VN negeerden waarschuwingen voor genocide

De VN zijn mede-schuldig aan de volkerenmoord vijf jaar geleden in Rwanda, zo bleek gisteren uit een onafhankelijk onderzoek. Ze hadden moeten ingrijpen. Informatie genoeg.

De Verenigde Naties hebben waarschuwingen voor een ophanden zijnde volkerenmoord in Rwanda stelselmatig genegeerd. Adviezen legden ze naast zich neer. Een overzicht:

augustus 1993 – Een VN-functionaris die de mensenrechtenorganisatie in Rwanda onderzoekt, waarschuwt voor de mogelijkheid van genocide.

11 januari 1994 – Romeo Dallaire, de Canadese commandant van UNAMIR, de VN-vredesmacht in Rwanda, stuurt een fax naar het VN-hoofdkwartier in New York. Hij meldt dat hij vertrouwelijke informatie van een hooggeplaatste Rwandees heeft gekregen. De man heeft opdracht gekregen een lijst op te stellen van alle Tutsi's in de hoofdstad Kigali, bedoeld om de selectie bij uitroeiing te vergemakkelijken. De man heeft ook onthuld wat het geheime scenario is van militante Hutu's die de macht niet met Tutsi's willen delen: een burgeroorlog uitlokken, de Belgische soldaten van de vredesmacht provoceren en desnoods enkelen van hen doden om zo de Belgische terugtocht uit Rwanda te garanderen. Dat is exact het scenario dat drie maanden later wordt uitgevoerd. De man biedt aan om mee te werken aan het ontmantelen van de wapenarsenalen die de Hutu-milities voor de genocide hebben aangelegd.

14 januari – Dallaire krijgt geen toestemming de wapenmagazijnen binnen te vallen. Zo'n actie strookt niet met het mandaat dat de VN-missie gekregen heeft. Iqbal Riza, die destijds tweede man was op de afdeling vredesoperaties, zou later verklaren dat hij de informatie van Dallaire beschouwde als ,,speculatief''. Hij speelde de informatie wel door aan de Verenigde Staten, Frankrijk en België.

maart – Commandant Dallaire pleit voor uitbreiding van het mandaat voor zijn vredesmissie en voor versterking van zijn troepenmacht van 2.500 man.

6 april – De strak georganiseerde volkerenmoord begint met het doden van enkele duizenden Tutsi's en de moord op tien Belgische VN-soldaten. België trekt zich onmiddellijk terug uit de troepenmacht. Het VN-hoofdkwartier is in de eerste plaats geïnteresseerd in de repatriëring van buitenlanders uit Rwanda en de veiligheid van de VN-troepen.

8 april – Commandant Dallaire meldt dat er sprake is van een ,,goed voorbereide, zorgvuldig georkestreerde, doelbewuste terreurcampagne''. Hij voegt daaraan toe dat de situatie zonder de aanwezigheid van UNAMIR ,,nog veel slechter zou zijn''. Hij pleit opnieuw voor uitbreiding van de troepenmacht.

8 april –Franse officieren schatten tijdens een stafvergadering in Parijs dat bij het bloedbad in Rwanda 100.000 doden zullen vallen, eenachtste van het uiteindelijk aantal slachtoffers.

21 april – De VN besluiten om hun troepenmacht terug te trekken uit Rwanda, op 264 man na. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn daar de grootste pleitbezorgers van. De Nigeriaanse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties klaagt dat Afrikaanse mensenlevens ,,kennelijk niet waard zijn om door de VN gered te worden''. Commandant Dallaire zal later verklaren dat de dood van honderdduizenden Rwandezen had kunnen worden voorkomen als het hoofdkwartier naar zijn waarschuwingen en aanbevelingen had geluisterd. De historicus Alison DesForges constateert later in haar boek Leave none to tell the story dat de genocice pas in alle hevigheid op gang kwam nadat de VN tot terugtrekking hadden besloten. Volgens haar had een VN-actie in de eerste twee weken na het begin van de gewelddadigheden een volkerenmoord nog kunnen verijdelen.

29 april – De Nieuw-Zeelander Colin Keating die optreedt als voorzitter van de Veiligheidsraad, stelt voor officieel te erkennen dat in Rwanda sprake van genocide is. De grote mogendheden zijn tegen. De Britse vertegenwoordiger zegt dat de Veiligheidsraad zich met zo'n uitspraak alleen maar belachelijk zou maken.