Van bufferzone tot kolonie

DE EERSTE POGINGEN van de Russen vaste voet te krijgen in de Kaukasus dateren uit de tijd van Peter de Grote. Maar pas aan het eind van de achttiende eeuw, onder Catharina de Grote, werd de verovering systematisch aangepakt en in de zuidelijke Kaukasus – de Transkaukasus – met succes bekroond.

De Russen troffen bezuiden de Elbroes en de Kazbek landen aan met een lange geschiedenis en een eeuwenoude cultuur, een duidelijke aristocratie en relatief geordende (zij het wat feodale) samenlevingen, waarvan er twee nog christelijk waren ook.

Aanvankelijk was de Transkaukasus vooral bedoeld als bufferzone tegen het Ottomaanse Rijk en als toegang tot de warme wateren van de Zwarte Zee. Georgië werd het tsaristische rijk binnengelokt: het zocht bescherming tegen de Turken en de Perzen en was bereid zich als protectoraat onder de bescherming van St. Petersburg te plaatsen. Toen dat prettig was geregeld werden Armenië en Azerbajdzjan veroverd.

Georgië kreeg wel iets anders dan waar het om had gevraagd: in plaats van bescherming kreeg het onderdrukking, zeker de eerste halve eeuw van de Russische overheersing. Imperialisme en agressiviteit werden de instrumenten waarmee het grote doel, kolonialisering, assimilering en russificatie, moest worden bereikt. De Georgische en de Armeense kerk werden onder de vleugels van de Russisch-orthodoxe kerk geplaatst, en aangezien Russische kerken van binnen wit waren, werden de eeuwenoude fresco's op de binnenmuren van de Kaukasische kerken simpelweg overgekalkt. De aanleg van de Georgian Military Highway van Vladikavkaz naar Tbilisi, over de Kaukasus heen, moest het gebied in eerste instantie militair ontsluiten en de bezetting vergemakkelijken. De Russische gouverneurs waren generaals die zich niet bekommerden om ontwikkeling, maar alleen om militaire bezetting. Ze wisten niets van Kaukasische gebruiken en interesseerden zich er ook niet voor. Een beleid bestond niet: hun enige zorg was de regio binnen Rusland te houden.

Maar het beeld bleef niet zwart-wit. In 1846 werd Michail Vorontsov onderkoning. Een verlichte geest, een generaal die ook intellectueel was, een pragmaticus die geloofde in flexibiliteit en etnische tolerantie. Een man met een Engelse opvoeding, Engelse familie en ruime ervaring in West-Europa (hij leidde de Russische troepen in Frankrijk na de nederlaag van Napoleon).

Vorontsov zette een flexibel bestuur op in de Transkaukasische landen. Hij betrok de Georgische, Armeense en Azerbajdzjaanse elites bij het bestuur en won daarmee hun loyaliteit. Anders dan zijn voorgangers deelde hij de regio administratief in langs de lijnen die bestonden voor de Russen kwamen. Daarmee kwam hij tegemoet aan de aspiraties van de volkeren zelf, de Georgiërs die voor alles hun cultuur wilden redden en de Armeniërs, die konden blijven hopen op de vereniging van `Russisch' en `Turks' Armenië. Onder Vorontsov werden veel aangelegenheden niet in St. Petersburg maar in Tbilisi beslist. Waar zijn voorgangers en opvolgers de Transkaukasus met dwang binnenboord wilden houden, wilde Vorontsov hun loyaliteit winnen door het gebied te ontwikkelen en te ontsluiten.

Het kon niet duren: daarvoor was dit Russische beleid te zeer gebonden aan één man. Al na zeven jaar vertrok Vorontsov en werd de Transkaukasus weer onderworpen aan botte onderdrukking en een assimilatie- en russificeringsbeleid. Maar nog lang gold het verzet van de Transkaukasiërs eerder de tsaar dan de Russen.

In de drie landen van de zuidelijke Kaukasus, die in 1991 onafhankelijk werden, heeft Rusland zijn invloed nog altijd behouden. Opstandige bewegingen zijn door Moskou aangemoedigd en materieel gesteund om de zittende regeringen van Georgië, Azerbajdzjan en Armenië zwak te houden; als er eenmaal een bestand was bereikt, zorgde Moskou ervoor dat het conflict niet werd bijgelegd. Rusland steunde de Abchaziërs en de Osseten in hun strijd tegen de Georgiërs, het steunde de Armeniërs van Karabach in hun strijd tegen de Azeri. Om die Azeri zwak te houden reden de Russen in 1992 tweehonderd tanks liever de Kaspische Zee in dan ze in handen van de Azeri te laten vallen.

Waren die opstanden succesvol, dan steunde Moskou, om een definitieve oplossing te voorkomen, nu eens de leiding van de opstandige regio`s, dan weer de centrale regeringen, met het doel een regeling (en dus stabilisering) te voorkomen. Het gevolg: drie zwakke regeringen in drie zwakke landen. En als gevolg daarvan hebben de Russen nog altijd militaire bases in Georgië en Armenië, en grenstroepen, en heel veel invloed.