Verdeel-en-heerspolitiek

De belangrijkste stad in de noordelijke Kaukasus heet Vladikavkaz, ofwel `Beheers de Kaukasus'. Het is een naam die alles zegt. Sinds de Russen onder de tsaren in de Kaukasus verschenen, is de beheersing van de regio hun eerste en belangrijkste zorg geweest. Maar in de noordelijke Kaukasus heeft dat beleid altijd een andere vorm gekregen dan in de zuidelijke Kaukasus.

DE RUSSISCHE HOUDING jegens de noordelijke Kaukasus is altijd fundamenteel verschillend geweest van hun houding tegenover de zuidelijke Kaukasus. Zuidelijk van de bergketen troffen de Russen oude, min of meer geordende landen aan. Op de noordelijke berghellingen woonden echter ongeordende, kleine, islamitische en buitengewoon martiale volkjes, in zichzelf gekeerde gorzy (hooglanders), kleine bergvolken, onderverdeeld in clans, extended families en dorpsgemeenschappen, die bereid waren hun zelfstandigheid, lokale tradities en islamitische geloof tot het allerbitterste eind te verdedigen. Tegen die primitief geachte minivolkjes werd maar één recept effectief geacht: militaire onderwerping.

Alleen, die volkjes lieten zich niet onderwerpen. De hele negentiende eeuw hebben de Russen getracht de Tsjetsjenen en Tsjerkessen, de Balkariërs en de Osseten, de Ingoesjeten en de Karatsjai en de Dagestani te bedwingen. Aangezien ze in het extreem onherbergzame gebied niet opschoten, gingen de Russen over tot extreme middelen.

Als er één woord is dat het Russische beleid in de noordelijke Kaukasus in die periode kenmerkt, is het genocide. De onderwerping van de noordelijke Kaukasus was de moeizaamste operatie uit de hele militaire geschiedenis van Rusland. Soms waren er 300.000 soldaten tegelijk bij betrokken en verslond de operatie eenzesde van de Russische begroting.

Lukken deed het niet: heroïsche Tsjetsjeense en Dagestaanse leiders als sjeik Mansoer en sjeik Sjamil boden lang weerstand, de tweede zelfs bijna dertig jaar lang, van 1832 tot 1859. Sjamil verenigde de Kaukasiërs onder de vlag van de Heilige Oorlog en het enige dat de Russen konden bedenken was een beleid van verbrande aarde, massadeportatie en massamoord. Van de 300.000 Tsjerkessen woonden er na de Russische verovering nog maar 40.000 in hun eigen land. De rest was vermoord of verdreven en nog steeds wonen er in Turkije, Jordanië, Syrië en Egypte meer Tsjerkessen (Cirkassiërs), Abchaziërs en Kabardijnen dan in de Kaukasus.

Dit beleid is in wezen sinds de tsaristische tijd nauwelijks veranderd. De noordelijke, trotse Kaukasiërs zijn `onhandelbaar' gebleven. Het enige beleid dat Moskou daar tegenover wist te stellen was dwingelandij, onderdrukking en een verdeel-en-heers waarmee werd getracht de volkeren tegen hun buren op te zetten en zwak te houden. Sinds de vroege jaren twintig hebben de Sovjet-leiders de administratieve grenzen van de regio's steeds weer gewijzigd om de onderlinge verdeeldheid aan te wakkeren. De Kaukasiërs werden verdeeld en herverdeeld, verdreven en geherhuisvest. Autonome gebieden kregen elke paar jaar nieuwe grenzen en zelfs nieuwe hoofdsteden. De etnische zuivering ging door, met als absoluut dieptepunt Stalins deportatie van hele volkeren in 1943 en 1944: in Nacht und Nebel-acties werden 68.000 Karatsjai, 92.000 Kalmukken, 362.000 Tsjetsjenen, 134.000 Ingoesjeten, 37.000 Balkariërs en 200.000 Mescheten in veewagens geladen en naar de steppen van Kazachstan en Centraal-Azië getransporteerd, omdat ze volgens Stalin met de nazi's hadden gecollaboreerd. Een kwart tot eenderde van de gedeporteerden kwam daarbij om het leven. Pas in de jaren vijftig mochten de gerehabiliteerde overlevenden terug.

Verdeel-en-heers is het motto van Moskou gebleven, ook na de val van de Sovjet-Unie.In de noordelijke Kaukasus is elk streven naar een vergroting van de autonomie hardhandig afgestraft met behulp van de oude Sovjet-elites – Dagestan wordt geregeerd door een man die er al sinds 1983 de scepter zwaait – en met een etikettenoorlog: elke vorm van opstandigheid wordt steevast als fundamentalisme en banditisme bestempeld en hardhandig bestreden.

De noordelijke Kaukasus is de achilleshiel van Rusland. Vladikavkaz, beheers de Kaukasus, is nog steeds het slagwoord: Rusland heeft nooit getracht de regio te stabiliseren en te ontwikkelen. Het heeft die aan zichzelf overgelaten, en aan de chaos waarin ze terechtkwam toen na 1991 de oude economische, sociale en politieke orde ineenstortte, verpaupering, criminaliteit en chaos om zich heen begonnen te grijpen en egoïstische clans opkwamen om het vacuüm te vullen.

,,Het Kremlin heeft nooit enig probleem in de Kaukasus opgelost en banden aangeknoopt met regionale leiders. Het heeft geen programma voor de Kaukasus. De hele ervaring van Rusland met de Kaukasus is er een van onderdrukking, niet een van ontwikkeling'', zei eerder dit jaar Aleksej Malasjenko, Kaukasus-expert. ,,Rusland zal de hele Kaukasus verliezen, omdat het geen normale, doordachte, logische politiek heeft'', voorspelde president Roeslan Aoesjev van Ingoesjetië.