Hij had Algerije net onafhankelijk gemaakt. De wrokkige Franse kolonialen waren vooral in dit zuiden van Frankrijk neergestreken. Gavoty weet het anno 1999 nog precies: ,,Zo'n man had zich daarginds een hele figuur gewaand. In werkelijkheid waren zijn talenten beperkt. Hij kon niet accepteren dat hij hier op een tractor moest zitten.'' De opkomst van Le Pens Front National in deze contreien heeft er veel mee te maken

Ingewijde

Ruim zes jaar heb ik voor de krant op Frankrijk mogen letten. Uiterlijk is alles ongeveer hetzelfde, hoogstens is op de Place de la Bastille een goedkoop blauw en rood geverfd zelfbedieningsterras geopend. Onder de oppervlakte is veel meer veranderd. Frankrijk bloeit open. Toen ik kwam in '93 ging alles in Frankrijk over Frankrijk. Frans denken en doen was de norm. Het leek of de horizon samenviel met de grenzen van een land dat alles had, historische steden op menselijke maat, wouden, rivieren, bergen en zeeën, een literair leven, hogesnelheidstreinen, en de halve geschiedenis van de beeldende kunst in één stad. Om clichés over wijn, eten en levenskunst maar even over te slaan.

Dat was mijn eerste zorg: niet schrijven over alles wat iedereen van Jan Brusse en de laatste Loire-reis al wist. Dit land is zo mooi, zo prettig en zo bereikbaar, veel Nederlanders kennen het anekdotische Frankrijk op hun duimpje. Het dagelijkse Frankrijk is minder bekend, en lastiger te betreden. Het is een ommuurde tuin, alleen toegankelijk voor de ingewijde liefhebber. ,,À Paris il faut être une peste'', had een Franse vriend gewaarschuwd.

Of het gaat om de para-universitaire elite-instituten, het beleid van de Club Méditerranée, of de finesses van het kernenergieprogramma, voor deze bloemen van de Republiek gold: buitenstaanders, dit land heeft een eeuwenoude traditie die niet ter discussie staat, gaat u gerust verderop spelen.

In die veilige ambiance was Edouard Balladur na de rechtse verkiezingszege in '93 tot het premierschap geroepen. Plantu, de tekenaar van Le Monde, beeldde hem steevast af met twee strikjes, als een Louis Philippe die goedgunstig het rijk van de socialistische president Mitterrand bestierde.

Balladur pleitte graag voor modernisering, wat in zijn geval economisch liberalisme betekende. Hij verlaagde de pensioenaanspraken van alle Fransen wat, en daarna is nooit meer veel gelukt. Enkele staatsbedrijven werden veilig geprivatiseerd, met een clubje bevriende aandeelhouders, maar de semi-geleide economie veranderde niet fundamenteel. Een poging tot verlaging van het minimumjeugdloon bezorgde Balladur een heftig en gewelddadig straatprotest dat regelrecht naar Frankrijks revolutionaire traditie verwees.

Op het wereldhandelstoneel leidde Balladur Frankrijk naar een onverzettelijke houding, die niet principieel verschilde van de Franse opwinding rond `Seattle' vorige maand. De Fransen proberen Europa altijd mee te slepen in hun afkeer van culturele en commerciële overheersing door de Verenigde Staten. Tot genoegen van een karavaan cineasten, schrijvers en grote boeren werpt Parijs keer op keer de `Exception Française' in de strijd, de `Wij doen het anders'-leer. Dat gold ook in Rwanda, waar Frankrijk in '94 nog maar eens ingreep toen de genocide al onafwendbaar was, na jaren bemoeienis met dubieuze regeerders. Afrika was toen nog Frankrijks achtertuin. Ook dat is nu een herinnering.

Frankrijk is zich anders gaan gedragen, Fransen ook. In die vroege jaren '90 stond in handleidingen over leven in Frankrijk dat men precies op het gevraagde uur voor een etensafspraak diende te verschijnen. Geen bloemetje of flesje wijn meenemen. En vooral thuis plassen, want het was een doodzonde, zo niet het einde van een mogelijke vriendschap, als men de wc van de gastheer of -vrouw wilde gebruiken. De privé-grens was scherp getrokken.

