Een bewusteloze straat

Aan de voet van het Amsterdamse Hilton Hotel ontspringt de statige Minervalaan. Niet alle grootse plannen van architecten en stedenbouwers zijn er verwezenlijkt. Maar dat kan nog komen. Deze maand verscheen er een boek over de `godin van de zuidas'.

Het mooist is de Amsterdamse Minervalaan vanaf de bovenste verdieping van het Hilton Hotel. Dan heb je de adelaarsblik die al zoveel architecten heeft verleid tot grootse visioenen. Ook Berlage gebruikte in het begin van deze eeuw met succes het vogelvluchtperspectief om de Amsterdamse gemeenteraad te overtuigen van de juistheid van Plan Zuid, zijn ontwerp voor het nieuwe Amsterdam-Zuid.

Vooral als het donker is, valt er vanaf het Hilton Hotel iets te bespeuren van de grandeur die Berlage de Minervalaan had willen geven. De lichten van de lantaarns suggereren een straat met de breedte van een Parijse boulevard, die zich kaarsrecht een weg ploegt door de stad. Heel even worden de lichten onderbroken door zwart water, dan gaan ze weer verder tot ze zich ten slotte in de verte verspreiden in onduidelijke ruimtes.

Maar beneden, aan de voet van het Hilton Hotel, blijft er weinig over van de metropolitaanse allure die de vogelblik suggereert. Het begin van de Minervalaan is ronduit rampzalig.

Veel mensen vinden dat Nederlanders geen pleinen kunnen maken. Zo heeft de architectuurhistoricus Ed Taverne eens beweerd dat de meeste Nederlandse pleinen `herschikkingen van incidenten' zijn. En Ronald de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum, zei onlangs in een vraaggesprek in Jong Holland: ,,Nederlanders tekenen geen symmetrische pleinen. Nee, bij ons zet iemand een pomp neer, een ander graaft een gat en een derde zet een bankje neer. Dan zeggen we: het ziet er niet uit. Hoe zullen we dat gaan herschikken?'

Wie de omgeving van het Amsterdamse Hilton Hotel ziet, moet ze gelijk geven: alles wat er staat is het gevolg van een op zichzelf staand besluit. Eerst verschenen in '57-'58 twee kantoorgebouwen van de architecten H.D. Bakker en J. Hoogstad, die een bijna symmetrische entree tot de Minervalaan vormen. Ze zijn nu onder handen genomen door architectengroep Bloemenheuvel uit Zeist om ze geschikt te maken als hoofdkantoor van uitgeverij Wolters Kluwer. Het zijn nu anonieme, met melkglazen gevels beklede gebouwen, die in een bedrijvenpark goed op hun plaats zouden zijn.

In 1962 volgde het geknikte Hilton Hotel naar een ontwerp van De Vlaming, Salm en Fennis. Het gebouw is alleen interessant als typische representant van het modernisme uit de jaren zestig. Eenentwintig jaar later werden in een hoek van het plein twee schooltjes van Herman Hertzberger neergezet. Ze zijn toen uitbundig geprezen, maar zijn nu verworden tot droevige, grijze gebouwtjes die zelfs op een stralende zomerse dag drijfnat lijken. Tegenover de schooltjes bouwde Wim Quist een bankgebouw, dat met zijn verbijsterende grijze geslotenheid zo mogelijk nog deprimerender is.

Het is dan ook alsof Amsterdam zich schaamt voor het begin van het Minervaplein. Oorspronkelijk had de plek voor het Hilton Hotel `August Allebéplein' moeten heten, maar nu staat het hotel aan een naamloze ruimte bij de kruising van de Apollolaan en de Minervalaan. Een August Allebéplein is er later wel gekomen in het Overtoomse Veld in het verre Amsterdam-West. Erg opwekkend is dit plein overigens ook niet.

Berlage had bepaald geen gewone kruising als begin van de Minervalaan in gedachten. Hij tekende een groots plein in zijn Plan Zuid en bestemde de plek van het Hilton voor een nieuwe, grote Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Er werd een prijsvraag uitgeschreven voor de Academie, die in 1917 werd gewonnen door Bernard Bijvoet en Minervalaan-bewoner Jan Duiker. Maar vier jaar later stelde de gemeente Amsterdam de bouw van de door het rijk betaalde academiegebouw uit, schrijft Liesbeth van de Garde in Godin van de Zuidas, het onlangs verschenen boek over de Minervalaan. Toen de gemeente een jaar later het academieterrein wilde overdragen aan de bouwer, liet het rijk op zijn beurt weten voorlopig geen geld te hebben voor de bouw van de academie.

