Een droom vol speelgoed

Alleen maar uiterlijk en geen verhaal, zeiden de critici over `Star Wars, The Phantom Menace'. Dat maakt de film nu juist zo briljant, vindt Dirk van Weelden.

Als ik er al op uit was geweest de film Star Wars Episode 1, The Phantom Menace een slechte film te vinden, dan was me dat niet gelukt. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is het ruimteschip van Amidala, koningin van de planeet Naboo (J-type 327 Nubian sterreschip). De tweede reden is de scène waarin het volk van de Gungans, een kruising tussen kikkers en indianen, ten strijde trekt tegen een legermacht van broodmagere robots. Episode 1 bevat beelden van een kracht en een vreemdheid die het gros van de hedendaagse computer– en videokunst tot kleuterklasgefröbel degraderen.

Koningin Amidala's ruimteschip is verreweg het mooiste ruimteschip dat ooit is bedacht. Het belichaamt in een enkel beeld een verfijnde, om niet te zeggen precieuze cultuur. Tegelijkertijd gaat er echter iets krachtigs en superieurs van uit. Het is volledig met stralend chroom overdekt, is onbewapend en het ziet er uit of het ook geen wapens nodig heeft. Het schip is het langst in beeld tijdens de majestueuze landing in een woestijn. Na afloop van deze scène zat ik met een brok in mijn keel.

De Gungans zijn mensachtige kikkers met lange flaporen en lange benen. Ze bewonen een onderwaterstad in een uitgestrekt moeras. Maar als er een leger vechtrobots landt, leggen ze hun schuwheid af en trekken ze ten strijde. Ze rijden op amfibische loopvogels met dinosauruslijven. Hun uitdossing, met veren en pakken uit leren lappen doet indiaans aan. Op het eerste gezicht zijn ze knullig bewapend met slingers, speren en onhandig ogende geweren. Ze beschikken ook over organisch uitziende werptoestellen die de vijand met bollen elektrische energie kunnen bestoken. Het is een massascène in een onmetelijk grasland, gezien door een extreem wijde lens. Maar er zijn ook schitterende close ups van Gungan krijgers en details van hun uitrusting.

De Gungans betreden het strijdperk met een kinderlijke kalmte. Of zeg maar gerust, mafkezige zelfverzekerdheid. De veldslag die volgt is grotendeels slapstick en minder mooi dan de minuten van relatieve stilte, waarin de kikkerindianen, trots, sloom en zonder een spoor van fanatisme, een ongelijke strijd tegemoet marcheren. Op de heuvels in de verte staat de vijand, honderdduizenden vechtrobots, uitgerust met reusachtige luchtschepen, tanks en laserblasters. Omdat je een ramp voorziet, heeft hun naieve eigenwijsheid iets hilarisch. Maar de scène, die het moet hebben van verwondering om de gedetailleerde aanblik van het Gunganleger en om hun rust, roept ook in zijn ontkende kwetsbaarheid, hun waardigheid op. In al zijn mallotige vreemdheid is het een ontroerend moment.

Bordkarton

In een recensie van de film, ik meen in de Volkskrant, beschreef de recensent zijn teleurstelling. Hij vond de plot maar schematisch en weinig boeiend. De karakters waren van bordkarton, het spel vlak, de humor belegen. Het leek wel een film waarin de special effects het hoofdpersonage waren, zo besloot hij zijn kritiek.

Even afgezien van de veroordelende betekenis van die uitspraak vond ik het een interessante diagnose. Sterker, een ideaal uitgangspunt om de langverwachte eerste aflevering van de voorgeschiedenis van de beroemde Star Wars trilogie beter te begrijpen.

Star Wars is meer dan een drietal populaire science fiction films die tussen 1977 en 1984 het licht zagen en nu van een voorgeschiedenis worden voorzien. George Lucas, de bedenker van Star Wars, heeft vanaf het begin gemikt op het scheppen van iets veel omvangrijkers. Hij streefde naar een fictieve wereld, die door zijn personages, beelden en mythologie een leven ging leiden buiten de bioscoop om. En dat is gelukt. Ruim vijftien jaar na The Return of the Jedi heeft niemand het gevoel dat Star Wars iets ouderwets is. In al die tussenliggende jaren bleef er een levendige interesse voor de films op video, maar ook voor de boeken, de maskers, de modellen van de ruimteschepen en de lichtzwaarden. Van Japan tot Maastricht en van Chicago tot Rio de Janeiro zijn er op gekostumeerde feesten al die jaren Darth Vaders, Prinses Leia's, Chewbacca's, C3PO's en R2D2's te zien geweest. Er zijn altijd fanclubs en gespecialiseerde tijdschriften blijven bestaan en met de opkomst van het Internet is de Star Wars cult alleen maar gegroeid. Want dat is Star Wars, een van de populairste mondiale cults van de tweede helft van de twintigste eeuw.