Op tijd komen op Parijse avondjes verliest zijn dwingende karakter. Met de portable meldt men vrolijk zijn vertraging. Nieuwe generaties Fransen nemen vaker wel iets mee, en gaan sneller van vous op tu over. Zij willen zelfs wel eens even naar het kleinste kamertje, dat nog steeds grenst aan de binnenplaats. De muren rondom het eigen leven komen gestaag naar beneden. Pas de laatste jaren durfden ook carrière-homo's op straat te demonstreren voor het geregistreerd partnerschap, het dit jaar tot wet verheven PACS.

Nog een verouderd cliché: Fransen zijn goede ingenieurs, maar zij zijn slordig, daarom roesten hun auto's. Het ex-staatsbedrijf Renault leert Nissan tegenwoordig in Japan hoe je auto's maakt. Franse bedrijven fuseren stevig mee, zij omspannen de wereld. Zelfs de laatste staatsbedrijven (Post, Elektriciteit, Spoorwegen) kopen om zich heen; alleen laat Frankrijk op die gebieden nog geen concurrentie in eigen land toe. Daarom is de belangrijkste test nu of de nieuwe openheid (buiten de `openbare nutsbedrijven') zo ver gaat dat ING als eerste buitenlander de Franse bank Crédit Commercial de France kan kopen.

Opstandigheid

Achteraf gezien was de verkiezing van Jacques Chirac in 1995 het begin van de omwenteling. Hij werd president op een centrum-links programma. Het neogaullisme waar hij zijn Rassemblement pour la République op had gebouwd, was toen al verdampt. Zijn achterban was rechts, maar Chirac voelde aan dat de Fransen gegeneerd waren over de armoede van miljoenen. Hij beloofde er wat aan te zullen doen, net iets geloofwaardiger dan de socialistische kandidaat Jospin.

Premier Alain Juppé dacht, gesterkt door het zevenjarig mandaat van Chirac, wel eens even orde op zaken te kunnen stellen in het sociale stelsel. Dat had Frankrijk niet bedoeld, men zocht troost, geen afslanking. Binnen een paar maanden stond het land op straat met spandoeken, fakkels en veel bier. De spoorwegen, waar de vakbondsmacht de langste adem heeft, gaven het voorbeeld.

Een ongekende anti-regeringsenergie kwam los, burgers die niet naar hun werk konden, bleven vol begrip. Juppé had geen kans. Zijn aanblijven was tijdverlies. Chirac schreef voorjaar '97 vervroegde verkiezingen uit. In plaats van hernieuwd vertrouwen kreeg hij zijn tegenstander van '95 als premier onder zich. Sindsdien oefenen zij voor de presidentsverkiezingen van 2002.

Het Franse volk is heel consequent in zijn opstandigheid – geen zittende regering heeft sinds de vroege jaren '80 verkiezingen gewonnen. Men wil graag geregeerd worden door een coalitie, die het systeem niet kent. De grondwet van De Gaulle (1958) veronderstelt een president en een minister-president van dezelfde kleur. Volgens de geldende leer is de cohabitation (samenleving) van links en rechts ondenkbaar, maar de uitzondering is regel geworden. Misschien zit de grondwet er verder naast dan het volk. Ook in dit opzicht groeit Frankrijk naar de rest van Europa toe. De tijd van grote mannen en grote gebaren is voorbij. Praten, luisteren en samenwerken, er zit weinig anders op.

De breedlinkse coalitie van Lionel Jospin is nu tweeëneenhalf jaar aan de slag. Frankrijk is een ander land. Is dat te danken aan nieuw beleid? Of de opleving van de wereldeconomie? Waarschijnlijk aan allebei, maar vooral aan een links pragmatisme dat van Jospin absoluut geen pragmatisme mag heten. De Derde Weg en Die Neue Mitte zijn niets voor hem. Wat verder helpt is harmonie aan de top

President en minister-president mogen elkaar misschien niet, maar hun kijk op Europa en defensie, en zelfs de sociale politiek is zeer verwant. Te zeer om erkend te kunnen worden. Dat zou de mythe van betekenisvolle politieke verschillen ondermijnen.

