Tandeloos in Europa: Nederland lelijk eendje

Wilt u als belegger iets te vertellen hebben in een bedrijf? Op een ranglijst van zeggenschap in zes Europese landen is het Nederlandse bedrijfsleven hekkensluiter. ,,Het is nog slechter dan ik dacht.''

,,Wat ik het meest frappant vindt aan de uitkomsten? Dat het Nederlandse bedrijfsleven nog slechter scoort dan ik al dacht.''

De 25 grootste, aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde bedrijven blijken in een vergelijking met ondernemingen uit vijf andere beschaafde Europese landen hekkensluiter te zijn als het gaat om zeggenschap voor aandeelhouders. Op de achterste rij bij de presentatie van het rapport van adviesbureau Déminor zit M. Keijzer van pensioenfonds PGGM, met 100 miljard belegd vermogen de nummer twee achter ABP. ,,Het rapport gebruikt objectieve criteria, de uitkomsten zijn enigszins beschamend.''

Keijzer, voormalig hoofd beleggingsstrategie van PGGM, is sinds kort adviseur van de directie voor onderwerpen als zeggenschap van aandeelhouders en het bestuur van ondernemingen, die in de Angelsaksische jargon gebundeld zijn onder de noemer corporate governance.

De Britse bedrijven scoren in het onderzoek het best, daarna volgen dicht achter elkaar Frankrijk, Zweden, België, Duitsland en, op enige afstand, Nederland. Déminor presenteerde de uitkomsten gisteren in Amsterdam, Brussel, Frankfurt en Parijs.

PGGM en ABP zijn sinds twee jaar drijvende krachten achter grotere zeggenschap voor beleggers in Nederland en betere verantwoording van de directie voor het ondernemingsbeleid en van de commissarisen voor hun toezicht op de directie. Veel gewonnen is er niet. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB), die een vergelijkbare ranglijst voor louter Nederlandse bedrijven samenstelt, constateerde enkele maanden geleden zelfs stagnatie.

ABP en PGGM hebben met andere Europese professionele beleggers het rapport gefinancierd. De financiers hebben een belegd vermogen van ruim 1.500 miljard gulden. Het rapport moet volgens Déminor-adviseur P. Thuysbaert de basis worden voor betere pan-Europese vergelijkingen van de positie van aandeelhouders en acties van grote beleggers.

Hun belangrijkste actiepunt, zo vertelde Thuysbaert, zal de versterking zijn van de rol van onafhankelijke toezichthouders op de bedrijfsdirecties. Maar wat is onafhankelijk? Nederlandse bedrijven scoren hier slecht doordat zij niet zelf in hun jaarverslagen zetten welke commissarissen onafhankelijk zijn. Dat hoeft ook niet, aangezien de Nederlandse wet bij grote ondernemingen onafhankelijkheid voorschrijft.

De Déminor-uitkomsten leggen de kloof bloot tussen eenling Nederland en de rest van Europa, of het nu Angelsaksisch is of continentaal-Europees. Nederlandse bedrijven komen vooral het slechtst uit de bus door de geringe invloed die aandeelhouders hebben en door de opeenstapeling van beschermingsmaatregelen tegen vijandige overnames. Bij een vijandige overname doet een bedrijf een beroep over de hoofden van de directie heen op beleggers om hun aandelen tegen een hoog bod te verkopen.

In landen als Frankrijk, België en Duitsland bestaan deze barrières ook, maar dan in de vorm van kongsi's van grote aandeelhouders. Alle beleggers hebben daar zeggenschap, maar de uitslag van de stemming staat bij voorbaat vast.

In Nederland werken bedrijven van oudsher met juridische beschermingswallen, die aandeelhouders zeggenschap ontnemen. Daardoor maken Nederlandse bedrijven weinig kans op een hoge notering in onderzoeken als deze. Een nieuwe variant van bescherming is de uitgifte bij bevriende beleggers van preferente aandelen, die aandeelhouders voor relatief weinig geld veel zeggenschap geven. Ook deze oplossing kost in het Déminor-onderzoek punten, doordat het een schending is van het one share, one vote criterium.

Oud-Aegon-voorzitter J. Peters, die twee jaar geleden een commissie voorzat die veertig aanbevelingen deed voor corporate governance, relativeerde gisteren na de presentatie het gewicht van beschermingsconstructies. ,,Het functioneren van commissarissen in Nederland kan de toets der kritiek in veel gevallen doorstaan. In de Verenigde Staten heeft 80 procent van de bedrijven die in de S&P 500 beursgraadmeter zijn opgenomen een poison pill (afschrikking tegen vijandige overnames; red.). Tegelijkertijd blijkt uit het laatste onderzoek dat bedrijven met een poison pill bij een bod 10 procent meer opleveren dan bedrijven zonder zo'n pil.''