Toen George Lucas in 1976 bezig was met het maken van de eerste Star Wars film, A New Hope, hadden zelfs veel van zijn medewerkers weinig fiducie in het project. Het plan om opgetuigde vuilnisemmers op wieltjes en geheel achter maskers verscholen acteurs sympathieke karakters te laten spelen beschouwde men als naief. Het allerriskantst was Lucas' voornemen om de menselijke helden een leider te geven, gespeeld door een rubberen pop. Dat was Yoda, die er tot overmaat van ramp uit zag als een groene, hoogbejaarde pekinees met afstaande puntoren. Maar dankzij de inventiviteit en het perfectionisme van Lucas en zijn team werkte het. Yoda was vreemd, maar niet belachelijk, eerder waardig en sympathiek. Het publiek hield van hem en nam zijn in krom Engels uitgesproken orakeltaal aan voor diepe wijsheden.

De Star Wars films zijn hedendaagse sprookjes. Doorgaans spelen sprookjes zich af in een onbestemd en eeuwig verleden, een voortijd. Star Wars speelt in de ruimte, in een onbestemde en eeuwige toekomst, een natijd. Het magische is een droomachtige uitvergroting van onze huidige technische vermogens. Lucas' bedrijf heet niet voor niks `Industrial Light and Magic'. Star Wars is een sprookje met mythische dimensies, oftewel met een religieuze lading. Lucas bediende zich weliswaar van kinderlijke fantasmen en zijn films leunden zwaar op virtuoos in elkaar geknutseld illusionisme, hij bedacht de Star Wars sage als een serieus epos, dat ook volwassenen kon boeien. Zelf heeft Lucas het over een produkt van psychologische archeologie en pretendeert hij archetypische, in allerlei culturen latente, religieuze sentimenten op te voeren.

Wat we voor het gemak maar de spirituele inhoud van Star Wars noemen is een New Age-mengsel van oosterse en westerse mystiek, met elementen van westerse gnosis, wat Zenboeddhisme en wat Chinees taoïsme. Lucas' leer komt neer op een aansporing tot zelfontplooiing door toewijding aan het algemeen belang. Het goede in de mens is zijn moed om zich in te zetten voor vrijheid, democratie en bovenal compassie. Licht is de goedheid van het menselijke hart, het is God, oftewel The Force die in alle levende wezens huist. De Dark Side is de vijand, de krachten in ons en buiten ons die technologie gebruiken om anderen te onderwerpen, uit te buiten en te vernietigenWat is nu het verband tussen die status van popcultureel fenomeen, het religieuze sprookjeskarakter en de buitensporige aandacht die Lucas altijd voor de styling en de special effects in zijn films heeft gehad?

Alle Star Wars films en dus ook Episode 1, zijn in feite zwijgende films. Ze vertellen hun sprookje puur visueel, ondersteund door muziek en ze doen dat aan kinderen. In 1976, nog voor hij een meter film van A New Hope gedraaid had, praatte Lucas met eigenaren van speelgoedwinkels in Los Angeles, San Fransisco en New York. Lucas vermoedde dat de combinatie van spectaculaire beelden en mythisch sprookje alles in zich had om een cult te worden. Het zijn kinderen die het diepst door sprookjes geraakt worden. Zij hebben het vermogen om die betovering eindeloos opnieuw op te voeren en op hun omgeving te projecteren, door scènes na te spelen en er nieuwe bij te verzinnen. En zoals kinderen dat doen bij zwaardgevechten en ontploffende ruimteschepen, doen pubers dat met de pose van de schurken. Volwassenen mijmeren weg bij de heroïek en de levenswijsheden die deel uitmaken van de Star Wars wereld. Door middel van websites, tijdschriften en gesprekken verspreiden de beelden en frases uit de films zich door de rest van hun leven. Zo vullen de sjablonen zich met betekenis.

Het is natuurlijk ook gewoon handel. Je kunt schande spreken van de agressieve manier waarop speelgoedwinkels de populariteit van de nieuwe Star Wars film uitbuiten. Interessanter is het om vast te stellen dat het de makers gelukt is om de kinderen van nu, gewend als ze zijn aan steeds sensationelere en levensechtere fantasiebeelden in films en computerspelletjes, te winnen voor Star Wars. En tegelijkertijd heeft de film de volwassenen, die opgroeiden met de eerste trilogie, in hun nostalgie bediend en betrokken bij het eerste deel van een nieuw drieluik dat zich afspeelt in de tijd daarvoor. Hoe? Is het de voorkennis die ingewijden hebben, namelijk dat deze goedhartige, moedige jongen in de latere delen zal uitgroeien tot Darth Vader, de gevreesde generaal van het duivelse Keizerrijk? Immers, op een van de affiches voor de film zien we de kleine Anakin, die de schaduw van Darth Vader werpt, een silhouet van zijn helm en cape.

