Hemel op aarde

Voortleven in de media is het hoogst haalbare voor de doden geworden. Aflevering 50 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Onsterfelijkheid is niet meer wat het geweest is. De twee Amerikaanse schooljongens die dit voorjaar twaalf medescholieren en zichzelf doodschoten op Columbine High School, hielden hun blik vast op het nageslacht gericht. Ze zagen zichzelf als doden die in de hoofden van de levenden zouden blijven spoken. Waarom ze het deden? Om ons die vraag te laten stellen, zonder ooit het antwoord te vinden. Ha ha! Op de videobanden die ze maakten in de weken voorafgaand aan de aanslag, stellen ze zich ons voor, achteraf. Ze zien het al voor zich hoe hun ouders zichzelf verwijten maken: waarom hebben we niet met ze gepraat, waarom hebben we hun kamers niet doorzocht? Hun verhaal zien ze de wereld overgaan; deze tapes zullen overal op televisie vertoond worden, hun bizarre verbond zal ongetwijfeld worden verfilmd. Wordt het Spielbergs humanisme of het swingend cynisme van Tarantino? De jongens voelden zich gekrenkt en vernederd, en nu willen ze postuum beroemd worden. Hun bestaan was ondraaglijk, maar ze willen wel voortleven bigger than life.

Ze zeggen zeker te weten dat ze ergens naartoe gaan, `waar het beter is'.

A better place. Dat moet ons medialand zijn.

De tapes van het tweetal zijn nog niet vrijgegeven, alleen een verslaggever van Time mocht ze bekijken, maar uiteindelijk zullen ze een aandenken worden dat typisch is voor onze tijd: de momentopname als monument. Hun actie hadden ze de naam Judgment Day gegeven, en de tapes vormen inderdaad hun Laatste Oordeel over zichzelf. Hun geest zal voor altijd gevangen blijven in die beelden vol verwarring, pogingen tot zwarte humor en haat.

In een verhaal van de Amerikaanse schrijver Edmund White hoort een Amerikaan van middelbare leeftijd via het balkon van zijn Griekse hotelkamer een stem die keer op keer hetzelfde zegt. Zijn buurman, zo blijkt, speelt voortdurend hetzelfde bandje uit zijn antwoordapparaat af, met de stem van zijn kort daarvoor gestorven geliefde. De stem van de gestorven minnaar brengt hem weer een moment terug, maar dat is schijn. Hoe vaker de man het bandje afdraait des te verder lijkt zijn geliefde van hem verwijderd. Dag na dag zwelgt de man in zijn onmacht en verdriet.

Onmacht is het woord. De twee jongens uit Colorado probeerden in onze wereld voort te leven door een apocalyps te organiseren. Hun nagedachtenis kunnen ze zich alleen voorstellen in wereldse termen; door er niet meer te zijn, zijn ze sterker dan ooit aanwezig. De rouwende man tracht het contact vast te houden met de dierbare dode, tegen beter weten in. Het geluid van de stem voldoet niet als blijvend monument voor zijn gestorven geliefde. De achterblijver moet vertrouwen op zijn geheugen, op de associaties van voorwerpen. Hij heeft geen vastomlijnd idee van een leven na de dood. Zijn persoonlijke herinneringen zullen de nagedachtenis aan de dode levend moeten houden, hij is niet in staat vaste vorm te geven aan zijn verdriet. Deze man, stel ik me voor, is niet gelovig, er staat hem geen kerk bij met vaste tradities en rituelen. Zijn geliefde is waarschijnlijk gecremeerd en verstrooid tijdens een eenvoudige plechtigheid onder vrienden. De samenleving heeft beleefd een stap terug gedaan en hem alleen gelaten met zijn verlies.