Het vertrouwen in `de politiek' is toch al laag. Het negatieve oordeel (van tweederde van de Fransen) is gebaseerd op de reflex dat politici corrupt zijn. Mitterrands veertien jaar vormden een catalogus van affaires. Onder Balladur ruimden vijf bewindslieden het veld op verdenking van onoorbaar handelen. Juppé moest zijn kinderen laten verhuizen uit gemeente-appartementen waar niet echt voor werd betaald. Dat soort zaken wordt zeldzamer. Het gedwongen vertrek van Jospins handigste minister, het financiële wonderkind Dominique Strauss-Kahn, is een restant van de gladde partijfinanciering uit de tijd van Mitterrand en nauwelijks tekenend voor het jospinisme. En wie maakt zich nog zorgen over het Front National, dat twee jaar geleden dreigde door te breken boven de vijftien procent? Sinds het met wederzijdse verkettering gepaard gaande vertrek van tweede man Bruno Mégret, en de terugkeer van hoop op werk, is de angel uit het extreem-rechtse gevaar. De zeer rechtse Europa-haters hebben nu zonder Le Pen-smet de `soevereinistische' partij van de oer-gaullisten Pasqua en De Villiers.

Vlaggenschepen

Is Frankrijk echt veranderd? Zeker, knikt Felix Rohatyn. Hij is een onverdachte waarnemer. Als jongen woonde hij in de jaren '30 met zijn ouders van Poolse origine in Parijs, tot het nazisme hen dwong verder te vluchten. Hij keerde twee jaar geleden terug als vloeiend Frans sprekende ambassadeur van de Verenigde Staten in Parijs, na een succesvolle loopbaan als bankier bij Lazard Frères in New York. Dat werk bracht hem veelvuldig in contact met Franse bedrijven; in de jaren '80 was hij commissaris bij het destijds genationaliseerde metaalbedrijf Péchiney.

Vooral de rol van de staat in de economie is in zijn ogen onherkenbaar. ,,Bijna alle belangrijke bedrijven en banken waren in staatshanden. Lonen en prijzen, de waarde van de munt, de in- en uitvoer van geld, alles werd gecontroleerd door de staat. Dat is grotendeels voorbij. De meeste vlaggenschepen zijn geprivatiseerd. Zelfs bedrijven waar je het niet van zou verwachten, zijn in de private sector beland. Kijk naar de defensie-industrie, Air France, France Télécom. Het is een kwestie van tijd vóór het staatsaandeel in ten dele geprivatiseerde bedrijven onder de vijftig procent zakt. Ook nu al veranderen bedrijven zodra directies verantwoording afleggen aan aandeelhouders en niet meer aan de overheid.''

Volgens Rohatyn is het van groot belang voor de Fransen geweest dat zij mede-oprichters waren van de monetaire unie. ,,De komst van de euro heeft hen aan een monetaire politiek gebonden die hen definitief deelgenoot maakte van de wereldeconomie, en met groot succes. Frankrijk heeft zich bijna even goed aan de globalisering aangepast als de Verenigde Staten, en met minder pijn dan wij in de jaren '80.''

Of Frankrijk het met minder staatsbemoeienis nog beter zou doen, weet Rohatyn niet. In Amerika gebruikt de staat dertig procent van het bruto binnenlands product, in Frankrijk rond de vijftig procent. ,,Wij zouden zoveel `staat' psychologisch niet verdragen. Fransen van hoog tot laag zien hun overheid als een bron van sociale rechtvaardigheid. Men accepteert de kosten.''

Deze week werd er eindelijk weer eens gestaakt. De brandweer blokkeerde Parijs, er werd gespoten en gevochten. Eén middag actie was genoeg: ze mogen op hun vijftigste met pensioen, zij het tegen gereduceerd tarief. Ook bij de Banque de France en de publieke radio was het onrustig. Niemand klaagde erover. Het echte centrale-bankwerk is overgegaan naar Frankfurt en er zijn commerciële zenders om het nieuws te volgen.

De echte crisis woedt tussen werkgevers en overheid. De minister van Sociale Zaken, Jacques Delors' dochter Martine Aubry, heeft de verkiezingsbelofte van links ingelost en deze week definitief de wet doorgedrukt die in januari de 35-urige werkweek voor iedereen verplicht stelt. Om de werkloosheid (nog steeds boven de elf procent) te bestrijden. Schattingen van de minister mikken op een positief saldo van 120.000 nieuwe banen.