Godin van de Zuidas staat vol met dergelijke verhalen over de Minervalaan. In het boek geven verschillende auteurs heel precies en gedetailleerd weer hoe de Minervalaan tot stand is gekomen. De geschiedenis van de Minervalaan is een merkwaardige afwisseling van successen en mislukkingen, die tot op de dag van vandaag doorgaat. Zo is Amsterdam nu hard bezig met de ontwikkeling van de zuidas, zoals de grote boog van Schiphol via het station Zuid WTC naar Amsterdam heet. Rondom dat station, waar in de jaren tachtig en negentig al het spiegelglazen World Trade Center verrees, zullen de komende jaren in navolging van het onlangs opgeleverde hoofdkantoor van de ABN Amro grote kantoorgebouwen verrijzen. Later volgen woningen en mogelijk ook een kunsthal. In ieder geval probeert de gemeente Amsterdam het gebied dit keer meer te laten zijn dan het resultaat van incidenten.

De ontwikkelingen van de zuidas hebben tot nu toe nauwelijks gevolgen gehad voor de oude Minervalaan. Nog steeds worden de twee delen van de Minervalaan aan weerszijden van het Zuider-Amstelkanaal slechts verbonden door een fietsers- en wandelaarsbruggetje en er zijn geen plannen om dit te veranderen in een heuse grotestadsbrug. Hierdoor blijft de Minervalaan een bewusteloze straat waar een rust heerst die vreemd contrasteert met de forse breedte van vijftig meter. In de Minervalaan lijkt nooit iets te gebeuren. Ook schrijver Alfred Kossman, die van 1972 tot zijn dood in 1998 in de Minervalaan woonde, zag nooit veel. ,,Vanuit het raam van mijn werkkamer zijn bomen te zien, lekker wollig, en huizenwanden, koud-monumentaal, en auto's, walgelijk, maar bijna nooit mensen, en vrijwel nooit kinderen', aldus een citaat van Kossman in De godin van de Zuidas.

Het gevoel van overdadige rust wordt versterkt door de orde die de laan regeert. In geen straat in Amsterdam-Zuid is de door Berlage gewenste aanpak van stedenbouw zo goed gelukt als hier. De overheid moet, zo schreef Berlage in zijn toelichting op zijn Plan-Zuid, ,,niet elk stukje grond, waarnaar gevraagd wordt, uitgeven, maar zou moeten eischen, dat bouwaanvragen liefst voor een geheele straat, voor een plein of voor een afzonderlijk stadgedeelte gebeuren.'

Berlages bebouwingswijze heeft de Minervalaan tot de meest symmetrische straat van Nederland gemaakt. Per deel van de laan variëren de monumentale blokken, maar aan weerszijden van de groenstrook in het midden zijn ze consequent hetzelfde. Als de bebouwing bij de kruising met de Gerrit van der Veenstraat aan de ene kant van de laan naar voren springt met een mooi hoekpand van G.J. Rutgers uit 1928, gebeurt dit aan de andere kant ook.

Berlage wilde dat de Minervalaan een drukke winkelstraat zou worden, met in het midden ruimte voor wandelaars en flaneurs. Maar ook deze wens ging niet in vervulling. De Minervalaan is vanaf 1925 uiteindelijk als woonstraat gebouwd. Wie opgelucht de anonieme kantoren van Wolters Kluwer achter zich laat en de straat in wandelt, komt weliswaar eerst nog wel langs makelaars- en advocatenkantoren, maar op de vier verdiepingen erboven zijn woningen.

Nederlanders staan internationaal bekend om de gordijnloze ramen van hun woningen, maar de bewoners van de Minervalaan verbergen hun interieurs achter dikke vitrages. Toch is het ook zonder gluren niet moeilijk om vast te stellen dat in de Minervalaan weinig gemiddelde Nederlanders wonen. De perfecte staat waarin bijvoorbeeld de entrees met hun schitterend gedetailleerde deuren verkeren, laten zien dat hier een welvarend deel van Amsterdam is gehuisvest.

Alleen op het Minervaplein, dat zich ongeveer halverwege de Minervalaan opent, is iets te merken van het grotestadsgewoel. Dit komt door de tramlijn en het drukke autoverkeer van de Stadionweg die hier de Minervalaan kruisen. Voor de rest valt er niet veel te beleven op het plein. Een paar banken hebben er een groot filiaal. Ook een kledingwinkel en de geschenkenwinkel van Douwe Egberts hebben er een plek gevonden, maar ze hebben het plein niet bij bewustzijn kunnen brengen.

