Politiek begint niet weer aan `Lockheed'

Premier Kok ziet `geen aanleiding tot hernieuwd onderzoek' naar de Lockheed-affaire. Hij schrijft dit als antwoord op vragen van het Kamerlid Kant (SP).

Aanleiding voor die vragen was een uitzending van het televisieprogramma Reporter van afgelopen dinsdag. Daarin kwamen Amerikaanse onderzoekers aan het woord die de Lockheed-affaire destijds onderzochten. Bij de affaire, die in 1976 aan het licht kwam, werd prins Bernard ervan beschuldigd steekpenningen te hebben aangenomen van de vliegtuigbouwer Lockheed. Volgens de onderzoekers van de Amerikaanse senaatscommissie was het duidelijk dat Lockheed 1,1 miljoen dollar had betaald aan prins Bernard en dat hij dit geld ook had aangenomen. Volgens de commissie-Donner, die de affaire destijds onderzocht in opdracht van het kabinet-Den Uyl, waren er voor dit laatste geen bewijzen gevonden.

Kok ziet in de feiten en opvattingen die in Reporter naar voren zijn gebracht ,,geen informatie die aanleiding geeft de juistheid van de conclusies van de Commissie van Drie en de daaraan destijds verbonden gevolgtrekkingen in twijfel te trekken.''

PvdA-woordvoerder Rehwinkel deelt die opvatting. Hij wijst erop dat de commissie-Donner al tot de conclusie kwam dat onzeker bleef waar het door Lockheed betaalde geld was gebleven. Destijds al concludeerde de commissie-Donner dat de verklaringen van F. Meuser, een vertrouweling van de prins, niet altijd geloofwaardig waren. Rehwinkel heeft geen behoefte aan een nader onderzoek. ,,Hier geldt voor ons het opportuniteitsbeginsel, gezien ook de hoge leeftijd van de prins''.