Een schoenpoetskist voor Peter

Rob en Dafne de Jong reizen op hun motor met zijspan de wereld rond. In de zijspanbak reizen honderden kindertekeningen mee uit Nederland en 31 andere landen, waaronder tekeningen van lezers van de Kinderpagina. Aan de hand van die tekeningen vertellen Rob en Dafne aan kinderen onderweg over de landen waar ze door gekomen zijn. Hier een verslag van beide Nederlandse reizigers uit Ethiopië, een land in het oosten van Afrika.

Het begint al licht te worden als Peter Indalo (13) eindelijk zijn ogen even dicht kan laten vallen. Het is niet veilig om op straat te slapen, maar Peter heeft geen huis. Nu de regentijd is begonnen is het ook moeilijk een droog plekje te vinden, maar een bed in het armenhuis kost 3 birr (75 cent) en dat heeft Peter niet altijd. Over een half uurtje zal het alweer druk zijn op straat en is het tijd om naar de kruidenier te gaan. Misschien moet mijnheer Tadesse nieuwe voorraden voor zijn winkel halen en mag Peter hem helpen. Peter zijn maag rammelt en hij hoopt van mijnheer Tadesse wat eten te krijgen.

We rijden ons zijspan de straten van Gondar in en Peter heeft ons gelijk in de smiezen. ,,Schiet op Johannes, er zijn toeristen en kijk eens, wat een mooie motor!" roept hij opgewekt uit. Voor toeristen kunnen ze vaak werkjes doen, zoals boodschappen. Of ze gaan met ze mee naar de markt en zorgen overal dat ze niet teveel hoeven te betalen, want de mensen op de markt vragen zomaar een twee of driedubbele prijs als ze toeristen zien. Hoe meer geld de toeristen zo uitsparen, hoe meer Peter en zijn vriendje Johannes (11) zullen krijgen.

`Hello, how are you?' groeten Peter en Johannes ons zodra we stoppen in goed Engels. We hebben lange tijd niet zulk goed Engels gehoord en we groeten de beide jongens terug. `Is er hier ergens een goedkoop hotel waar onze motor naar binnen kan?' vraagt Rob de jongens en we worden gelijk op sleeptouw genomen.

Peter, die deze naam speciaal voor de toeristen heeft gekozen (zodat ze hem kunnen onthouden), loopt voor ons uit en we zien dat hij zijn ene voet helemaal verdraaid en half op de zijkant neerzet. Zo'n voet heet een klompvoet. Peter heeft er veel last van en, alsof dat nog niet genoeg is, wordt hij er ook nog veel mee gepest.

Na de markt gaan we ergens een lekker glas mangosap drinken. Wij vragen Peter waar hij zo goed Engels heeft geleerd en Peter vertelt trots dat hij naar school gaat. Zijn boeken en zijn schooluniform mag hij bij mijnheer Tadesse neerleggen nadat hij in de schoolbibliotheek zijn huiswerk gemaakt heeft. Daarna gaat hij weer op zoek naar werk en wat te eten.

Peter houdt van kletsen en als we hem de volgende dag na school weer tegenkomen, horen we hoe zijn vader overleed en zijn moeder hem kort daarop ook verliet. `Misschien is ze in Addis Ababa, de hoofdstad van Ethiopie,' zegt Peter. Peter was toen 9 jaar oud en heeft sindsdien op straat geleefd. Zijn boeken voor school spaart hij zelf bij elkaar en een keer kreeg hij van een toerist een nieuw schooluniform. Schoolgeld hoeft hij niet te betalen.

Peter is `een goede jongen," zegt mijnheer Tadesse als we wat boodschappen komen doen en we zijn het met hem eens.

Eigenlijk zouden we Peter graag willen helpen. Die voet plaagt hem zo en hij loopt ongelukkig, en toch is hij opgewekt en vol levenslust.

Peter wil graag dokter worden, zodat hij alle gehandicapte straatkinderen kan helpen en is vastbesloten daar keihard voor te werken. Hij zou graag net als Johannes een schoenpoets-kistje willen hebben, maar daarvoor heeft hij zeker 50 birr (12,50 gulden) nodig en Rob en ik besluiten dat voor hem te kopen. ,,Nu heb ik een echte baan,'' roept hij verrukt uit en staat erop onze schoenen te poetsen.