Zure appels

Niet met wintersportvakantie geweest (alleen katholieken gaan op vakantie en zeggen: op de eerste plaats) maar gewoon over een drempel gestruikeld, enkel in het gips, twee krukken en ja hoor, wel tien keer per dag, zes weken lang, klinkt het lacherig: Nù al met wintersport geweest? Nee, r. op en houd je mond. Het is zuur maar het duurt slechts een paar weken. Niet zuur maar ronduit schrijnend is het relaas van de 18-jarige Chantal Weijman, brandwondenslachtoffer. ,,Soms vragen mensen of ik door vuurwerk verbrand ben geraakt, maar dat is niet zo. Het was een ongeluk. In de auto op weg naar Griekenland ontplofte de gastank. Mijn zus van vijf en ik, toen was ik drie, raakten verbrand'', vertelt ze in Vrij Nederland. Volgende week wordt ze voor de eenendertigste keer geopereerd. Ze is geschokt door het Sire-spotje tegen vuurwerk waarin twee meisjes in een disco een jongen afkeuren omdat hij aan een kant van zijn gezicht is verbrand. ,,Alle vooroordelen worden bevestigd. Je hebt geen vrienden wánt je bent gehandicapt. En je kunt ook nooit een vriend of vriendin krijgen met zo'n gezicht. Dat is de boodschap en daar ben ik het totaal niet mee eens. Ik ben niet sociaal geïsoleerd (...) ik ga ook gewoon uit, elke vrijdag ga ik naar dezelfde disco.'' Ze is blij dat de Gehandicaptenraad een klacht heeft ingediend en hopelijk is haar hoop niet ijdel dat de – inmiddels wat aangepaste – Sire-boodschap `niet al te lang blijft hangen'.

De hoop van een jonge garde om D66 en de PvdA eens flink op te schudden c.q. te vernieuwen is na luttele jaren de bodem ingeslagen. PvdA-Niet Nix coördinator Edith Mastenbroek verzuchtte recentelijk in Het Parool: ,,Uiteindelijk verandert de partijkoers toch niet.'' VN wast de ongeduldigen terecht hardhandig de oren: ,,Overwinningen krijg je niet cadeau, daar moet je een lange adem voor hebben en een olifantshuid – zeker in de politiek. De Niet Nix-generatie (...) is niet zo gewend om door zure appels heen te bijten.'' Het doet denken aan wat deze krant op 20 oktober 1987, een dag na black monday, optekende uit de mond van een wat oudere commissionair: ,,Goed dat ze dit ook eens meemaken'', doelend op de jonge garde die met bleke gezichten en wallen onder de ogen het beursverlies gadesloegen – dàt hadden ze nog niet meegemaakt. Maar anders dan hun politiek angehauchte leeftijdgenoten anno 1999 rechtten zij hun rug, en gingen dóór.

Doorgaan is ook het vaste voornemen van De Groene Amsterdammer maar dat wordt moeilijk wanneer de lezers niet in groten getale `een aardig gebaar maken' – financieel wel te verstaan, daartoe opgeroepen door hoofdredacteur M. van Amerongen in een lezenswaardige bedelbrief. Hij refereert aan de woorden van Menno ter Braak dat `iedere fatsoenlijk intellectueel De Groene hoort te lezen'. Het dubbeldikke kerstnummer noodt zeker tot lezen maar, het is hetzelfde als met het dikke nummer van Elsevier: wat moet de lezer met dit alles? Met al die verhalen (over ME-vrouwen, het onderscheid hij-zij, de zielige man en de spuitende dame in De Groene Amsterdammer) interviews, meningen, bekentenissen: ,,Wat liefde is, heb ik van Rita geleerd'', Wim Kok in Elsevier. In zijn brief aan de lezers schrijft Van Amerongen ernaar te streven ,,een grotere greep op de advertentiemarkt te krijgen''. Bezwerend voegt hij er aan toe: ,,Beschouw dit alstublieft niet als een knieval voor het verderfelijke kapitalisme.'' Vrij naar Jan Rogier (`Een ernstig woord tot mijn katholieke medebroeders') zou iemand moeten opstaan die de Groene-redactie toeroept: máák die knieval, verover de advertentiemarkt, bijt door die zure appel heen en zorg ervoor dat `iedere fatsoenlijke intellectueel' uw blad wil blijven lezen. Doe niet zo dom als politici die na een slechte verkiezingsuitslag altijd zeggen dat `de kiezer onze boodschap niet begrepen heeft'. De kiezer weet wel beter. De lezer ook. Die wil geestelijk gevoed worden en niet alleen vermaakt. Houdt op met bedelen, treedt met opgeheven hoofd het `verderfelijke kapitalisme' tegemoet en dwing de lezers in het nieuwe millennium hun telefoonstekker eruit te doen wanneer zij uw blad lezen. De financiële vruchten zullen zoet zijn.