Het oude, christelijke ritueel ontnam je het zicht op waar het werkelijk om gaat: het directe contact met degenen die je dierbaar zijn en dood. Het werd afgeschaft en vervangen door een een dodenritueel dat zich laat vergelijken met de moderne beeldende kunst. In principe is alles mogelijk. In grote delen van de westerse wereld staat onze omgang met de doden steeds meer in het teken van de inviduele zelfontplooiing. Zoals de rest van de samenleving zijn nu ook onze doden stevig geëmancipeerd en door en door individualistisch geworden. Je mag muziek laten horen of niet, je mag mantra's laten uitspreken of kindergedichten, er kan gezongen worden of gemimed. Je mag het helemaal doen zoals je het wilt, want het moet persoonlijk zijn.

Die ontwikkeling heeft lang een bevrijding geleken. Geen loze stoplappen meer, geen ongeïnspireerde diensten, geen verkalkte nagedachtenis. Ons rest een omgang met onze naaste doden die alleen nog persoonlijk is, niet langer meer publiek. Maar met het vertrek van de doden uit het publieke domein, werden ze ook steeds moeilijker bereikbaar voor onszelf. Waar waren ze nu? Eerst werd de hel afgeschaft, toen de hemel. Het persoonlijke raakte los van het algemene, het tijdelijke los van het eeuwige, het aardse werd voorgoed gescheiden van het hemelse.

Dat is het probleem met onze de doden: ze zijn zo verschrikkelijk dood. Letterlijk waren ze ze altijd al onzichtbaar, nu zijn ze dat ook figuurlijk geworden. We kunnen hen ons niet meer goed voorstellen op een andere, betere plaats, we koesteren geen grote verwachtingen meer met betrekking to hen, zoals een algehele wederopstandig of een Laatste Oordeel. We herdenken ze nog wel publiekelijk, zoals op 4 mei, maar steeds minder en met minder overtuiging. Doden staan niet meer in aanzien, want ze bevinden zich niet meer op een betere plaats, en dus hebben ze ook nauwelijks meer een functie. De doden wijzen ons niet vanuit het graf op onze morele plichten, sporen ons niet meer aan tot goed gedrag. Ze vormen inmiddels de meest achtergestelde groep in de samenleving.

De enige wijze waarop de doden nog publiekelijk van zich doen spreken, is wanneer ze hun geld nalaten aan goede doelen. De meeste rijken vinden het tegenwoordig echter zonde om te met gulle gaven wachten tot ze dood zijn. In de hemel lopen geen cameraploegen rond. Bill Gates en Ted Turner doen hun miljardenschenkingen dan ook liever bij leven en welzijn. Hun nagedachtenis kan hen gestolen worden.

En de doden? Ze trekken zich terug in onze herinneringen waar ze een langzame tweede dood sterven. Wanneer wij er niet meer zijn, wie zal zich hen nog herinneren? Er zijn geen monumenten voor hen opgericht, en vaak geen graf- of gedenkstenen. Met andere woorden: ze hebben geen maatschappelijke context meer. Thuis zijn er veel, heel veel home-movies en wellicht nog een paar casettebandjes uit het antwoordapparaat. Dat is alles, of bijna alles. Op het eerste gezicht lijkt dat meer dan vroeger, omdat je tegenwoordig de doden weer levend voor je kunt zien, maar ze blijven gevangen in dat eeuwig hier en nu.En de onsterfelijkheid? Moderne doden willen niet meer herdacht worden, ze willen beroemd worden. Voortleven doe je door net te doen alsof je helemaal niet dood bent. Want de twee schooljongens uit Colorado hielden er een actuele opvatting van onsterfelijkheid op na: ze zagen hun nagedachtenis als een voortdurende aanwezigheid in de media. Hun levens moesten het onderwerp zijn van talkshows, documentaires en speelfilms. Hun hiernamaals konden ze zich alleen maar voorstellen als een tot de oneindigheid uitgerekt hier en nu. Niet de eeuwigheid, maar het moment. Of liever: het eeuwige leven in het tijdelijke.

Dat is hard werken. Deze week halen ze nog het omslag van Time, met hun tapes. Volgend jaar zijn ze geschiedenis geworden.