Hoe hoort het ook al weer?

Deze maand regent het uitnodigingen met kledingvoorschriften. Tenue de ville, white tie, feestelijke kleding, black tie, hoe zat het ook al weer?

In de etalages van veel Nederlandse mannenmodewinkels zijn kerstdiner en oudejaarsavond reeds in volle gang. Kunstsneeuw, wit tafellaken en champagnekoeler vormen de vaste attributen om de feestkleding anno 1999 te presenteren. Bij de ene winkelier swingt een partij in tenue de ville – grijs pak –, bij de ander is ter ere van de millenniumwisseling het bijna twee eeuwen oude rokkostuum – white tie – nieuw leven wordt ingeblazen. Op kelners en musici na zullen maar weinigen zich de lange zwarte jas met achterpanden laten aansmeren. Overigens is aansmeren dezer dagen nauwelijks nodig. Volgens sommige winkeliers regent het de komende weken partijtjes met speciale kledingverzoeken. Vlinderdasjes, smokings en witte hemden vliegen de zaak uit.

In Nederland wordt er, zelfs aan uitnodigingen voor officiële partijen, vaak een informeel kledingvoorschrift toegevoegd. Op kaartjes staat niet het vertrouwde `black tie' (smoking), maar `feestelijke kleding'. Een begrip dat leidt tot deprimerende taferelen omdat niemand er raad mee weet: fleurige jasjes, glinsterende cummerbunds en kleurrijke strikjes die met behulp van klitteband om de nek kleven.

Kies in het geval van `feestelijke kleding' voor een raak gesneden donkerkleurig pak. Zeker voor feesten en partijen is het raadzaam een flinterdunne creatie in cool wool aan te trekken. Pas echt een feest om te dragen zijn de ongevoerde pakken, waarvan het jasje nauwelijks zwaarder is dan een overhemd. In navolging van prins Claus kan de das anno 2000 achterwege blijven. Géén das is nog altijd stijlvoller dan een jolig bedoelde feestdas. Zorgvuldig gepoetste schoenen zijn natuurlijk een basisvoorwaarde om goede sier te maken.

Dan toch maar liever de smoking. Hoewel rond dit zwarte pak het aura blijft zweven van hardwerkende horeca- en casinomedewerkers, zullen de meeste mannen zich gelukkig prijzen als zij de komende weken in `black tie' mogen opdraven. Niets simpeler en eenduidiger namelijk dan `black tie', zij het dat sommigen onder `black' iets anders verstaan dan zwart en zich niet aan het traditionele smokingtenue houden.

Een correcte smoking heeft een jasje met zijden revers en broek van dezelfde stof waarvan de zijnaden met een zijden band – ook wel `galon' genoemd – zijn afgebiesd. Een smokingbroek heeft nooit een omslag. In tegenstelling tot het gewone pak kan er worden gekozen tussen een reverskraag en een sjaalkraag. Een sjaalkraag – door de ronde vorm in confectiekringen ook wel `huilende revers' genoemd – past bij goochelaars, obers en in noodgevallen bij een lange ranke particulier. Keuze tussen single- of double breasted bestaat alleen op papier, weldenkende mannen kiezen voor een enkele rij.

Een aardig houvast vormt het aloude Britse kleermakersgezegde: `Never let your clothes speak louder than you do.' Cummerbunds, gekleurde vestjes en een broekriem dienen achterwege te blijven, in tegenstelling tot gedempt gekleurde bretels die met knoopjes aan de binnenzijde van de broek zijn bevestigd.

Het smokingaanbod in Nederlandse winkels gaat van enkele honderden guldens tot een mille of vijf. Het tijdperk van de dekendikke huursmoking is voorbij. Wie het betalen kan, kiest voor een flinterdunne smoking van Corneliani, Ermenegildo Zegna of Armani.

Vaak vallen ongepoetste bonkige brogues met korte wollen sok onder de smoking te bespeuren. Mannen met gevoel voor elegantie dienen hun in lange en dunne kousen gehulde voeten in een gelakte veterschoen te steken of in een paar smalle, gladde Oxfords die met behulp van een speciale was bijna spiegelend zijn opgepoetst. Een gemankeerde dandy zet zijn been in een instap-lakschoen met fluwelen strik, al getuigt het dragen hiervan wel van enige moed. Het shirt is wit met een stijlvol piquémotief, dubbele manchet en zonder opstaand boordje. Een smokingstrik is alleen dan een strik als hij van zijde is en met de hand geknoopt. Medewerkers van het Britse kleermakersbedrijf Henry Poole laten van de voorgestrikte elastische exemplaren stilistisch weinig heel: ,,Pre-knotted bow ties lack style because they do not `sit' properly and they look so obviously artificial.''

Het begrip `black tie' is begrensd. In de Angelsaksische wereld bedient men zich van andere termen. In Amerika spreekt men van een `tuxedo' en in Engeland van een `dinner jacket'. Over de herkomst van deze dracht heerst sinds jaar en dag Angelsaksische twist. De Amerikanen gunnen de eer voor de uitvinding aan Griswold Lorrilard, een vermogende New-Yorkse dandy die op 10 oktober 1896 een bal in Tuxedo Park bezocht met een jas zonder pandjes. De trend was gezet, de `tuxedo' was geboren en begon aan zijn leven in de limelights van Broadway en Hollywood. Filmster Dean Martin kon niet zonder: ,,In a tuxedo I'm a star. In regular clothes, I'm nobody.'' De Britten houden het erop dat Edward VII al rond 1885 in smoking rondliep. Een dergelijk pandjesloos `dinner jacket' droeg men alleen binnenshuis of in de beslotenheid van de herenclub, totdat Edward VIII in de jaren twintig zijn kledingfanatisme etaleerde door zich in het openbaar in een `midnight blue' dinner jacket te presenteren. Donkerblauw, zo meende hij, kleurde bij kunstlicht dieper dan zwart.