Britse gokindustrie lacht om `Gaming Act'

Britse bookmakers openen massaal elektronische offshore- om minder belasting af te dragen. De regering en de paardensport weten nog even geen raad met de globalisering.

,,Sla hem verrot! Come on Magic Dancer!'' De Nigeriaanse heer springt op en neer en rukt aan de vastgeschroefde plastic stoeltjes in het wedkantoor als zich op de televisiewand vóór hem de laatste paardenrace van de dag ontrolt: twee mijl handicap hurdle op de renbaan van Exeter.

Magic Dancer zwoegt onder de zweepslagen van zijn witgebroekte berijder de heuvel op, stoomwolkjes uitblazend en kluiten opwerpend. Een bloedstollende race; tergend lang lijken Existential en Golden Mile de koppositie te zullen overnemen. Het gebeurt niet, ja het gebeurt. Voor de grootbeeld-tv wordt hard aan sigaretten getrokken. Iemand verkreukelt een krant. De Nigeriaanse heer rukt zijn das los. ,,Maak hem af!'' Nee, Magic Dancer, de favoriet, blijft toch aan kop. En wint. De finishfoto laat het zien. De Nigeriaanse heer inspecteert zijn formulier en gaat, opeens de kalmte zelve, aan de gepantserde balie een bescheiden twaalf pond incasseren.

Een alledaagse scène in een Londens filiaal van bookmaker William Hill, een van de grote Britse wedfirma's. Georganiseerd wedden – voor één pond of een dikke stapel biljetten; op paarden, honden, een witte kerst of de vermoedelijke sterfdag van de koningin-moeder – is een Britse nationale sport en zal dat blijven. Maar in de branche is een revolutie gaande die van de 9.000 wedkantoren mogelijk een bedreigde soort maakt.

De globalisering en de Britse belastingontvanger brengen de bookmakers er toe massaal filialen te openen in Gibraltar, de Kanaaleilanden of het eiland Man. Van daaruit exploiteren ze de opkomende markt voor het wedden per telefoon, digitale televisie of via het Internet, zonder over elke inleg 6,75 procent belasting te hoeven afdragen aan de staat. Victor Chandler en Stan James, twee middelgrote firma's, beten in mei het spits af. Inmiddels hebben ook Coral, William Hill en Ladbroke, de drie reuzen in de Britse wedmarkt van in totaal zes miljard pond (ruim twintig miljard gulden), hun eigen offshore-branche opgezet. Dat gebeurde nadat minister Gordon Brown (Financiën) weigerde te zwichten voor hun eis de belasting tot drie procent te reduceren.

Volgens Brown hebben de wedfirma's de oorlog verklaard aan een vrijwillige gedragscode geen Britse klanten te werven buiten Brits grondgebied. Ook zouden ze de Gaming Act van 1968 op losse schroeven zetten. Die wet is een dubieus bouwsel waarin de wedfirma's, legaal sinds 1961, officieel worden gedoogd in ruil voor de belofte dat ze niets doen om klanten naar binnen te lokken. Zo mogen ze niet adverteren, dienen de ramen van de wedkantoren geblindeerd te zijn en mag er geen alcohol worden geschonken. In de praktijk omzeilen de wedkantoren die bepalingen al jaren, bijvoorbeeld door hun pui te voorzien van metershoge kleurenfoto's van rennende paarden, windhonden en voetballers. Bovendien voorzag de wet niet de opkomst van nieuwe media als teletekst en het Internet, waar de wedfirma's wel ongestraft adverteren.

Browns vrees is begrijpelijk. De online wedmarkt erodeert nu nog nauwelijks de 480 miljoen pond die hij dit jaar ophaalde uit traditionele transacties. Maar elektronisch wedden en gokken, e-gambling, heeft ,,de potentie andere interactieve diensten ver achter zich te laten'', denkt het Britse onderzoeksbureau Datamonitor. De totale Europese online gokmarkt zet nu zo'n honderd miljoen gulden om, maar kan volgens het bureau al binnen vijf jaar verhonderdvoudigen tot tien miljard gulden. En dan loopt de schatkist aanmerkelijk meer mis.

Premier Blair en zijn kabinet laten geen gelegenheid onbenut om hun landgenoten aan te moedigen in de `nieuwe elektronische economie' te stappen waar geografische en financiële barrières wegvallen. Maar Browns ministerie is in de praktijk niet berekend op de vrijhandel in aandelen, software, cd's, boeken, tabak, drank of weddenschappen die BTW en andere consumentenbelastingen aanvreet.

De Betting Offices Licenses Association (BOLA) waarin de grotere Britse bookmakers zijn verenigd, moest alvast hartelijk lachen om Browns dreigement buitenlandse regeringen onder druk te zetten om het ,,oneerlijke'' belastingvoordeel van de wedfirma's tegen te werken. Of om de advertentieregels voor elektronisch wedden te verscherpen. ,,Als je hindernissen opwerpt hebben consumenten de neiging er een weg omheen te zoeken'', zei BOLA-secretaris Barry Faulkner. De Britse regering kan zich beter inspannen om het eigen land aantrekkelijker te maken, ,,in plaats van het optrekken van de slotbrug''. Als niet meer dan de helft van alle telefonische weddenschappen, die nu nog maar tien procent van de markt uitmaken, overzee zou gaan, moeten al 450 kantoren sluiten, aldus Faulkner. Dat zou het verlies betekenen van 3.000 van de 35.000 arbeidsplaatsen in de branche.

De staat ligt intussen ook van andere zijde onder vuur. Zo heeft de Tote, de wedfirma die in handen is van de overheid, nu óók een soepeler belastingregime gevraagd om de Ladbrokes en Hills te kunnen blijven beconcurreren. En de organisatoren van de paardensport maken ook kabaal. Van de negen procent die de wedfima's nu in totaal op elke weddenschap afdragen gaat immers 1,25 procent als subsidie naar de paardenrennen, waar 50.000 man werken en die voor driekwart van de nationale omzet in weddenschappen zorgen. Meer buitenlandse omzet en nieuwe activiteiten als online roulette of andere nummertjesspelen bedreigen hun subsidie, vrezen ze.

In het William Hill-filiaal in de Londense wijk Kentish Town was gistermiddag weinig vrees voor sluiting te bespeuren. Zo'n vijftien man, merendeels middelbaar, hingen er rond, shagjes draaiend, bladerend in de Racing Post en met een half oog op de beeldschermen waar de paarden en honden voorbijtrekken. Want het wedkantoor is óók een soort sociëteit. ,,Of wij moeten sluiten door het Internet? Welnee!'', lacht de 26-jarige toezichthoudster achter haar balie. ,,Denk je dat deze mannen een computer hebben, dan? De zaken gaan hier voorlopig prima.''

Dominic Cosgrove (60), een local, beaamt het. ,,Ik zit hier vaak, te vaak'', zegt hij. Soms wint hij, meestal niet. Want ,,wij kleine mannetjes leveren de grote omzet.'' En nu hij het er toch over heeft: ,,Ze kunnen de tent wat mij betreft beter vandaag dan morgen sluiten, want wedden is een verslaving.''