Nee, ik denk het niet. Ik ben met mijn zoon van zeven naar Episode 1 geweest. Hij had nooit van Star Wars gehoord, maar één keer zien was genoeg. Hij kent de film nu bijna uit het hoofd en is een vurig volgeling. Via Sinterklaas en spaargeld heeft hij een flink deel van de Lego-paketten verzameld die scènes en ruimteschepen uit Episode 1 nabootsen. Iedere dag op school is hij druk aan het ruilhandelen in de hoop dat hij het stickerboek met 300 foto's uit de film compleet krijgt. En steeds nieuwe zakjes stickers kopen natuurlijk. Urenlang kan hij alleen of met vriendjes (met of zonder Lego) avonturen van Obi Wan Kenobi, Qui Gonn Jinn en Anakin naspelen of verzinnen. Af en toe staart hij afwezig in de verte en als je hem dan vraagt waar hij aan denkt zegt hij Star Wars. Wat dan van Star Wars, vraag ik. Aan die Gungan-duikboot, is het antwoord. Of: aan het huis waar Anakin woont. Of: gewoon, aan het Star Wars gevoel.

Oogopslag

Het Star Wars gevoel wordt opgeroepen door de industriële lichtmagie van de beelden. Het grote hoofdpersonage van deze film is, inderdaad, de afdeling special effects. Of nauwkeuriger, de extreme beheersing van hoe alles er uit ziet. Episode 1 is een triomf van de visuele communicatie. Alles is speciaal ontworpen om hier, nu, even gezien te worden. Dat wil zeggen, dat ieder voorwerp, ieder gebouw, ieder kostuum, ieder voertuig of wapen, ja ieder buitenaards wezen ook als dat maar een seconde in beeld is, zo is gemaakt dat je in een enkele oogopslag de functie ervan herkent. Alles is gevormd naar een verzwegen geschiedenis, een met de rest samenhangende noodzaak. Tekst, psychologie, interpretatie zijn goedbeschouwd overbodig. Alle beelden zijn helder en dwingend als in een droom. Precies zoals het bij sprookjes hoort. Geen wonder dat het drama decor dreigt te worden. Geen wonder dat de kwezelachtige mythologie nauwelijks stoort.

Nog nooit hoefden voor een film zo weinig consessies gedaan te worden waar het de look, de visuele indruk van mensen en dingen betrof. Dat komt omdat Episode 1 de meest digitale film is die ooit werd gemaakt. Er zijn bijna geen shots in de film die niet met computerbeelden zijn aangevuld of geretoucheerd. Maar liefst twaalf personages, waarvan er een stuk of vijf belangrijke rollen hebben, bestaan alleen digitaal.

Het belangrijkste daarvan is Jar Jar Binks, de Gungan die als komische kompaan van Obi Wan en Qui Gon optreedt. Hij is een door de computer tussen de mensen gevoegd personage. Hij werd ontworpen door tekenaars en George Lucas, driedimensionaal gemaakt door modelmakers en digitaal gefilmd door technici. Maar om het virtuele personage de juiste motoriek te geven en de interactie met de menselijke personages te laten sporen was het nodig dat een acteur, Ahmed Best, hem tijdens de opnames speelde. Meneer Best is in de film vervangen door de digitale Jar Jar en is alleen nog te horen als diens stem. Aan Jar Jar is geen seconde, geen millimeter, geen pixel onbedoeld of per ongeluk. Hij is niets anders dan maximaal beeld.

Het meesterschap van Lucas bestaat eruit spectaculaire fantasiebeelden een overrompelende authenticiteit, een schijn van noodzakelijkheid te geven. De Star Wars mythe en de vergroeidheid met de symboliek ervan bij een hele generatie is ontstaan via het model van het animistische contact tussen een kind en zijn speelgoed. Al spelend bevrijdt het kind de geest uit het voorwerp en projecteert het op zijn eigen omgeving, vermengt het met eigen ideeën, past het aan aan zijn fantasieën en angsten. Star Wars als fictieve wereld is meer een spelomgeving dan een verhaal. De kracht van Star Wars is dat kinderen en volwassenen hun eigen spel ermee willen spelen. In hoe hij gemaakt is en hoe hij de toeschouwers in en buiten de bioscoop aanspreekt is Episode 1 het schoorvoetende begin van de 21ste eeuwse, volledig digitale cinema. De beelden van Episode 1 roepen het onmiddellijke verlangen op met het beeld weg te lopen en mee te spelen, het na te spelen; je het voertuig, het wapen of de kleding toe te eigenen. Dat is voor kinderen vanzelfsprekend. Volwassenen schrikken ervan op en noemen het ontroering. Een heldere, lege ontroering van lang geleden.

`Star Wars Episode 1, The Phantom Menace' is nog te zien in 43 bioscopen door het hele land.