De NAVO had niet mogen bombarderen...

Een paar dagen na het begin van de navo-interventie werd het gerucht verspreid dat Fehmi Agani was vermoord, de vice-president van het ldk (Democratische Liga van Kosovo), toen veruit de grootste partij van de Kosovaarse Albanezen. Ik was geschokt. Ik kende Agani, hij was een bijzondere man die nooit bij iemand ook maar enige vijandelijke gevoelens opriep. Rotsvast waren zijn overtuigingen. Hij was voorstander van een onafhankelijk Kosovo, des te opvallender waren zijn gematigde uitspraken en zijn bereidheid om geduldig te onderhandelen.

Het nieuws van zijn dood werd twee dagen later herroepen, maar een maand later bleek dat het bericht alleen maar te vroeg was gebracht. Zijn zoon heeft later verteld dat een paar Servische paramilitairen Agani hadden herkend, gearresteerd en vermoord, terwijl hij Kosovo probeerde te verlaten.

Wie weet was Agani wel bereid zijn leven te geven voor een on-afhankelijk Kosovo. Maar het lijdt geen twijfel dat hij, net als vele andere Kosovaarse Albanezen, nog in leven zou zijn geweest als de navo niet had geïntervenieerd. Tot aan de oorlog waren aan beide zijden ongeveer tweeduizend slachtoffers gevallen in het conflict dat toen een jaar duurde. In die tijd leidde Agani een min of meer normaal leven in Pribetatina, hij was meermalen in Belgrado en reisde naar het buitenland.

De navo draagt niet direct de schuld voor zijn dood, maar na het begin van de luchtaanvallen hebben de Servische troepen meedogenloos wraak genomen op de Albanezen, zoals Belgrado overigens tevoren had aangekondigd. De interventie heeft zonder enige twijfel bijgedragen aan de humanitaire ramp, het moorden en de massale verdrijving, om vervolgens, na de terugtrekking van de Serviërs, de terugkeer van de Albanezen mogelijk te maken. Daarop begon het vermoorden en verdrijven van Kosovaarse Serviërs, welwillend uitgelegd als wraak die te verwachten was. Maar die wraak duurt al veel te lang en treft mensen die volslagen onschuldig en hulpeloos zijn. Het is daarmee nu duidelijk dat het oorspronkelijke uitgangspunt voor de interventie van de navo verkeerd was.

De kern van de Kosovo-kwestie was niet de schending van de mensenrechten en de Servische terreur tegen de onschuldige Albanese bevolking, maar een conflict om grondgebied dat bij Servië hoort, maar waar de Albanezen de overweldigende meerderheid vormen. Het is juist dat de extreme radicalisering van dit conflict voornamelijk de schuld is van het Servische regime, dat zich bediende van terreur. Maar het is ook onzin om te geloven dat onder de Albanezen de liberale, aan de multi-etnische samenleving verknochte democraten de overhand hebben. Het gaat hier om een separatistische beweging!

Milobetaevic , behandelde Kosovo als een binnenlands probleem voor Servië. Maar vorig jaar stemde hij in met de komst van internationale waarnemers. Dat bracht een zekere rust, maar deze missie is nooit op volle sterkte gekomen. De internationale gemeenschap leek niet het geduld en de wil te hebben om Kosovo de volle politieke aandacht te geven. Vanuit Westers perspectief is het gebied politiek oninteressant, maar militair des te meer.

Hoe het ook zij, de interventie van de navo heeft het pleit beslecht. Zo is de mogelijkheid geschapen dat Kosovo onder de Albanezen komt te vallen, op zich niet eens zo'n slecht idee. Erger is dat de hele regio totaal is gedestabiliseerd, en dat het militante extremisme noch in Servië noch onder de Albanezen is verslagen. Milobetaevic is nog altijd aan de macht, en het was van meet af aan duidelijk dat luchtaanvallen alléén zijn regime niet ten val zouden brengen. Aan de andere kant hebben de komst van de navo-troepen in Kosovo, en de formele opheffing van het uck geen einde gemaakt aan de terreur tegen de rest van de niet-Albanese bevolking. Daarvoor heeft Agani zijn leven niet gegeven, en het is ook niet wat veel goede Albanezen willen.

Er is geen enkele positieve ontwikkeling op gang gekomen. Servië blijft internationaal geïsoleerd, de sancties blijven van kracht, onder een president die is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en die zijn positie met alle mogelijke middelen zal verdedigen. Hij heeft al laten zien dat hij bereid is te doden en met geweld en verhevigde repressie te reageren op protesten van de oppositie. Op dit moment valt niet te verwachten dat Milobetaevic zich op korte termijn zal blootstellen aan het risico van echte verkiezingen. En zolang dat duurt, zal de toestand in de regio niet normaliseren.

Vooral onduidelijk is hoe het stabiliteitspact voor de Balkan kan worden ingevoerd met uitsluiting van Servië, dat het centrum en de belangrijkste bron van instabiliteit van diezelfde Balkan vormt. Misschien was het politiek verstandiger geweest als het Haagse Tribunaal gewacht zou hebben met het in staat van beschuldiging stellen van Milobetaevic en het regime in Belgrado niet in een dood-lopende steeg had gemanoeuvreerd. Nu dat eenmaal een feit is, is het noodzakelijk de Servische oppositie, hoe die er ook uitziet, te helpen, en onmiddellijk alle sancties op te heffen, met uitzondering van het wapenembargo. De politieke isolering van het regime van Milobetaevic moet gehandhaafd blijven, zodat het regime niet in staat is de opheffing van de sancties politiek uit te buiten.

Het is niet voldoende de oppositie financieel te steunen of op hoog niveau te ontvangen, terwijl het land tegelijkertijd onder sancties zucht. Dat geeft het propaganda-apparaat van Milobetaevic de argumenten in handen om de oppositie te beschuldigen van collaboratie met hen die het Servische volk straffen. Er is geen hoop dat er een opstand der hongerige horden zal uitbreken. Het regime zit juist te wachten op opstand als excuus voor noodmaatregelen en om verkiezingen te vermijden.

De internationale gemeenschap zou er beter aan doen een positief gebaar tegenover de Serviërs te maken, ook waar het de status van Kosovo betreft.

Het ziet er namelijk naar uit dat we het idee van een multi-etnisch Kosovo moeten loslaten, omdat de internationale troepen klaarblijkelijk niet in staat zijn de niet-Albanese bevolking te beschermen, en dat ook officieel toegeven. Bovendien is het zonneklaar dat Kosovo nooit meer een deel van Servië zal zijn, omdat de Albanezen dat onder geen beding zullen accepteren.

Nu dit een feit is, zie ik niet in waarom de opdeling van Kosovo niet kan worden toegestaan, zelfs als dat zou leiden tot de afscheiding van een klein, overwegend Servisch deel. Als de huidige situatie leidt tot een verandering van de grenzen van Servië, begrijp ik niet waarom de grenzen van Kosovo opeens heilig zijn. Blijven aandringen op multi-etniciteit heeft precies het tegenovergestelde effect. Deze keer geeft de internationale gemeenschap de schuld daarvoor aan de Albanezen, in plaats van de realiteit te aanvaarden en de verantwoordelijkheid voor haar eigen daden te nemen.

Stojan Cerovic is commentator van het Servische weekblad Vreme.