La Niña spoelt sloppenwijken weg

De ergste overstromingen in vijftig jaar hebben in Venezuela gisteren ten minste 137 mensenlevens geëist. Honderd anderen worden vermist en 36.000 mensen zijn dakloos geworden.

,,Blijf binnen'', roepen radio en televisie al sinds de vroege ochtend. ,,Ga alleen naar buiten om op uw dak te klimmen, wanneer uw huis is overstroomd.'' Eenmaal buiten, blijkt de oproep niet overdreven. Ook in de Venezolaanse hoofdstad Caracas zijn de straten veranderd in kolkende modderstromen. Als malle pingpongballen drijven de auto's in het water. Tussen het meegesleurde afval waden mensen, langs het Paleis voor Schone Kunsten, langs het chique Hilton-hotel. Sommigen dragen stukken huisraad op hun schouders. Anderen dekens, scheppen, hulpgoederen. De metro is volgelopen, de uitvalswegen zijn weggeslagen, het banksysteem ligt plat, de luchthaven is gesloten, en in de meeste wijken is de electriciteit afgesloten.

In de stromende regen lukt het de wijk San Bernardino te bereiken. Eén van de honderden sloppenwijken die tegen de heuvels van Caracas zijn aangegroeid. Het is of een modderkwijlende reuzentong met één gigantische lik de wijk heeft weggevaagd. Een kooktoestel, gebroken kerstballen, een damesschoen. Dat is wat er over is van het leven in de honderden huisjes, die door de regen letterlijk van de berg zijn afgespoeld.

,,Kijk uit, want deze brug stort zometeen in'', zegt een reddingswerker. Samen met een collega takelt hij iets uit de modder. Wanneer hij het vastpakt wordt duidelijk wat het is. Het is een been. Een mensenbeen. Bij de heup afgerukt. Het blanke bot van het bovensbeen steekt uit het vlees. Ik kijk naar de voet, een bemodderde voet. Een kindervoet. Een stuk van een kind dat door de stroom is meegeleurd uit zijn huis. Een soldaat neemt het kinderbeen, en stopt het in een grijze vuilniszak. Hij zet de zak op de brug naast de andere zakken, naast de andere mensen waarvan de verscheurde lichamen nog moeten worden geborgen. ,,Twee, vijftig? Geen idee'', zegt de reddingswerker op de vraag hoeveel mensen hier nog liggen. Volgens de brandweer zijn het er honderd, maar volgens de rondstappende legercommandant nog veel meer. Hij wordt onderbroken door een druipnatte man. Hijgend vertelt deze dat, daar, in die buurt verderop, zeventien mensen op een dak in de modderstroom zitten. ,,Er is niemand. Het huis begeeft het. Ga er naartoe'', smeekt de man. De commandant pakt zijn mobilofoon. Maar voordat hij iets kan zeggen kraakt het bericht dat in de sloppenwijk Del Valle een heel stuk berg naar beneden is gestort.

,,De zondvloed'' noemen de mensen in Venezuela inmiddels de krankzinnige regenval die het land treft. Sinds afgelopen woensdag de nieuwe grondwet van president Chávez per referendum werd aangenomen, heeft het niet meer opgehouden met regenen. Het zwaarst getroffen is het noordelijke kustgebied Vargas. In negen noordelijke deelstaten is inmiddels de noodtoestand afgekondigd. Helikopterbeelden geven inderdaad de indruk van het ,,einde van de wereld''. Hele dorpen en steden zijn in Vargas de zee ingespoeld. Soms zijn de kleine stipjes te zien van mensen die op de daken zwaaien om hulp. Maar, zoals Caracas door wegverzakkingen van de buitenwereld is afgesloten, zijn ook Vargas, en zeven andere deelstaten onbereikbaar voor hulp over land.

De ramp in Venezuela is het gevolg van La Niña. Het metereologische zusje van El Niño, het oceanografisch fenomeen dat vorig jaar in het hele gebied rond de Stille Oceaan voor aanhoudende droogte zorgde. La Niña doet het omgekeerde. In 24 uur tijd is meer water naar beneden gekomen dan in de hele rest van het jaar. In het (bij-)gelovige Venezuela worden echter heel andere verklaringen voor de ramp gezocht. Sommige tegenstanders van president Chávez menen dat de overstromingen ,,de straf van God'' is. ,,De situatie is catastrofaal: Dit is Gods toorn'', zei de burgemeester van Caracas, Antonio Ledezma. Volgens hem zou de toorn van de Heer zijn opgewekt door de heftige verbale campagne die Chávez de afgelopen weken tegen de katholieke kerk heeft gevoerd. De kerk keerde zich openlijk tegen de nieuwe grondwet, toen bleek dat daarin het recht geboorteperking werd vastgelegd. Chávez liet zich niet onbetuigd, en stelde dat ,,onder de rokken van de priesters de duivel huist''. Intussen is het echter niet de president of God, maar zijn het de mensen zelf, gecoördineerd door de media, die voor de meeste hulp zorgen. ,,In de wijk Pastora zijn gaslekken ontstaan. Maakt onmiddellijk dat u wegkomt.'' Of: ,,Het opvangstadion heeft inmiddels genoeg antibiotica en drinkwater. Dank u mensen, voor de hulp.''