Proces tegen Bouterse kan worden voortgezet

Het Haagse gerechtshof heeft alle formele verweren van advocaat A. Moszkowicz in de drugszaak tegen de ex-legerleider van Suriname D. Bouterse verworpen. Het hof kan nu zonder verder oponthoud de inhoud van de ten laste gelegde feiten gaan behandelen.

In een uitvoerig gemotiveerd betoog maakte de president van het hof, E.P. Von Brucken Fock, duidelijk dat mogelijke onvolkomenheden in de toepassing van strafrechtelijke spelregels niet zonder meer fatale gevolgen hoeven te hebben voor de vervolging.

In deze complexe en ernstige strafzaak is er volgens het hof ,,een groot maatschappelijk belang om klaarheid in de feiten te brengen''. Die inhoudelijke vragen moeten eerst maar eens beantwoord worden, voordat er definitieve oordelen kunnen worden gegeven over de mogelijke niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Het hof maakte korte metten met de belangrijkste `troef' van Moszkowicz. De advocaat wilde dat het hof zou bepalen dat de rechtbank opnieuw met de strafzaak tegen Bouterse zou beginnen. De raadsman is van mening dat de rechtbank had moeten wachten met de strafzaak, totdat de Hoge Raad een definitief oordeel had gevormd over zijn verzoek om de zaak naar Rotterdam te verplaatsen. Die procedure had volgens Moszkowicz schorsende werking. Hij boycotte daarom de zaak voor de rechtbank die Bouterse uiteindelijk bij verstek tot zestien jaar cel veroordeelde.

Het hof bepaalde gisteren dat het verplaatsingsverzoek van Moszkowicz was gebaseerd op ,,een onjuiste rechtsopvatting''. Bovendien stond er wel in de wet dat deze procedure een schorsende werking heeft, maar er staat in de wet ,,geen absoluut gebod tot schorsing''.

Halverwege de strafzaak, toen de Hoge Raad inmiddels had bepaald dat het onzin was dat de zaak in Rotterdam zou thuishoren, kreeg Moszkowicz ,,een uitdrukkelijke invitatie'' om alsnog de verdediging voor de rechtbank te voeren. Ook preliminaire verweren mocht hij opwerpen.

Het hof concludeert dat de advocaat ,,weloverwogen de behandeling van de strafzaak tegen zijn cliënt heeft willen overslaan'', jargon voor eigen schuld, dikke bult.

Het hof had twee opmerkingen waar Moszkowicz zich mee kon troosten. De raadsheren hadden de betogen van de advocaten – naast Moszkowicz zijn dat voor twee andere verdachten de raadslieden C. Korvinus en I. Weski – ,,zeer boeiend'' gevonden. Het hof vond bovendien, in tegenstelling tot de rechtbank, dat Moszkowicz met het opwerpen van een bevoegdheidsgeschil geen misbruik van procesrecht had gemaakt. Zijn juridische opvattingen ,,vinden alleen geen steun in het recht''.

Met dit rechterlijk oordeel is de vertragingstactiek van Moszkowicz vooralsnog mislukt. Zijn inzet is erop gericht de zaak zo lang te laten duren dat justitie uiteindelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de duur van de vervolging onredelijk lang is geworden. Het hof liet gisteren doorschemeren die tactiek doorzichtig en niet acceptabel te achten.

Het hof is vandaag begonnen met de voorbereidingen die het horen van de meer dan honderd opgeroepen getuigen, eventueel in Paramaribo, mogelijk moeten maken.

De grote vraag is of Moszkowicz, nu de formele verdediging vooralsnog is mislukt, inderdaad met het beloofde vuurwerk komt waarmee de bewijsmiddelen van justitie worden ontkracht. De raadsman heeft zich de afgelopen week nog niet over de inhoud van deze verdedigingslijn uitgelaten.