`Proces moord James Bulger was oneerlijk'

De twee minderjarige moordenaars van de Britse peuter James Bulger hebben in 1993 een oneerlijk proces gehad. Dat heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg vanochtend geoordeeld.

Het vonnis heeft grote gevolgen voor het Britse jeugdstrafrecht.

Het hof oordeelde ook dat oud-minister van Binnenlandse Zaken Michael Howard onwettig heeft gehandeld door hun minimumstraf in 1997 van acht jaar cel te veranderen in vijftien jaar. Het hof wees echter van de hand dat Jon Venables en Robert Thompson, beiden nu zeventien, ,,onmenselijk en vernederend'' behandeld zouden worden, zoals hun advocaten zeggen.

De twee, toen tien en elf jaar, namen op een middag in februari 1993 de tweejarige James Bulger mee uit een winkelcentrum in Bootle nabij Liverpool en vermoordden hem langs een nabijgelegen spoorlijn. Een videocamera in het winkelcentrum legde vast hoe de jongens, die de hele dag spijbelend in het winkelcentrum hadden doorgebracht, James aan de hand meenamen, toen zijn moeder hem even alleen buiten een slagerij liet wachten. De moord leidde tot een nationale eruptie van emotie en een fel debat over het Britse strafrecht.

Minderjarigen die van ernstige misdaden worden beschuldigd staan gewoonlijk achter gesloten deuren terecht voor een jeugdrechter. Hun identiteit wordt niet openbaar gemaakt. Venables en Thompson stonden in november 1993 echter in het openbaar berecht voor een Britse strafrechtbank in vol ornaat, en met een afgeladen publieke tribune.

Het hof in Straatsburg oordeelde vanmorgen dat de openbaarheid en de druk van publieke opinie en pers geleid hebben tot een oneerlijk proces. Het is vrijwel zeker dat jeugdige Britse delinquenten voortaan alleen nog in een informele rechtszaal en anoniem terecht kunnen staan. Het vonnis betekent niet dat de zaak-Bulger wordt heropend, waarschijnlijk wel dat Venables en Thompson over twee jaar kunnen vrijkomen.

Het Britse Hogerhuis heeft de verlenging van de straf tot vijftien jaar eerder onrechtmatig genoemd, omdat dat alleen zou kunnen voor meerderjarigen. De huidige minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw, moest de maatregel van zijn voorganger daarom herzien, maar stelde zijn besluit uit tot na de beslissing van vandaag. Straw heeft het beroep in Straatsburg aangevochten.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens moest zich over de zaak buigen nadat de Commissie voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa in maart al oordeelde dat de twee geen eerlijk proces hadden gehad, onder meer omdat ze te jong waren om de juridische procedures te begrijpen. Het hof toetst of leden van de Raad van Europa zich houden aan de Europese Conventie van de Rechten van de Mens.