`Vakman in de bouw is zeker van werk'

Het nijpend tekort aan personeel leidt overal tot problemen. En de economische groei kan er door worden belemmerd, aldus een enquête door de Kamers van Koophandel. Deel 5: de bouw.

Het is nat en kil rondom de woning aan het afgelegen Slikstraatje in Rijsbergen. Een bouwkeet, opgestapelde materialen. Hier werkt `Bouwbedrijf Balemans' aan een grote renovatieklus. Metselaar L. Remie houdt van zijn werk, zegt hij, terwijl hij een sjekkie opsteekt. ,,Gelukkig zijn er in onze branche tegenwoordig banen genoeg. Ik heb aanbiedingen zat, ook al ben ik bekant 53 jaar. Als je je handen meeneemt, kun je overal aan de slag.''

De bouw met circa 370.000 werknemers kampt met ,,een ernstig tekort aan personeel'', vertelt M. van der Ent. Hij is hoofd arbeidszaken van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de grootste werkgeversorganisatie in de woningbouw, de utiliteitsbouw en de weg- en waterbouw.

Van der Ent: ,,Wat het hoger personeel betreft – ingenieurs, techniek en administratie – heeft de branche al jarenlang te weinig mensen. En nu is er ook een conjunctureel gebrek aan handarbeiders. De behoefte gaat op en neer met de omvang van de bouwproductie. En die is thans hóóg.''

De werkgevers doen van alles om aan personeel te komen: adoptieplannen voor scholen, opleidingen, gesprekken met gemeenten om langdurig werklozen voor de bouw interesseren, en de wegenbouwers gaan met bussen de scholen langs.

Andere ondernemingen maken gebruik van headhunters, selectiebureaus en advertenties. P.Lelieveld, directeur P en O Bouw en Vastgoed van de Hollandse Betongroep: ,,Wij hebben gedacht aan een radiospotje. Maar zo'n spotje kan negatief overkomen bij klanten, die denken van: hé, die HBG heeft te weinig personeel. Zal dat bedrijf de klus wel op tijd klaar hebben?''

Het is volgens Van der Ent moeilijk te zeggen hoeveel vacatures er precies zijn, ,,omdat bouwbedrijven slechts 20 à 25 procent van hun bouwvakkers via de arbeidsbureaus in dienst nemen. Het grootste deel werven ze met mond-tot-mondcontacten''. Veel bouwvakkers met een eenmansbedrijf – het zijn er in Nederland ruim 20.000 – bieden de grote aannemers de helpende hand. Bovendien komen nu veel arbeidskrachten uit Engeland en Ierland, vertelt Van der Ent, maar precieze aantallen heeft hij niet.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er eind 1998 in totaal 8.800 vacatures waren. De komende jaren is er in de bouw een tekort van zeker 10.000 tot 15.000 instromers, zegt C. van Vliet, directeur van de Sectorraden Bouwbedrijven, een paritaire instelling van werkgevers en werknemers, die adviezen geeft over sociale verzekeringen en de arbeidsmarkt. Deze bedrijfstak met 80.000 arbeidsongeschikten (,,een erfenis uit de jaren zeventig en tachtig'') ligt volgens hem kennelijk niet goed genoeg in de markt.

Hoe komt dat? Van Vliet: ,,Ik kijk maar naar buiten, het regent. Dan kan ik mij voorstellen dat mensen zich afvragen: word ik nog stratenmaker?''

Wie als geschoold vakman in de bouw aan de slag wilde, ging vroeger naar de Ambachtsschool, die later de Lagere Technische School (LTS) heette. Vervolgens veranderde de naam in Voorbereidend Beroepsonderwijs (VBO) en vanaf dit jaar gaan kandidaat-bouwvakkers naar het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO), waar de praktijk minder aan bod komt dan op de Ambachtsschool of de LTS. Dat laatste leidt tot kritiek bij een aantal aannemers. Die roepen dan: `Ik heb niets aan die VBO'ers. Als ze bij je komen werken, kunnen ze nog geen spijker in de muur slaan.'

Directeur J. Balemans van het gelijknamige Bredase bouwbedrijf: ,,Ik vind het juist een pluspunt dat ze een VBO- of VMBO-diploma hebben. Die jongelui hebben, bijvoorbeeld, maatschappijleer gehad. Ze kunnen beter dan de LTS'ers communiceren met klanten en dat is heel belangrijk. Het vak leren ze bij mij wel.''

Na het VBO gaan jonge werknemers als betaalde leerling aan het werk. Ze zijn vier dagen per week bij een baas en volgen één dag een cursus in speciale, door de werkgevers gefinancierde centra. Daarvan zijn er circa veertig voor de bouw, negen voor de grond-, weg- en waterbouw en twintig voor de afwerksector voor onder andere schilders en stucadoors. Er bestaan 55 samenwerkingsverbanden van aannemers, waar zes- à zevenduizend jongeren (met loon) vier dagen per week werken.

Rijnmond-Bouw in Schiedam is er één van. Bedrijfsleidster L. van der Harg: ,,We leiden tieners op tot metselaar of timmerman. Kandidaten, mensen met Mavo of een jaartje MTS, doen eerst toelatingsexamen – theorie en praktijk. We zijn geen bedrijf: de deuren en ramen die we maken worden niet verkocht. Anders concurreren we met de 135 bij ons aangesloten bouwondernemingen.'' Bij Rijnmond-Bouw zijn momenteel 105 aspirant-bouwvakkers actief, van wie 16 procent allochtonen.

Aannemers investeren per jaar in totaal 180 miljoen in het opleiden van jongeren, aldus Van der Ent van het AVBB. De sector heeft mensen met een goede opleiding ,,veel te bieden'', vult Van Vliet (Sectorraden Bouwbedrijven) aan. Hij wijst erop dat een vakman in deze sector zeker is van werk, ook in de toekomst. ,,Nog een pluspunt: de beloning is goed en de werkweek telt, via roostervrije dagen, slechts 36 uur.''

Leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot een groot verloop? ,,Nee'', zegt Van Vliet. ,,Bouwbedrijven kopen nauwelijks nog werknemers bij collega's weg. Ze beseffen dat dat alleen maar leidt tot hogere loonkosten. Zeker, de bazen proberen hun personeel te paaien met lease-auto's, met andere voordeeltjes of gratis cursussen.''

Desondanks beschikken de aannemers over te weinig werknemers. HBG Bouw en Vastgoed oordeelde dat de bouwbranche zich ,,onvoldoende profileert in de krappe markt''. Het tekort wordt zo nijpend ,,dat we nog ongekende middelen gaan aangrijpen om het probleem op te lossen. Heel veel vrouwen inzetten bijvoorbeeld''.

Van Vliet betwijfelt zeer of dat haalbaar is. ,,De afbouwsector, waaronder schilders en stukadoors, streeft naar een instroom in het leerlingwezen van dertig procent vrouwen en allochtonen. Dat lukt. In die categorie gaat het goed. Elders niet. In de andere sectoren is de aanvoer van de schoolverlatersmarkt niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief onvoldoende. De bouw heeft bij jongeren te maken met forse concurrentie uit andere sectoren.''

Metselaar J. Remie heeft het er moeilijk mee. ,,De jeugd mist tegenwoordig de goede mentaliteit'', zucht hij in de bouwkeet te Rijsbergen. ,,Ze zijn bang voor de kou en een bietje regen. Vroeger was dat allemaal heel anders.''