Toch is het Minervaplein veruit het mooiste plein dat in de twintigste eeuw in Amsterdam is gebouwd. De reden is heel simpel: in tegenstelling tot bijna alle andere twintigste-eeuwse pleinen heeft het Minervaplein lange gesloten gevelwanden gekregen. De weer strikt symmetrisch geordende blokken van architect Blaauw zijn nog een paar verdiepingen hoger dan die in de laan, en torentjes in de hoeken van het plein voorkomen een al te grote strengheid van de gevelwanden. Het Minervaplein bewijst dat ook Nederlandse architecten heel goed pleinen kunnen ontwerpen, als ze de kans krijgen een groot gebaar te maken.

Het wonder van het Minervaplein kwam moeizaam tot stand. In 1929 nam de Amsterdamse gemeenteraad het ontwerp van Cornelis Blaauw voor het plein aan, maar toen de Tweede Wereldoorlog begon, was slechts de noordwand van het plein gereed. In de tussentijd had het ex-Stijllid Cornelis van Eesteren als hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling hard gewerkt aan een heel ander nieuw Amsterdam dan dat van Berlage. Als overtuigde Nieuwe Bouwer had Van Eesteren een afkeer van de monumentale gesloten bouwblokken van de Minervalaan. Nieuwe naoorlogse wijken bestaan in Amsterdam dan ook voornamelijk uit strokenbouw in overvloedig groen. Toch kwam Van Eesteren niet in het geweer tegen de geplande kolossale blokken van het Minervaplein, zodat eind jaren vijftig, dertig jaar nadat de inmiddels overleden Blaauw de prijsvraag voor het Minervaplein had gewonnen, het oorspronkelijke ontwerp alsnog werd uitgevoerd.

Maar verder naar het zuiden, over het Zuider Amstelkanaal heen, veranderde Van Eesteren Berlages plannen voor de Minevalaan wel drastisch. Hier moesten de gesloten bouwblokken wijken voor losstaande villa's. Ook bepaalde Van Eesteren dat de villa's, die nu bekend staan als `de goudkust', allemaal een plat dak moesten krijgen, het teken bij uitstek dat het hier om moderne architectuur gaat. Er staat dan ook maar één villa met een zadeldak, hét kenmerk van traditionalisme.

De antistedelijke goudkust is het volkomen tegendeel van de grootstedelijke rest van de Minervalaan. Maar het einde van de laan is precies zoals het begin, of zelfs nog erger. Van Berlages afsluiting van de laan, een groots Zuidplein met een groot station, is niets terechtgekomen. Pas in 1978, meer dan een halve eeuw later dan Berlage had gepland, werd de Minervalaan eindelijk afgesloten met een treinstation. Alleen werd dit `Zuider Station' niet een imponerend bouwwerk met een koepel, zoals Berlage had getekend, maar een miezerige doorgang onder de spoordijk en ringweg vanwaar men de perrons kan bestijgen.

Niet alleen Station Zuid WTC, maar ook de andere gebouwen rondom het Zuidplein maken het einde van de Minervalaan nog deprimerender dan het begin: meer dan bij het Hilton Hotel regeren hier de incidenten. Van de spiegelglazen blokken van het World Trade Center uit 1980 tot en met de verbouwing van het voormalige NMB-gebouw tot het Atrium - alles staat hier op zichzelf, niets vertoont enige samenhang.

Zelfs het buitengewoon luxueuze nieuwe hoofdkantoor van de ABN Amro belichaamt een incident. Eigenlijk wilde de gemeente Amsterdam dat de ABN Amro zijn nieuwe hoofdkwartier zou bouwen aan de IJ-oevers, maar de bank zag in het begin van de jaren negentig meer in het gunstiger gelegen gebied bij station Zuid WTC. En de macht van het kapitaal is groter dan die van de gemeente en dus kreeg de bank haar zin.

Gelukkig heeft het ABN Amro-incident de gemeente wel doen inzien dat er een goed stedenbouwkundig ontwerp moet komen voor dit gebied. De grote `herschikking van incidenten' rondom het Zuidplein is nu begonnen. Mogelijk krijgt de statige Minervalaan in de toekomst alsnog de waardige afsluiting die de laan inderdaad tot de `godin van de zuidas' maakt.

Marlies Buurman, Maarten Kloos (red.): Godin van de Zuidas. De Minervalaan – As in tijd en ruimte. Uitg. Architectura & Natura, 144 blz. Prijs ƒ39,50

Minervalaan

In het artikel Een bewusteloze straat (in de krant van zaterdag 18 december, pagina 41) stond ten onrechte vermeld dat de nieuwe gevels van de twee kantoorgebouwen aan het begin van de Minervalaan waren ontworpen door architectenbureau Bloemenheuvel uit Zeist. Bloemenheuvel heeft het interieur van een van de kantoorgebouwen verzorgd, de gevels zijn ontworpen door architectenbureau Veenendaal en Bos.