Die andere bom

Waarom staan wel de Libiërs terecht die de PanAm Boeing boven Lockerbie hebben opgeblazen, en niet de Libiërs die driekwart jaar later een Franse DC-10 opbliezen? Omdat de Franse regering al tevreden was met een schadevergoeding. Tot verdriet van de nabestaanden.

Iedereen kent het verhaal van Lockerbie. De avond van 21 december 1988. In de lucht ontploft een Boeing 747 van PanAm en die stort neer op het Schotse dorpje: 270 doden, 259 in de lucht, 11 op de grond. De aanslag, want dat blijkt het te zijn geweest, domineert maandenlang het nieuws.

Negen maanden later, om half drie 's middags, explodeert een DC-10 van de Franse luchtvaartmaatschappij Union de Transports Aériens (UTA) boven de Teneré-woestijn in Niger. Het toestel uit Brazzaville in Congo heeft een halfuur daarvoor een tussenlanding gemaakt op de luchthaven van N'Djamena in Tsjaad en is op weg naar Roissy bij Parijs.

Hier vallen 170 doden, uit zeventien verschillende landen. Onder hen zijn veel Afrikanen en Fransen, maar ook Britten en de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in Tsjaad. Een dag later pas worden de wrakstukken van het toestel en de slachtoffers gevonden.

Evenals bij de aanslag boven Lockerbie blijkt hier een Semtexbom te zijn gebruikt, aan boord gesmokkeld in een Samsonitekoffer in Brazzaville. Volgens theorieën van verschillende veiligheidsdiensten maken de bommen deel uit van een geplande reeks van vijf, waarvan er uiteindelijk maar twee tot ontploffing zijn gebracht.

Twee vliegtuigen, twee bommen, de vermoedelijke daders zijn allen Libiërs – de vergelijking van de aanslagen op vlucht PA 103 en vlucht UT 772 ligt voor de hand. Maar er zijn ook verschillen: voor het UTA-toestel is geen massale aandacht van de internationale pers. En terwijl de daders van de Lockerbie-aanslag door Libië zijn uitgeleverd en in Zeist voor een Schotse rechter zullen terechtstaan, lopen de daders van de UTA-aanslag nog vrij rond.

Aanvankelijk pakken de Fransen de zaak voortvarend aan. Voor diplomaten en onderzoekers is de link met de aanslag op de PanAm Boeing snel gelegd. Lockerbie blijft in de jaren daarna de media domineren en is voor de internationale gemeenschap de stok om de hond (Libië) mee te slaan. Maar de Fransen zorgen ervoor dat de UTA-aanslag, de dodelijkste terroristische daad in de toch al bloedige terreurgeschiedenis van Frankrijk, bij de Verenigde Naties niet vergeten wordt. In alle Lockerbie-resoluties van de Veiligheidsraad krijgt de aanslag op het Franse toestel een prominente plaats.

De vermaarde onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière – de man die de beruchte internationale terrorist Carlos `de Jakhals' achter tralies zette – wordt door justitie in Frankrijk op de zaak gezet. In oktober 1991 worden al de eerste arrestatiebevelen voor vier Libische diplomaten uitgevaardigd, onder wie het plaatsvervangend hoofd van de Libische geheime dienst tevens Gaddafi's zwager Abdallah Senoussi.

Ruim een jaar later, wanneer de Verenigde Naties inmiddels het luchtembargo tegen Libië hebben ingesteld, verhogen de Fransen de druk. Bruguière vaart op een met Exocet-raketten bewapend marineschip naar Tripoli voor een onderzoek ter plaatse. De Libiërs weigeren de oorlogsbodem met de onderzoeksrechter de toegang. Gaddafi wil wel onderhandelen en biedt aan de rechter op zijn eigen boot te vervoeren. Na dagenlange vruchteloze besprekingen maakt Bruguière rechtsomkeert; een afgang, zo oordeelt de pers in eigen land.

Veertien dagen later stunt justitie nog een keer: de Congolees Bernard Yanga, de belangrijkste getuige tegen de Libiërs, wordt onder een valse identiteit Congo uit gesmokkeld. Yanga zou van een diplomaat van de Libische ambassade in Brazzaville de koffer met explosieven gekregen hebben. Daarop heeft Yanga de koffer aan een in Congo gerekruteerde agent, Appollinaire Mangatany, meegegeven die het explosief aan boord smokkelt. Mangatany komt bij de aanslag om het leven.

Na vier jaar sancties gaat in maart 1996 in Libië het roer om en begint Gaddafi aan een charmeoffensief richting Westen. In een brief aan de Franse president Chirac laat hij weten medewerking te willen verlenen aan de Franse justitie. Bruguière kan aan zijn onderzoek in Libië beginnen. De onderzoeksrechter krijgt toegang tot archieven van de Libische geheime dienst en ondervraagt tientallen betrokkenen.

