Race in cartoonland

Crash Bandicoot is voor Sony wat Super Mario is voor Nintendo en Sonic the Hedgehog voor Sega: de gezichtsbepalende getekende held uit hun best verkochte spelletjes. Onlangs verscheen Crash Team Racing, een uitstekende `cartoonracer' voor de PlayStation, met een hoofdrol voor Crash Bandicoot. Crash kenden we al van drie kleurige, semi-driedimensionale platformspellen gesitueerd op eilandjes in de Stille Oceaan en die bij herhaald spelen vol onverwachte uitdagingen en vondsten blijken te zitten.

Cartoonracers zijn tekenfilmachtige racespellen waarin meestal personages uit bekende spellen figureren. Het is ondertussen traditie geworden dat er in dit genre in karts (skeltertjes) gereden wordt, dat er power-ups met extra energie van de baan geraapt kunnen worden, dat er geheime tussendoorweggetjes te ontdekken zijn en dat er uitdagende multiplayer- en battle-modi aanwezig zijn, zodat je met meer spelers en op verschillende manieren de races kunt beleven.

Deze traditie werd in 1989 gevestigd door Super Mario Kart, een spel waarin Nintendo zijn loodgietende spelkarakter Super Mario eens iets anders wilde laten doen dan rondrennen en monsters uitschakelen. Dit pakte zo goed uit dat dit spel nu, tien jaar na zijn conceptie, nog steeds door jong en oud gespeeld wordt en nog altijd nieuw in de winkels ligt. Er zijn zelfs mensen die een verouderde Super Nintendo spelcomputer kopen louter om Super Mario Kart te kunnen spelen.

Super Mario Kart werd al gauw gevolgd door een vergelijkbaar spel voor Sega's Mega Drive: Street Racer. Hierin neemt allerlei straatschorem het in opgevoerde skelters tegen elkaar op. Geen onaardig spel, maar het camerastandpunt was zo hinderlijk laag dat je er draaierig van werd. Toen de PlayStation op de markt kwam, verscheen ook hiervoor al snel een cartoonracer: het Japanse Motor Toon, een serie waarvan in Europa alleen Motor Toon 2 verscheen. Hoewel dit één van de best geprogrammeerde spellen uit de begintijd van de PlayStation was, had het hier weinig succes. De zoete kleurtjes en schattige karakters waren blijkbaar te Japans voor de westerse smaak.

Cartoonracing bereikte nieuwe hoogten met de komst van de Nintendo 64 en de spellen Mario Kart 64 en Diddy Kong Racing. Mario Kart 64 is even vermakelijk als Super Mario Kart. Een pluspunt is de mogelijkheid om met vier spelers op één scherm tegen elkaar te racen. Helaas zijn daarom de banen extra lang gemaakt, wat het alleen spelen saai maakt. Diddy Kong Racing wist dit nadeel door de ingebouwde adventure-elementen met succes te omzeilen.

Hiermee leek Nintendo de Koning der Cartoonracers, ware het niet dat er de afgelopen maand maar liefst drie skelterspelletjes voor de PlayStation uitgekomen zijn. Het teleurstellende Chocobo Racing met personages uit de Final Fantasy-serie, het leukere Speed Freaks waarin de skeltertjes door bizar uitgedoste kleuters worden bestuurd, en het uitzonderlijke Crash Team Racing.

Dit laatste spel is zó goed geprogrammeerd dat het uit Sony's 32-bit machine net zoveel weet te halen als zijn concurrenten uit Nintendo's in principe veel krachtiger 64-bit machine. Daarnaast zijn er allerlei locaties en objecten uit de andere Crash Bandicoot-spellen in verwerkt, waardoor er volop continuïteit is. Tenslotte kun je het spel met zijn vieren spelen (daarvoor heb je wel `MultiTap' nodig) waarbij de beeldkwaliteit van de vier kleine schermpjes niet onderdoet voor die van het hele scherm.

Omdat meermans-opties dit soort spellen hun lange levensduur geven, zou Crash Team Racing wel eens een zeer lange adem kunnen hebben en moeten Mario Kart 64 en Diddy Kong Racing zich opmaken voor zware concurrentie. Tenzij natuurlijk Mickey's Adventure Racing, gemaakt door Nintendo en Disney, volgend jaar roet in het eten gaat gooien.