Gezicht

Ik probeer je gezicht

Van buiten te leren.

Geen haar mag ontbreken

Aan het beeld in mijn hersens,

Geen haar, ook geen ooghaar,

Geen wenkbrauw, geen vlekje,

Niet het vel om je mond,

Waar het soms wit als melk is,

Langs de rand van je lippen,

Waar je mondhoek omlaag gaat,

Alsof je moet lachen,

Alsof je je inhoudt.

En je ogen, zo helder,

Met licht uit de hemel.