Dat resulteert op 10 maart dit jaar na een driedaags proces in Parijs in de veroordeling van zes Libiërs – bij verstek – tot levenslang voor de aanslag op het UTA-toestel. Libië zelf wordt veroordeeld tot het betalen van 211 miljoen francs schadevergoeding. Daarvan is eenderde voor de nabestaanden. De rest is bedoeld om de kosten van het proces te dekken en als tegemoetkoming in de kostenderving voor Air France, de wettelijke erfgenaam van UTA.

Tegelijk met de apotheose in het UTA-proces is er ook volop beweging in de Lockerbie-zaak. Minder dan een maand na de uitspraak in Parijs levert Tripoli na bemiddeling van onder meer Saoedi-Arabië en Nelson Mandela de twee verdachten van de aanslag op PanAm 103 uit aan Nederland voor berechting door Schotse rechters. De verdachten van de aanslag op het Franse toestel blijven in Libië. Kort daarna schorten de VN de sancties op. Op 16 juli 1999 maakt Libië het geldbedrag over op een rekening van Banque de France. 74 miljoen francs is voor de 311 nabestaanden van de UTA-aanslag. Half september schort ook de Europese Unie de sancties tegen Libië op, met uitzondering van het wapenembargo.

Blunder

Voor de nabestaanden van de slachtoffers is het laatste half jaar, na tien hoopvolle jaren onderzoek, op een deceptie uitgelopen. Het geld vinden ze een belediging en ondanks de veroordeling lopen de verdachten nog vrij in Libië rond. ,,Ze hebben het daar niet eens over gehad'', zegt Francis Szpiner, advocaat van de nabestaanden. ,,Dat vind ik werkelijk de grootste blunder van de Franse regering. Er is nooit iets bedongen omtrent het uitzitten van de straf.''

De regering verkwanselt volgens de verdediging zo de belangen van de nabestaanden. Daarom hebben de slachtoffers nu hun pijlen gericht op de spin in het web. ,,Kolonel Gaddafi heeft de leiding in handen gehad van een terroristische organisatie'', verduidelijkt Françoise Rudetzki van de vereniging van terrorismeslachtoffers. ,,Daarom moet hij worden aangepakt.''

Rudetzki is voorzitter van SOS Attentats, een vrijwilligersorganisatie opgericht in 1986. Rudetzki bracht alle nabestaanden kort na de UTA-aanslag bij elkaar om – zoals dat in het Franse rechtssysteem mogelijk is – als civiele partij aan tafel te zitten tijdens het strafproces tegen de Libiërs. Toen duidelijk werd dat de daders misschien wel nooit naar Parijs zouden komen en de Franse regering zelfs zonder medeweten van de civiele partij onderhandelingen was begonnen over de afhandeling van het vonnis, besloten de nabestaanden het over een andere boeg te gooien. Voor hen is Gaddafi medeplichtig aan moord op 170 mensen.

De onderzoeksrechter – en wederom is dat de vastbijter Bruguière – heeft in eerste instantie tot begin december de tijd om een zaak tegen Gaddafi rond te krijgen. Bruguière schuwt de aandacht van de pers, dus hoe hij dat denkt te doen zal ook voor de nabestaanden tot die tijd onduidelijk blijven. Rudetzki: ,,Doordat Gaddafi staatshoofd is, zal het een lang gevecht worden. Net zoals nu in Groot-Brittannië bij de uitlevering van Pinochet. Maar de wet biedt ons veel mogelijkheden.'' Van de Franse staat verwacht Rudetzki weinig medewerking, want ,,Frankrijk laat de slachtoffers in de kou staan''.

Die indruk is onterecht, vindt François Aivasseau, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ,,Het is duidelijk dat er meer nodig is dan alleen het geld. Wij doen wat we kunnen, maar we hebben tegelijkertijd de uitspraak van de rechter te respecteren.'' En justitie heeft niet om uitlevering gevraagd. Er ligt nu slechts via Interpol een internationaal opsporingsbevel voor de zes.

De reden dat de Lockerbie-verdachten inmiddels wel uitgeleverd zijn en de zes verdachten van de UTA-aanslag nog vrij rondlopen, moet volgens woordvoerder Aivasseau bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gezocht worden. Het is `allemaal geschiedenis'.

Onderonsje

Begin jaren negentig is het voor de Franse, Amerikaanse en Britse diplomaten in New York duidelijk dat Libië achter de twee aanslagen zit. Onder druk van de media en de publieke opinie lijken de Britten en Amerikanen het onmogelijke voor Lockerbie na te streven: uitlevering van de verdachten door Libië.

En de Fransen? Tijdens een geheim diplomatenonderonsje van de drie Westerse permanente leden van de Veiligheidsraad wordt besloten dat ze een onderscheid zullen maken tussen de aanslag op het Franse en die op het Amerikaanse toestel. Een dergelijk overleg heeft volgens woordvoerder Aivasseau van Buitenlandse Zaken ergens eind november 1991 plaatsgehad. De Fransen worden verantwoordelijk voor de justitiële afhandeling van de aanslag op het UTA-toestel.

