Koekhappen

Op deze Suriname-themamaand bij de Volksuniversiteit RVU had ik me verheugd. Ik ben er nooit geweest maar ik hoopte meer te leren over het land en zijn koloniale geschiedenis. Het debat over een slavernijmonument is een goede aanleiding.

Helaas hebben drie documentaires mij niet wijzer gemaakt. Veel sfeer, schilderachtige beelden, oral history maar de dunne informatie is in een paar lemmaatjes samen te vatten. En dat is zonde van de tijd. Misschien was het niet voor mij bestemd maar voor mensen die er al heel wat van weten omdat ze uit Suriname komen of de geschiedenis beter kennen dan ik. Die konden originele verklaringen zien van oude mensen die roemrijke Surinaamse verzetsleiders als Anton de Kom en Louis Doedel hadden meegemaakt. Ik kon deze twee namen zelfs niet vinden in de Encarta Winkler Prins, een omissie. Als de context voor de kijker onbekend is, kan een documentaire niet volstaan met losse impressies.

De Kom was schrijver van Wij Slaven van Suriname (1934) die in korte tijd grote aanhang kreeg onder Javaanse landarbeiders. Omdat dat de Nederlandse autoriteiten niet uitkwam, werd hij op de boot naar Nederland gezet. Tijdens de oorlog ging hij in het verzet, maar hij werd opgepakt en kwam om in een concentratiekamp. Familieleden vertelden over zijn tijd in Den Haag, een 100-jarige Javaan in Suriname herinnerde zich de steun die hij kreeg van De Kom. Een impressionistisch fotoboek zonder tekst en uitleg.

De documentaire over vakbondsleider Louis Doedel, vorige week, was nog vager. De maakster was tevens hoofdpersoon. Als Nederlands adoptiekind zocht zij haar roots in Suriname en zij was familie van Doedel, een buitenkansje. We zien haar eerste ontmoeting met haar tante. Allerlei mensen die nog over hem kunnen vertellen. Hij was door de gouverneur naar het gesticht gestuurd, nadat hij zich wit had geverfd en voor receptiegangers zijn achterste had ontbloot toen hij niet tot het gouvernement werd toegelaten.

Of hij nou echt krankzinnig was geworden bleef in het midden. Een verpleger zei van wel. Anderen zeiden dat hij door de vreselijke omstandigheden in het gesticht krankzinnig was geworden. Er kwam een voorbeeld van een andere vakbondsleider die onterecht naar het gesticht was gestuurd maar uiteindelijk vrij kwam. Ik ving wel een glimp op van de angst, de intimidatie en het keiharde bewind van gouverneur Kleistra in de jaren dertig. Er moet meer bekend zijn dan in deze documentaire naar voren kwam. De jonge maakster had er nog een paar maandjes aan moeten werken.

Het leukste vond ik de Verhalen aan de waterkant gisteren van de Belgische maker Luc Haekens over creoolse vrouwen in het Surinaamse binnenland. Wassende vrouwen in de rivier klaagden over mannen, hun luiheid en hun polygame gewoonten. Mannen wekten een tevreden indruk. Als een man overlijdt, moet de vrouw na een half jaar rouw met een familielid van die man naar bed en ,,die maakt daar vaak flink misbruik van'', zei een vrouw. Dan mag ze weer een nieuwe man uitkiezen. Het blijkt later dat de vrouwen ook wel andere mannen opzoeken maar dat moet geheim blijven. De Surinaamse binnenlandcultuur bevat originele Afrikaanse elementen. Die zijn beschreven en ik had verwacht dat Haekens daar meer over zou uitleggen. Ik kreeg genoeg van al die pratende en klagende vrouwen. Het ging zich herhalen.

Zo slecht kan de Surinaamse geschiedschrijving niet zijn. Ik denk dat de makers veel meer weten dan ze lieten blijken maar het is tegen de regels om dat aan de kijker te vertellen. Alles moet blijken uit de interviews. Die zijn tegelijkertijd langdradig en onvoldoende. Het verbod op ingesproken commentaar is een zelf opgelegde spelregel die nergens op slaat. Als een wedstrijd koekhappen met de handen op de rug gebonden. Het meeste lekkers valt ongegeten op de grond. Jammer, want de onbekende geschiedenis van Suriname moet spraakmakende televisie kunnen opleveren.