Het popfoto-archief

Rijker dan Rolling Stone kan een poptijdschrift niet zijn. Voordat je in het eindejaarsnummer bij de inhoudsopgave aankomt, heb je al veertig pagina's kleurenreclame verstouwd; een overvloed die volgens kritische lezers te wijten is aan het beleid om frequent met blote foto's op de cover de losse verkoop op te schroeven. `Dit moet een record zijn,' schampert een ingezonden brief naar aanleiding van een vorig nummer, `drie afleveringen achter elkaar zonder een schaars geklede vrouw op de voorkant.'

We kunnen Rolling Stone's liefde voor de pin-up zelf controleren in de `Special Photo Issue' van 16-23 december. Niet alleen in het overzicht van de 25 covers van het afgelopen jaar, waarin de keus voor sexy foto's van Britney Spears, Christina Ricci en acht andere grotendeels ontklede sterren verdedigd wordt met het cliché dat er `verschillende waarheden over 1999' zijn. Maar ook in de fotoserie `Faces of '99' (`We don't have Zeus or Aphrodite anymore. Brad Pitt in a minidress is as close as we get') en in het prachtige portfolio `Our Back Pages', met een honderdtal minder bekende foto's uit 33 jaar Rolling Stone. De blote dijen van Janis Joplin (Jim Marshall 1968), de witte billen van Keith Moon (Shepard Sherbell 1972), de borsten van Madonna (Herb Ritts 1990) en de haarloze jongenstors van Leonardo DiCaprio (Marc Seliger 1994) ze staan erin.

Het is niet de eerste keer dat Rolling Stone zijn archieven binnenstebuiten keert. In ieder kroonjaar is er wel een foto-special en in 1996 publiceerde het blad het enigszins protserige salontafelboek Images of Rock 'n Roll. De selectie die nu is gemaakt, bestaat voor een deel uit zogeheten outtakes van platenhoesopnamen en beroemde sessies voor Rolling Stone, zoals de dynamische sprong van de funkster Sly Stone, of de variant van de naaktfoto van The Red Hot Chili Peppers die in 1992 de cover haalde.

En dan zijn er verrassende snapshots waarvoor de sterren overduidelijk niet geposeerd hebben: Miles Davis die bokst tegen een bal, Tom Waits aan tafel met David Bowie en Bette Midler, Keith Richards bijkomend van een orgastisch concert (of een shot heroïne) tijdens de Exile On Main Street-tournee in 1972. Om maar niet te spreken van de eenmalige ontmoeting (en omhelzing) van countrykoningin Dolly Parton en bluesbrother Jim Belushi.

Toch toont `Our Back Pages' in de eerste plaats hoe de fotografen van Rolling Stone de mythes van de rock-'n-roll hooghouden. Geen kijkje achter de schermen of er is wel een fles whiskey in beeld, geen foto van een hotelkamer of de geportretteerde zit met een gitaar in zijn hand, geen geënsceneerde opname of het (sensuele of energieke) imago van de ster wordt aangedikt.

In de tekstblokjes naast de foto's, die de fotografen en hun objecten aan het woord laten, wordt keer op keer beklemtoond hoe zwaar het leven als halfgod is. Zo mag Elvis Costello bij een perfecte, vroege foto van Anton Corbijn (1977) vertellen hoe hopeloos de afgebeelde hotelkamer was; terwijl Pete Townshend bij een concertopname van Baron Wolman (1967) suggereert dat het nog een heel werk was, dat kapotslaan van gitaren.

Zelfs als de ster zich laat portretteren in een minder conventionele pose, ga je er van alles achter zoeken. Een van de mooiste foto's uit het Rolling Stone-portfolio is die van Paul McCartney met zijn dochter Heather op een landweggetje, in 1968 gemaakt door de vorig jaar overleden Linda Eastman McCartney. Het is het portret van een Beatle als huisvader, een heel contrast met het rock-'n-rollbeest dat hij sinds begin jaren zestig had geprobeerd te verbeelden. Misschien toont de foto inderdaad, zoals het bijschrift suggereert, de Echte McCartney; per slot van rekening gaat het om de man die deze week bekendmaakte dat hij na de dood van zijn vrouw veertien maanden dagelijks had gehuild. Of misschien was de foto een bewuste aanval van Linda McCartney op de street credibility van haar echtgenoot een voorbeeld van zorgvuldig geregisseerde imago-ontkrachting.

Wat maakt het uit. Zoals de redactie van Rolling Stone zegt: we hebben geen Zeus of Aphrodite meer. Maar Paul McCartney met zijn dochtertje, op een herfstdag ergens in de jaren zestig, komt een eind in de buurt.

Special Photo Issue, Rolling Stone 828/929, 16-23 december 1999.