Sexy Mefistofeles

Patrícia Melo debuteerde in Brazilië in 1995 als romanschrijfster met de thriller De killer, die twee jaar later in het Nederlands werd vertaald. Eerder had ze al een verhalenbundel gepubliceerd en filmscripts geschreven. De killer werd een internationaal succes, en in 1998 verscheen haar tweede roman, Lof van de leugen, die nu onder de titel Liegen duurt het langst – helaas met nogal wat zetfouten – in het Nederlands is uitgebracht.

Melo's tweede roman is minder verrassend dan haar eerste en in veel opzichten conventioneler, maar ook een stuk humoristischer. De bewonderenswaardige tour de force die zij in De killer maakte door een genuanceerd portret te schilderen van een kruimelgangster en daarbij geheel te blijven binnen diens eigen beperkte gezichtspunt en woordenschat, heeft in haar nieuwe boek plaats gemaakt voor een vlotte satire, waarin ze vooral het Braziliaanse bestseller-wezen op de korrel neemt.

Melo's hoofdpersoon lijkt regelrecht gemodelleerd naar de new age-auteur Paulo Coelho, die met zijn commerciële mystiek miljoenen boeken verkoopt aan een wereld die onverbeterlijk bedrogen wil worden. Dat doet ook José Gruber, aanvankelijk broodschrijver van stuiverromans die – steevast onder Amerikaans pseudoniem – in kiosken worden verkocht. Gruber schrijft twee boeken per maand en plundert de halve wereldliteratuur om aan plots te komen. In de voorstellen die hij per e-mail aan zijn uitgever stuurt, waren de schimmen rond van Conan Doyle, Agatha Christie, Dostojevski en de Braziliaanse thriller-grootmeester Rubém Fonseca, aan wie Melo deze roman heeft opgedragen.

Meteen al aan het begin van het boek leert Gruber de slangenfokster Fúlvia Melissa kennen, een soort Mefistofeles van de meer aantrekkelijke soort. En plotseling gaat het hem professioneel voor de wind. Hij mag zelfhulp-boeken gaan schrijven met titels als Verwen jezelf, vol meditatie-oefeningen voor een beter levensgevoel. Hij wordt rijk. Maar Fúlvia eist haar tol: de dood van haar echtgenoot en een huwelijk met Gruber. Zoiets valt met enige moeite te regelen.

Vanaf dat moment gaat het tegelijk bergop- en bergafwaarts met Gruber. Hij schrijft een religieuze bestseller (Gesprek met de Schepper) en wordt nòg rijker, terwijl zijn handen vuiler en vuiler worden. Niet alleen omdat hij zich als auteur moet bekwamen in een almaar groter cynisme, maar ook omdat bedrog, verraad en moord hem moreel steeds verder naar beneden trekken. En dan, op het dieptepunt van het boek, zorgt Melo voor een verrassende ontknoping. Er gebeurt niets: geen straf, geen ondergang, geen hellevaart. De vuile zaakjes van Gruber lossen zichzelf op en hij kan zich met een nieuwe geliefde ongestoord wentelen in zijn rijkdom. `En toen begonnen we alles te vergeten. Dat wil zeggen, min of meer. Bijna alles.' Zo eindigt het boek. Dat is niet de anti-climax die het op het eerste gezicht lijkt. Veeleer maakt dat laconieke einde duidelijk hoe betrekkelijk schuld en wroeging zijn en hoe gemakkelijk er zelfs over de ergste misdaden heen te leven valt. Het is dezelfde onthutsende les die Woody Allen in Crimes and Misdemeanors gaf en die niet wordt verzacht door het ogenschijnlijke voorbehoud (`Bijna alles') in Grubers laatste woorden. Met dat ongemak laat Patrícia Melo de lezer achter, als met een kleine zweepslag na een hilarisch boek waarin de lach verstart.

Patrícia Melo: Liegen duurt het langst. Uit het Portugees vertaald door Piet Janssen. Wereldbibliotheek, 192 blz. ƒ29,75