Zelfs deze laatste stuiptrekking van het colbertisme bevordert Frankrijks modernisering. Werkgevers zijn officieel woedend dat hun deze dirigistische maatregel is opgelegd, maar veel bedrijven hebben er een flinke versoepeling van de werkpraktijk uitgesleept. Korter werken per persoon, langer per bedrijf en variabel per seizoen. De grootste opgaaf blijft enig sociaal overleg op gang te krijgen. Frankrijk heeft, ondanks een militante traditie, voor Europese begrippen een zeer lage organisatiegraad: minder dan tien procent van de werknemers is lid van een vakbond. De grootste vakcentrale, de CFDT van Nicole Notat wil wel overleggen, maar de werkgevers zijn het niet gewend. De internationaal opererende bedrijven wel, maar die hadden de 35-uurwet niet nodig. De echte breuklijn in Frankrijk is die tussen naar binnen gerichte en Europese Fransen.

Normaler

Toen Chirac nog president én regeringsleider was, tussen '95 en '97, leek het of Frankrijk ruzie met Nederland zocht. Het was binnenlandse symboolpolitiek. Een senator schreef met de zegen van de president over de `lakse narcostaat' ten noorden van België, waar sociaal zwakke jonge Fransen hun weekportie hasj konden kopen. Dat zette Hans van Mierlo, deze week in Parijs geridderd wegens zijn pogingen beide landen in normaal gesprek te brengen, chronisch op het verkeerde been.

Lionel Jospin heeft nooit verklaard dat de drugspolitiek werd veranderd. Parijs past officieel nog steeds niet het hele Verdrag van Schengen toe. Maar wie de Frans-Belgische grens wel eens passeert, weet dat de douanehokjes er gebladderd en verlaten bij staan. Ook op dit terrein is Frankrijk opgeschoven naar een praktischer beleid. Zonder dat van de daken te schreeuwen. Maar wie kondigt openlijk aan: wij worden iets normaler?

Let op de feiten. Dat geldt ook voor de Frans-Duitse vriendschap, die twee keer per jaar nieuw leven wordt ingeblazen. De motor van de Europese Unie, de onmisbare speciale relatie, wordt ieder halfjaar verbaal geëerd. De realiteit is veelsoortiger geworden. François Mitterrand en Helmut Kohl stonden hand in hand op het erekerkhof en dachten aan de Tweede Wereldoorlog. Jacques Chirac, Lionel Jospin en Gerhard Schröder kijken vooruit en bouwen aan een Europa dat `de oorlog' niet meer als uitgangspunt neemt. Dat nieuwe stappen in de Europese defensie kunnen worden gezet, is vooral te danken aan de afgenomen Atlantische fixatie van Groot-Brittannië. Tony Blair gaf Parijs wat Berlijn niet kon bieden. Den Haag was tegen meer Europese defensie tot het een feit werd. In Parijs werd Nederland de afgelopen maanden aangeduid als `geïsoleerd, samen met Denemarken'.

Dreef dat eeuwige anti-Amerikanisme Frankrijk ertoe Europa een eigen defensie-identiteit door de strot te duwen? De Franse minister trekt na de lunch aan zijn Churchill-sigaar en kijkt zijn merendeels Franse tafelgenoten spottend aan. ,,De VS zijn niet de grote satan die u meent te zien.'' Hij legt uit dat zonder de Amerikanen in Kosovo niets was gelukt, dat het grootste deel van Europa aan defensie nog niet de helft uitgeeft van wat de VS eraan spenderen – alleen de Britten en op enige afstand de Fransen komen in de buurt. De meeste Europese landen zijn `consumenten van veiligheid', Frankrijk en Groot-Brittannië willen niet eeuwig `producenten' blijven, de Amerikanen evenmin. ,,En we kunnen niet op de Serven blijven rekenen om Europa tot de orde te roepen.''

