Corruptie

Er stonden om negen uur 's ochtends twee verschillende corruptiezaken met Amsterdamse ambtenaren op de rol van de rechtbank van Amsterdam. Het kan toeval zijn geweest, maar het had ook wel iets symbolisch. In de ambtelijke kringen van Amsterdam komt immers nogal wat corruptie voor. Van 1992 tot 1999 zijn er tweehonderd ambtenaren betrapt, constateert Jos Verlaan in zijn boek Chaos aan de Amstel, en het werkelijke aantal ligt vermoedelijk nog veel hoger.

Ik moest dus kiezen, en de keuze was moeilijk. Die 39-jarige hoofdagent die in ruil voor een horloge een vriend zou hebben geholpen aan iemands adres in het computerbestand van het bureau? Of de twee vrouwen van de dienst burgerzaken die werden beschuldigd van het knoeien met rijbewijzen en paspoorten?

De inmiddels ontslagen hoofdagent dan maar. Per slot van rekening had hij een cameraploeg van de Amsterdamse televisie uitgenodigd. Een novum in de Nederlandse strafrechtspraak: een verdachte die zich graag gefilmd ziet.

Was dat echt zo? De president vroeg er voor alle zekerheid nog eens naar. Ja, het was echt zo. De hoofdagent was van Surinaamse afkomst, en hij wilde ons laten zien hoe de leiding van de Amsterdamse politie met allochtone politiemensen omgaat. Voortdurend had hij kritiek gehad op die leiding, en daarom had men hem geloosd.

Het klonk martiaal, maar de feiten verzwakten zijn opstelling. Hij bleek inderdaad een horloge te hebben gekregen van een vriend. Er hing een prijskaartje van 1700 gulden aan, maar de winkelwaarde bleek uiteindelijk niet hoger dan 500 gulden te zijn. Om daarvoor je toekomst op het spel te zetten, lijkt absurd, maar de kleine corruptie is nu eenmaal minstens zo verleidelijk als de grote. Eén horloge, één adresje, en overmorgen misschien weer één horloge en één adresje, je doet daar toch eigenlijk geen vlieg kwaad mee?

Wel een beetje oppassen, natuurlijk. Zo had ook de vrouw van de hoofdagent geredeneerd. De politie had de telefoongesprekken van het echtpaar afgeluisterd. De vrouw van de agent: ,,Waar komt het vandaan?'' De agent: ,,Je weet hoe het gaat.'' De vrouw: ,,Geef het in pand, je moet het niet op je naam houden.''

Een vriendendienst, noemde de agent het opzoeken van het adres. Wel laakbaar, gaf hij toe, maar niet strafbaar. De computer had hem het adres niet eens kunnen leveren, hij had het uiteindelijk via een vriendje gekregen. Bovendien, die dingen gebeurden wel vaker op het bureau.

De president vroeg hem of hij besefte dat hij op deze manier iemands leven in gevaar had kunnen brengen. De verdachte zweeg. Even, heel even, luwde de agressie in zijn houding. Totdat hij de officier zes maanden onvoorwaardelijk hoorde eisen. Achttien jaar was hij politieman geweest, vertelde hij woedend. Het had hem zijn huwelijk gekost, en hij zat inmiddels diep in de schulden. ,,Wat is eigenlijk de essentie van dit hele gebeuren?'' vroeg hij zich af.

Goede vraag.