Er is veel armoede

De koeien zijn verkocht, de stallen leeg. Het is aftellen geblazen voor Evert van Benthem, `s lands bekendste boer en tweevoudig winnaar van de Friese Elfstedentocht. In het voorjaar vertrekt de oud-schaatser met vrouw en kinderen voorgoed naar Red Deer in Canada. Moe van de regelzucht, en het gebrek aan ruimte in Nederland zat, verwacht hij daar een nieuwe wereld.

In meer dan één opzicht is Van Benthem een goede representant van de Nederlandse boerenstand. Hij moderniseerde zijn bedrijf, werd een echte ondernemer en begon in de loop der jaren als boer – noodgedwongen – met een aantal nevenactiviteiten. Zo verkocht hij vanuit zijn boerderij speciale kaassoorten. Nu sluit hij de stal in St. Jansklooster; uit onderzoek blijkt dat ruim twintig procent van zijn collega's hetzelfde overweegt te doen, sinds minister Brinkhorst zijn ingrijpende mestplannen presenteerde.

Ooit was Nederland een land van agrariërs. Vlak na de oorlog waren er nog meer dan 300.000 bedrijven, waar een kwart van de beroepsbevolking werkte. Nu is dat aantal afgenomen tot 100.000. Vier procent van de beroepsbevolking werkt nog in de land- en tuinbouw. En dat neemt steeds verder af. Jaarlijks verdwijnen 3.000 boerenbedrijven, bijna drie per dag, zegt K. de Bont van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI). Er is geen opvolger, het bedrijf is niet rendabel genoeg of de boer emigreert.

Maar procentueel werken in Nederland nog altijd meer mensen in de land- en tuinbouw dan in Engeland en de VS. De boeren bezitten gezamenlijk 2,4 miljoen hectare grond. Het gemiddelde bedrijf is in de loop der jaren gegroeid van acht naar twintig hectare. Na de oorlog was het areaal nog twee miljoen hectare. Elk jaar verdwijnt 5.000 tot 10.000 hectare. Dat wordt natuurgebied of is nodig voor woningbouw.

Een boer moet thans vooral een ondernemer zijn. Hij moet voor de markt produceren, zegt de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO). Dat lukt hen niet allemaal even goed, zo bleek deze week toen het LEI de inkomens van boeren en tuinders over 1999 publiceerde. Melkveehouders, bijvoorbeeld, behaalden gemiddeld een inkomen van 39.000 gulden, 13.000 gulden minder dan vorig jaar. De totale agrarische productie nam dit jaar met vier procent af. Een somber jaar, concludeerde het LEI. Er is veel armoede.

De Boer bestaat niet. Alleen in de primaire landbouw zijn er al vijftien sectoren, variërend van fruittelers tot kalvermesterijen en van bollentelers tot champignonkwekers. Het belang van de land- en tuinbouw mag afnemen, al die sectoren samen zorgen nog wel voor een behoorlijke bijdrage aan het Bruto Nationaal Product: 10 procent, oftewel 65 miljard gulden. De export bedraagt 60 miljard gulden.

De afgelopen decennia zijn Nederlandse boerenbedrijven in hoog tempo gemechaniseerd en vervolgens geautomatiseerd. Een beetje boer heeft momenteel net zo veel verstand van computers als van veevoer. Het traditionele gaat er van af, aldus De Bont. ,,De levensstijl van de boer wordt zakelijker.'' Hij moet managementcursussen volgen om bij te blijven. Vroeger was de boer onafhankelijker. Nu is hij meer zichtbaar. Hij heeft te maken met politiek en maatschappij. En dat bevalt hem niet altijd even goed.