Er moest iets gebeuren. Dat is niet tegen de Verenigde Staten gericht. ,,Kijk'', zegt deze steunpilaar van Jospin, ,,Wij zijn Amerika niet. Het establishment in Frankrijk weet dat wij twee landen met een boodschap zijn. Zij zijn alleen heel wat invloedrijker dan wij. Via Europa maken we ons los van dat disproportie-probleem. De toekomstige Europese defensie geeft hun én ons meer vrijheid. Het zal even duren, maar dat is microscopisch, afgezet tegen de meer-dan-duizendjarige geschiedenis van ons werelddeel. Europa wordt een wereldmacht. Defensie is het gebied waarop wij solidair kunnen zijn. Om voor altijd afscheid te nemen van het kerkhof Europa.''

Felix Rohatyn schrikt niet van deze analyse. Hij gelooft niet in een haat-liefdeverhouding tussen Frankrijk en de VS. Beide landen beschouwen zich als de uitvinders van democratie en mensenrechten. ,,Wij staan van oudsher in een filosofische concurrentieverhouding, ook al hebben wij een zeer verschillend idee over hoe de samenleving in elkaar moet zitten, en wat haar doel moet zijn. Frankrijk is een belangrijk land waarvan de leiders zien dat Amerika veel invloed en economisch gewicht in de wereld heeft, met een taal en cultuur die jongeren sterk aanspreekt. Ik vind het volkomen begrijpelijk en gerechtvaardigd dat Frankrijk enig tegenwicht zoekt. Dat is het doel van de constructie van een politiek, economisch en militair geïntegreerd Europa.''

Façade

De wachtlijn van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken biedt salonmuziek van Jean-Philippe Rameau. Itineris, de mobiele telefoondienst van France Télécom toetert Engelstalig liefdesverdriet in het oor van wie noodgedwongen op `een medewerker' wacht. Uit de etalages van Lafayette schallen christmas carols. Eurodisney Paris is zo'n succes dat er een tweede bij komt.

De amerikanisering van het land is overal, zeker rond de zuidelijke groeisteden, Toulouse, Montpellier en de hele Côte-d'Azur. Uitlaatfirma's, inrij-snackbars, tweedehands-autoparken, supermarkten in een zee van asfalt, dat is de wereld van het Front National in Toulon, Vitrolles en Marignane.

Van de tien best lopende films in Frankrijk zijn er hoogstens twee of drie Frans, in het laatste Europese land met een actieve filmpolitiek. McDo is met 709 restaurants veruit marktleider in Frankrijk. Amerikaans leven is zo gewoon dat de Fransen precies weten waarom zij er tegen zijn. Die weerstand is steeds meer een façade, om zichzelf niet te veel kwijt te raken in een samenleving die gestaag internationaler wordt. `La fille ainée de l'église', zoals Rome graag hoort zeggen over Frankrijk, is nauwelijks meer een katholiek land. Een gemiddeld huwelijk duurt veertien jaar in Frankrijk. Jacques Chirac heeft voluit erkend dat de Franse staat door het Vichy-regime mede schuldig was aan de misdrijven van de Tweede Wereldoorlog. Het land schuwt de spiegel niet meer.

Wat Fransen pijn doet, is dat de band met het land geleidelijk wordt afgesneden, de sluiting van dorpen, het wegvallen van het blind vertrouwen in wat de grond voortbrengt. In het departement Bouches du Rhône heeft de laatste tien jaar iedere dag een boer zijn bedrijf beëindigd. Er zijn er nog drieduizend over, openluchtfabrieken van groente en fruit. Dichter bij de bewoonde wereld, zoals in Salon-de-Provence, neemt de vrijetijdsmaatschappij het boerenleven over.

In de schaduw van de oprukkende stad drijft de schoonzoon van Hubert en Elisabeth Gavoty de destijds kale camping, waar nu platanen en heggen schaduw bieden, langs het zwembad en de luxueuzere mobile homes. Op het terras organiseert Gilles Scrabble in drie talen en serveert de keuken hele maaltijden – dat heeft meer toegevoegde waarde dan het winkeltje waar ik kaasjes, enorme broden en landwijn van 10, 11 en 12 procent verkocht. Op de website kunnen de toeristen vast kijken waar zij willen staan. Om echt donker te zien en stilte te horen is Hubert kortgeleden naar Mali geweest. Frankrijk wordt steeds gewoner, of we het leuk vinden of niet.

Het was een doodzonde als men de wc van de gastheer wilde gebruiken.

Nieuwe generaties Fransen gaan sneller van vous op tu over