Iets van de verschillen in aanpak wordt duidelijk op 31 december van dat jaar. Dan geven de Fransen een communiqué uit waarin ze stellen dat Libië `onmiddellijk, effectief en met alle beschikbare middelen dient mee te werken met de Franse justitie, om zodoende de verantwoordelijken van de aanslag vast te stellen.'

Geen woord over uitlevering – vooral omdat de Fransen zelf weigeren landgenoten uit te leveren aan landen waar ze geen uitleveringsverdrag mee hebben. De Franse wet biedt, in vergelijking met de Amerikaanse en Britse, wel een andere, unieke mogelijkheid: een proces in absentia.

Vijf jaar later lijkt de Franse justitie dichter bij het einddoel dan de collega's in Groot-Brittannië. Het onderzoek naar de UTA-aanslag, dat in betrekkelijke stilte heeft plaatsgehad, is klaar. In Parijs kan het proces beginnen, terwijl Amerikanen en Britten enerzijds en Libiërs anderzijds elkaar in de Lockerbie-zaak overschreeuwen over een te houden proces in Schotland of een derde, `neutraal' land.

Lockerbie komt mede daardoor weer op de agenda van de VN-Veiligheidsraad te staan en de raad stelt een nieuwe resolutie op, met daarin de voorwaarden voor opschorting van de sancties die eerder zijn opgelegd. In resolutie 1.192 presenteert de Veiligheidsraad voor het eerst expliciet aan Libië de verschillende eisen voor de verschillende aanslagen. De sancties zullen worden opgeschort `onmiddellijk als de Secretaris-Generaal aan de Veiligheidsraad rapporteert dat de twee verdachten in Nederland zijn gearriveerd om terecht te staan (...) en dat de Libische regering de Franse justitiële autoriteiten tevreden heeft gesteld inzake de aanslag op UTA 772.'

Onthulling

Tien jaar na de aanslag lijkt Frankrijk dus tevreden met wat de Libiërs tot nu toe gedaan hebben. Maar of de zes veroordeelden ooit in Frankrijk hun straf zullen uitzitten, dat kan de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken niet zeggen. Aivasseau: ,,Wij verwachten van de Libische regering dat ze zich volledig neerlegt bij de uitspraak. Of dat ook betekent dat de verdachten naar Frankrijk komen, daarover wil ik me niet uitlaten. Het financiële deel van het vonnis is uitgevoerd. Een groot deel van onze pogingen recht te doen is gelukt en dat stemt tot tevredenheid.''

Niets daarvan bij de nabestaanden. Tien jaar na de aanslag hebben ze het drama gezamenlijk herdacht bij het monument voor terrorismeslachtoffers in het rosarium bij het Hôtel des Invalides in Parijs. Zij voelen zich door de Franse regering verkocht. ,,Tijdens de onthulling van dit monument hebben zowel Chirac als Jospin gezworen, dat de daders hun straf niet zullen ontlopen. Aan die belofte hebben ze zich duidelijk niet gehouden'', zegt Françoise Rudetzki verbitterd. ,,Daarom hebben we bij deze herdenking ook niemand meer van de regering uitgenodigd.''

Dat terwijl de nabestaanden al geen hoge pet op hadden van de hoge politici. Rudetzki: ,,Mitterrand presteerde het zelfs om in 1989 tijdens een gemeenschappelijke herdenkingsdienst voor de slachtoffers een halfuur te laat in de kerk te verschijnen.''

De nabestaanden willen gerechtigheid. De enige manier waarop volgens Rudetzki recht kan worden gedaan, is wanneer de daders naar Frankrijk komen om voor een Franse rechter te staan in de aanwezigheid van de nabestaanden. Het is aan de Franse diplomatie te wijten dat de daders nu niet achter slot en grendel zitten. ,,Tegenover Frankrijk heeft Gaddafi altijd volgehouden dat hij geen onderdanen zal uitleveren. Maar in Nederland zitten de twee daders van `Lockerbie' vast. Dat komt door de zware aanhoudende druk van de Amerikanen en de Britten.''

Rudetzki zou liever hebben gezien dat de Britten en Amerikanen zich intensiever met de aanslag op de UTA DC-10 bemoeid zouden hebben. Er waren immers ook Amerikanen en Britten aan boord en de uitlevering van de verdachten had gecombineerd kunnen worden.

Toch houdt Rudetzki hoop dat de verantwoordelijken, onder wie Gaddafi, hun straf niet zullen ontlopen. ,,Ach, vijftig jaar later worden er nog misdadigers berecht voor de dingen die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben misdaan. Dus de slachtoffers hebben de tijd.''

Gaddafi heeft de leiding in handen gehad van een terroristische organisatie

Mitterrand kwam een halfuur te laat op de herdenkingsdienst voor de slachtoffers