Charleroi

`Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.' Het is een van de bekendste regels van Gerrit Achterberg. Niet een dichter of stadschroniquer zal het in zijn hoofd halen om Charleroi te trakteren op een gelijkaardige adoratie. Over deze provinciestad in La Wallonië profronde kun je beter zwijgen, in alle talen.

Gevoetbald wordt er wel, door de lokale eredivisieclub en straks, op 17 juni 2000, door de Duitse en Engelse landenteams: de dodenmatch.

Niemand wil naar Charleroi, niet in de zomer, niet op zon- en feestdagen, niet met carnaval. Charleroi is, met aftrek van bommen en granaten, het Grozny van Benelux. De mensen die er wonen, zijn oud en droef, kinderen op straat zie je niet, de vogels hebben de stad een halve eeuw geleden voorgoed verlaten, en alle leden van de twee fanfares zijn inmiddels omgekomen: stoflong. In Charleroi is niets bestand tegen groei en leven, niets van de menselijke scheppinskracht is roestvrij gebleken.

De armetierige huizen zijn ingeklemd door industriële ruïnes. Uit de enkele schoorsteen die nog overeind is gebleven, komt geen rook. In het land van de monumentalistische orgasmes is Charleroi een gapende wonde waarin geen sapje meer vloeit. De stad is het ingemetselde mombakkes van dood en verval. Vroeger toen er nog werk was voor zware metaalsocialisten kon het er in de donkere cafés wild aan toe gaan. Maar nadat de mijnen waren gesloten en ook de hoogovens hun vuren hadden gedoofd, viel zelfs deze samenhang weg. Sindsdien wordt de stad bewoond door schimmen die nog nauwelijks van elkaars bestaan weten.

Je vraagt je af wat voetballers in dit maanlandschap komen zoeken? Was voetbal niet een feest? Een dodenmatch in een vervallen graftombe laten spelen is misschien een literair-filmische vondst, maar als het daar om gaat, laat dan de toeschouwers thuis, en zeker Duitsers en Engelsen. Die zo bang zijn voor het naderend einde dat ze het hun hele leven op een zuipen zetten.

De sleutelmatch van Euro 2000 wordt dus in Charleroi gespeeld. Het is een politieke beslissing, ingegeven door door de hang naar communautaire evenwichten in het tweetalige land. Het is een provocatie zonder weerga. Charleroi is namelijk een paradijs voor hooligans. Het stadion Mambour staat middenin een woonwijk. Rondom het stadion is het een wirwar van donkere straatjes en steegjes. Ze hoeven de arm maar te strekken en vanuit hun zitje in het stadion kunnen de hooligans zo de bloembakken van de rijtjeshuizen plukken. Verderop staan de lege fabrieken. Rollend, sloopbaar en vast materieel is met tonnen aan te slepen. Het ligt er voor het oprapen.

Ernstiger: het stadion zelf is een rattenval. De nieuwe tribune die boven op de bestaande zitjes werd gebouwd, is te steil om de meest elementaire evacuatieplannen uit te voeren. De omheining van de tribune is ook niet volgens de regels. Brandweer en rijkswacht signaleerden maanden geleden al dat de tribune er niet had mogen komen, maar na de toezegging dat ze veel en langdurig op evacuatieoefening mochten gaan in de Franse Alpen slikten ze hun protest weer in. In eten, drinken en spelen op kosten van de zaak zijn rijkswachters en pompiers erg goed. Laat dan de boel maar branden.

In mei vorig jaar vernietigde de Raad van State de vergunning voor de vergroting van het stadion tot dertigduizend zitplaatsen omdat het niet veilig was. Drie weken later lag een nieuwe vergunning klaar op basis van dezelfde plannen. Voetbal wettigt geritsel tot in de hoogste regionen van politiek en magistratuur. Tot vandaag houdt de Belgische bondscoach Michel D'Hooghe vol dat er met het stadion van Charleroi niets aan de hand is. Ook D'Hooghe denkt niet in mensenlevens, hij denkt in sponsorcontracten.

Een organisatie die in de keuze van een onverdedigbare locatie het hooligansime provoceert is het licht in de ogen niet waard. En toch is het dat wat Euro 2000 doet. Voor de poen, voor de eer, voor de status? Het primaat van de politiek doet in dit geval niet mee.

Bram Peper zegt dat voetbal vrede is. Zou de minister van Binnenlandse Zaken al eens een bezoekje hebben gebracht aan Charleroi? Of is hij zo naïef te denken dat een veldslag bij de buren het evenement in Nederland onbeschadigd laat? Eens dat hooligans de smaak te pakken hebben, springen ze in hun blinde razernij over grenzen, rivieren, bossen en ME-bussen, meneer Peper.

Als Charleroi bloedt dan druppelt het in Amsterdam en Rotterdam en zeker in Eindhoven.