De kleine beslissers

Kan er nog iets gebeuren in Nederland zonder dat er een tweedeling ontstaat? De tweedeling in de samenleving tussen arm en rijk is al oud, van recentere datum is de tweedeling op de woningmarkt tussen bezitters en instappers. Nog jonger is de scheiding in de informatietechnologie tussen thuis-internetters en niet-internetters.

En daar ergens tussenin ontstond de kloof tussen koplopers en achterblijvers op de effectenbeurs. Sommige bedrijfstakken doen het op de Amsterdamse beurs fantastisch en stapelen koersrecord op record, andere zijn niet vooruit te branden.

Hoe komt dat?

Hoort u op verjaardagen, in de wandelgangen van congressen of in de vliegtuigstoelen voor u wel eens mensen praten over de fantastische vooruitzichten van de aandelenkoersen van bedrijven in de Nederlandse chemische industrie of van de bouwbedrijven? En ziet u dan begripvolle knikken en steelse blikken die luistervinken proberen te ontdekken?

Particuliere beleggers hebben drie intense voorkeuren, zo blijkt uit een onderzoek dat het NIPO afgelopen zomer uitvoerde en waarvan het het afgelopen weekeinde een samenvatiing publiceerde. Drie populaire bedrijfstakken springen eruit: informatie- en communicatietechnologie (een bedrijf als Getronics), telecommunicatie (een bedrijf als KPN) en, met een straatlengte voorsprong, de financiële dienstverlening (bedrijven als ABN Amro en ING).

Als maatstaf nam het NIPO de verhouding tussen de voor- en tegenstanders van beleggingen in deze sectoren. Tegenover elke acht particuliere beleggers die tuk zijn op de financiële industrie staat maar één die het somber inziet. In de chemie staat maar anderhalve positivo tegenover elke pessimist, industrie en voeding doen het nog iets beter, maar de bouw- en transportbedrijven kennen per saldo meer somberaars onder particulieren dan enthousiastelingen.

De tweedeling heeft nu al vergaande gevolgen. Bedrijven in sectoren die uit de gratie zijn hebben meer moeite om nieuw kapitaal aan te trekken bij beleggers om expansie te financieren. Op dit moment betekent expansie: andere bedrijven overnemen. Een vicieuze cirkel begint te draaien: geen expansie betekent minder (winst)groeivooruitzichten, minder prikkeling van de fantasie van beleggers, minder belangstelling van financiële analisten en daardoor per saldo minder toegang tot expansiekapitaal.

De cirkel kan maar op twee manieren worden doorbroken: door een overname (meestal door een buitenlandse concurrent), of door een fusie met een nationale concurrent om samen te proberen meer schaalomvang te krijgen om alsnog expansieplannen te verwezenlijken. Zo verdwenen ondernemingen als vatenfabrikant Van Leer en uitzendbureau Content dit jaar van de beurs, terwijl in achterblijvende sectoren samenklontering het devies is: DSM met Gist-brocades in de chemie, Draka met NKF in de industrie, handelsbedrijf Landré en Merrem met Geveke.

Zo sturen particuliere beleggingsvoorkeuren mede de toekomst van de Nederlandse economie, waarin de financiële instellingen bijvoorbeeld een steeds dominantere plaats innemen. De toegenomen invloed van particuliere beleggers is een consequentie van het volkskapitalisme, dat zich in de jaren negentig ook in Nederland heeft gevestigd, maar inmiddels zonder fut zit.

Uit de NIPO-cijfers kan worden afgeleid dat er afgelopen jaar ,,maar'' zo'n 100.000 beleggende particuliere huishoudens zijn bijgekomen. De bijna beurskrach van oktober vorig jaar zal aan de stagnatie debet zijn. Het aantal volkskapitalisten ligt nu rond twee miljoen. Meer mensen beleggen overigens via beleggingsfondsen (bijna 1,2 miljoen) dan via het bezit van aandelen van Nederlandse bedrijven (ruim 800.000), een onvermoede ,,tweedeling'' gezien de overwegende aandacht in de media voor nieuws van individuele bedrijven.

Tegenover het futloze volkskapitalisme staat de koersexplosie van het symbool van de aanwas van nieuwe beleggers: KPN, dat in 1994 en 1995, met kortingen en lasershows door de overheid aan particuliere beleggers werd verkocht. Na ABN Amro, Ahold en Koninklijke Olie is KPN met 187.000 beleggende huishoudens nummer vier in de volkskapitalisme toptien.

De recordovername ter waarde van 20 miljard gulden van de Duitse mobiele telefoonexploitant E-plus zorgde afgelopen week voor een reeks van hoogtepunten van de KPN-koers en van de beursgraadmeter. Als onderdeel van de E-plus-transactie kan het Amerikaanse telefoonbedrijf BellSouth maximaal 24,9 procent van de aandelen van KPN verwerven en daarmee na de overheid (die dan teruggaat naar 33 procent) de op een na grootste aandeelhouder worden.

De volgende, aangekondigde stap is overleg over de houdbaarheid van de bestaande bijzondere rechten van de overheid bij talrijke beslissingen van KPN. De uitkomst van het overleg kan weinig anders zijn dan het verlies van deze bijzondere rechten. Daarmee komt voor KPN de weg vrij om niet alleen dochters en deelnemingen (KPNQwest, KPN Mobiel) als zelfstandige bedrijven naar de beurs te brengen, maar ook zijn eigen zelfstandigheid op te geven in de grenzeloze overnamestorm.