Verse eieren

Als de brave soldaat Schweijk voor het eerst aan het front komt en ervaart wat daar gebeurt, roept hij in de richting van de vijand: `Niet schieten! Je zou wel eens iemand kunnen raken!'

Scherper dan Jarosloav Hasek het in deze vergeefse waarschuwing van zijn held heeft gedaan, valt de krankzinnigheid van de oorlog niet samen te vatten. Van het rationeel pacifistisch standpunt bekeken, is er dan nog de krankzinnigheid van de krankzinnigheid. Het schieten om te raken heeft in de loop van onze beschavingsgeschiedenis de beste geniën geinspireerd tot hun hoogste prestaties, het aanzien gegeven aan de grootste organisaties, en de mensen het meeste geld afhandig gemaakt om daarmee de grootste verwoestingen aan te richten. Tegen die onovertroffen absurditeit klinkt het intens redelijk protest van Schweijk.

Johan Huizinga noemde de bewapeningsindustrie `aanmaak van oudroest'. Menno ter Braak verbaasde zich bij het zien van de filmjournaals uit de Eerste Wereldoorlog over de soldaten die in looppas de dood tegemoet gaan, en de hospitaalsoldaten die met hun brancards in hetzelfde tempo erachteraan draven om de overblijfselen op te rapen. En dit is de kern van Joseph Hellers Catch-22. Een normaal mens kàn niet anders dan pacifist zijn - niet zozeer uit humanitaire of godsdienstige overtuiging maar louter omdat hij goed bij zijn hoofd is - en de anderen niet.

In zijn vastberadenheid om te overleven maakt de soldaat dan niet in de eerste plaats kennis met de vijand. Op zijn weg naar de veiligheid wordt hij om te beginnen gehinderd door zijn eigen organisatie met haar sluitend systeem van onzinnige voorschriften en de dienstkloppers die op de handhaving van tucht en regel toezien. In Catch-22 worden ruw gezegd twee manieren gegeven om daaraan te ontsnappen. De eerste wordt gegeven door hoofdpersoon Yossarian. In zijn strijd tegen de uit de hand gelopen krankzinnigheid blijft hij hopen dat hij het met zijn redelijkheid zal winnen. Hij simuleert. Hij verklaart dat hij gek is. En catch-22 zegt dan dat iemand die op zo'n begrijpelijke manier kan uitleggen dat hij gek is, voldoende verstand heeft om niet te worden afgekeurd, maar zijn bommen op de vijand kan blijven gooien, zoals het vaderland van hem verwacht.

De andere manier is die van Milo Minderbinder. Er is een school van Heller-exegeten die in hem de vertegenwoordiger van een gewetenloos kapitalisme zien. Als hij tenslotte zijn eigen vliegveld bombardeert omdat hij heeft berekend dat dit goed is voor de `Company' waarin iedereen een aandeel heeft, ben je geneigd het met deze uitleg eens te zijn. Maar we kunnen het ook op een andere manier verklaren. Minderbinder heeft gezien dat als iemand zich wil drukken, hij daarbij catch-22 alleen kan ontlopen door absurditeit met meer absurditeit te beantwoorden.

Het begint ermee dat hij Major de Coverly zwijgend een ei laat zien. `Wat is dat?' vraagt de majoor eindelijk. En dan komt de volgende dialoog. `Wat voor soort ei?' vroeg de majoor. `Een hard gekookt ei', antwoordde Milo. `Wat voor hard gekookt ei?' vroeg de majoor. `Een vers hard gekookt ei', zei Milo. `Waar komt dat ei vandaan?' vroeg de majoor. `Van een kip', zei Milo. `En waar is die kip?' vroeg de majoor. `Die kip is op Malta', zei Milo. De majoor wil weten hoeveel kippen er op Malta zijn. Voldoende om de hele officiersmess iedere dag van verse eieren te voorzien, maar dan moet Milo wel een vliegtuig hebben om ze te halen.

Hij krijgt zijn vliegtuig. Na verloop van niet lang bevliegt het halve squadron het Middellandse Zee gebied om overal boter, kaas en eieren vandaan te halen, verse aardappelen. Ook buitgemaakte Duitse vliegtuigen worden in dienst gesteld. De Company van Milo is dag en nacht in de weer om dit Nieuw Luilekkerland te bevoorraden. En dan loopt het op de bovenvermelde en nog een andere manier mis. Daarmee is deze ondernemer zichzelf ontrouw geworden. Zijn aanvankelijke antwoord op de absurditeit ligt in de grotere absurditeit: het stichten en met succes uitbreiden van een handelspost in het oorlogsapparaat; en dit onder ieders bijval.

Met Yossarian loopt het op het nippertje goed af, zoals we weten. Zo wordt hij door Heller beloond. Maar het boek heeft meer dan één moraal. Niet meer dan een kilometer achter de fronten begint de greep van de krijgstucht al te verslappen. Daar ontstaat, om de de terminologie te blijven, een machtsvacuüm, dat onherroepelijk wordt gevuld door de corruptie. Dit vind ik één van de mooie kanten aan deze geschiedenis: hoe in tijden van krankzinnigheid de redelijkheid zich als corruptie aandient.