de schrijver

Goed kunnen schrijven is niet meer het belangrijkste criterium om een succesvol auteur te worden, meent Ronald Giphart. ,,Het succes van een schrijver is van twee mechanismen afhankelijk. Mond op mond reclame en media aandacht.'' Giphart is romanschrijver, maar bovenal een mediagenieke, commercieel handige dertiger die jaarlijks zo'n twee ton (,,Voor aftrek van belastingen, hoor'') met zijn vak verdient.

Gipharts debuutroman Ik ook van jou uit 1992 werd in dat jaar uitgeroepen tot best verkochte debuut. ,,Ik geloof dat er 2.300 exemplaren over de toonbank gingen dat jaar'', lacht Giphart nu. Het jaar daarop ging `Ik ook van jou' pas echt goed verkopen en ook zijn latere boeken haalden allemaal makkelijk de honderdduizend exemplaren.

Het lijkt tegenstrijdig, maar in de wereld van de hoogstaande literatuur is het niet de kwaliteit maar de kwantiteit die telt. Althans, voor de uitgever en de schrijver, die moeten er immers hun brood mee verdienen. ,,Het is de laatste jaren best veranderd'', zegt Graa Boomsma, voorzitter van de vakbond voor schrijvers, de Vereniging van Letterkundigen. ,,Twintig jaar terug dacht niemand nog aan de zogenoemde royalty's, nu is in ieder contract tussen schrijver en uitgever opgenomen hoeveel de auteur krijgt.''

De vakbond en de uitgevers werken met modelcontracten. Over de eerste vijfduizend verkochte boeken krijgt een schrijver tien procent aan auteursrechten (royalty's) van de verkoopprijs exclusief BTW. De meeste schrijvers blijven overigens onder die grens van vijfduizend boeken steken. Wie daar wel bovenuit komt, krijgt over de volgende vijfduizend boeken 12,5 procent. De enkeling die meer dan tienduizend exemplaren van een boek weet te verkopen strijkt over iedere titel boven de tienduizend 15 procent aan royalty's op. Valt de verkoop echter tegen, dan is contractueel geregeld dat de uitgever de hele handel na twee jaar als oud papier van de hand mag doen.

Giphart schat dat er maar een kleine honderd auteurs in Nederland zijn die echt van hun schrijverschap kunnen rondkomen. De rest mag al blij zijn als er twee- tot drieduizend boeken worden verkocht. Met een gemiddelde boekenprijs van 25 gulden levert dit slechts 5.000 tot 7.500 gulden bruto op. Niet voor niets hebben de meeste schrijvers daarom ook een betaalde baan of bijbaan elders.

Maar naast een voltijdbaan is het lastig je literaire kwaliteiten uit te oefenen. Daar zijn uitgevers, schrijvers en het Fonds voor de Letteren het in ieder geval over eens. Daarom is in het modelcontract ook de mogelijkheid opgenomen een voorschot te bedingen. Debutanten kunnen bij het sluiten van dat contract rekenen op zo'n tweeduizend gulden niet terugvorderbaar voorschot. Gevestigde schrijvers kunnen meer vragen, en doen dat ook geregeld. Zo ontving Leon de Winter van zijn uitgever de Bezige Bij een voorschot van een ton voor vier nog te schrijven boeken.

Ook inclusief het voorschot is het inkomen nog geen vetpot. Daarom heeft ook het Fonds voor de Letteren nog een faciliteit voor schrijvers. Op basis van een werkplan en alleen als de auteur al twee kwalitatief goede boeken heeft uitgegeven, kan iemand in aanmerking komen voor een zogenoemde werkbeurs. Deze bieden auteurs de kans drie tot twaalf maanden aan een boek te werken. Het fonds compenseert hen met 4.800 gulden bruto per maand. Het fonds krijgt jaarlijks zo'n 300 aanvragen, waarvan ongeveer tweederde wordt gehonoreerd. In totaal is er jaarlijks vijf miljoen gulden te verdelen onder de schrijvers. Op de lijst van toekenningen prijken ook bekende namen als Eva Gerlach, Oek de Jong en Mensje van Keulen.

Ondanks het slechte inkomensvooruitzicht worden de Nederlandse uitgeverijen bedolven onder manuscripten van schrijvers in spe. De kwaliteit is echter slecht, zo stellen de uitgevers eensgezind. Van de honderden `boeken' (twee tot drie per dag!) die zij krijgen aangeboden komt er hoogst zelden een in aanmerking voor publicatie. ,,We hebben geluk als we er eens in de twee, drie jaar eentje uit kunnen pikken'', zegt de uitgever van Nijgh & Van Ditmar.

De happy few van de Nederlandse literatuur hebben het wat dat betreft een stuk makkelijker. Als je als schrijver eenmaal in de schijnwerpers staat, gaat de rest eigenlijk vanzelf. ,,Als je in de eredivisie speelt is het lastig degraderen'', erkent Ronald Giphart. Ook Graa Boomsma van de vakbond voor schrijvers zegt: ,,De duivel schijt altijd op de grootste hoop, als je eenmaal op de trein van het succes zit, kom je daar niet makkelijk meer vanaf.'' Een ander vehikel om schrijvers in een keer de eeuwige roem te bezorgen, is het winnen van een literaire prijs, waarbij ook een mooi geldbedrag van vaak enkele tienduizenden guldens in de wacht gesleept wordt.

Uitgeverijen hebben er belang bij een aantal coryfeeën in hun `stal' te hebben. Immers, ook zij zijn qua inkomen afhankelijk van de omzet van de boeken. Hoewel er de laatste jaren een trend is waarbij uitgevers proberen de publiekstrekkers bij de concurrent weg te kopen, is er nog geen sprake van echte transfers zoals bijvoorbeeld in het betaalde voetbal. En toch, Ronald Giphart heeft eens 25.000 geboden gekregen om bij zijn uitgever Nijgh & Van Ditmar te vertrekken. Hij weigerde.

,,Nederlandse schrijvers zijn redelijk honkvast'', stelt Graa Boomsma. ,,Ze wisselen zelden van uitgever, en zeker niet uit commercieel belang.'' In tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar literaire agenten voor schrijvers de beste prijs bij de uitgevers proberen te bedingen, blijft in Nederland het ideaal het leidmotief. Hoewel de commercialisering ook hier steeds belangrijker wordt, heeft geldelijk gewin niet de overhand gekregen. Dan maar arm.