Brusselmans en censuur

Meestal lees ik de stukken van Rudy Kousbroek met plezier en instemming, maar dat was niet het geval met zijn commentaar in de `Vrijdag'-rubriek in CS van 3 december over het Belgische verbod op het boek Uitgeverij Guggenheim van Herman Brusselmans, en de actie tegen dat verbod. [Kousbroek steunde die actie en verdedigt die in het artikel met een beroep op de vrijheid van drukpers, verwijzend naar Hugo Black, lid van het Hooggerechtshof in de VS, die vond dat de wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig verklaard moesten worden. - red.]

Als het sinds mijn HBS-tijd niet veranderd is luidt het Grondswetartikel betreffende de vrijheid van drukpers: `Een ieder heeft het recht om zonder voorafgaande toestemming door middel van de drukpers gedachten en gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet' (cursivering door mij).

Dit betekent dus alleen dat het de overheid verboden is om preventieve censuur uit te oefenen op de drukpers, maar geenszins dat iedereen straffeloos alles mag laten drukken. Wat te denken van een boek waarin wordt opgeroepen om ministers en directeuren van multinationals te vermoorden, compleet met hun privé-adressen en recepten voor explosieven? Of om mensen die aan aids lijden, allochtonen, homoseksuelen of joden af te slachten? Er zijn vast wel mensen die er dergelijke ideeën op na houden, en volgens u zou hun mond niet mogen worden gesnoerd. Evenzo is belediging strafbaar. Het gaat dus wel degelijk om de vraag of Brusselmans' boek beledigend is. Er zijn trouwens wel meer boeken waarvan de verkoop verboden is, bijvoorbeeld Mein Kampf. Om op te komen voor ongelimiteerde vrijheid van drukpers had de heer Kousbroek dus niet op de rel rond Brusselmans boek hoeven te wachten.