Het `kiezersbedrog' van Franse Euro-lijsttrekkers

De Franse kopstukken bij de Europese verkiezingen in juni trekken zich nu al weer terug uit het parlement. Dat gebeurde in het verleden ook, maar deze keer roepen commenatoren er schande van.

Zeker vier Euro-lijsttrekkers van grote Franse partijen houden het voor gezien in Straatsburg. Zij kiezen voor hun nationale banen. Dat was gewoonte in Frankrijk. Nieuw is de kritiek: zij worden voor bedriegers uitgemaakt.

Nicolas Sarkozy was dit voorjaar, tijdens de aanloop naar de Europese verkiezingen, secretaris-generaal van Jacques Chiracs Rassemblement pour la République (RPR). Hij beloofde zijn kiezers dat zijn keuze voor Europa voor de lange termijn was. In september gaf hij zijn partijfunctie op, en liet tussen neus en lippen door weten dat hij ook niet meer naar Straatsburg zou gaan.

Deze week volgden enige andere kopstukken. François Hollande, voorzitter van Jospins Parti Socialiste, zag in de Europese verkiezingen ook een mooie kans zich wat meer nationaal te profileren; in de schaduw van zijn voorman bleef hij een relatief onbekend nationaal Kamerlid. Operatie succesvol: een goede uitslag voor de socialisten, Hollande voor zijn politieke doctoraal examen geslaagd.

Maar nu moeten de verzamelaars van functies (`cumulards' in het Frans) kiezen. Volgens een wet uit 1985 kunnen zij niet meer dan twee van de volgende functies tegelijk bekleden: Europarlementariër, lid van de Assemblée Nationale of de Senaat, burgemeester van een stad van meer dan 20.000 inwoners, gemeenteraadslid van Parijs of regionaal volksvertegenwoordiger.

Franse politici kunnen dus wel tegelijk in Straatsburg en in Parijs zetelen, maar niet nog een derde functie van belang in hun eigen streek vervullen. Premier Jospin wil de wet bovendien aanscherpen: hij vindt de combinatie Euro-parlementariër en nationaal Kamerlid niet serieus. De meerderheid in de Senaat, die voor tweederde conservatief en regionaal georiënteerd is, verwerpt dat plan. De regering past de regel desondanks toe op Europarlementariërs.

Dat is dan ook het argument dat François Bayrou nu gebruikt om zijn vertrek uit Straatsburg te verdedigen. Deze pro-Europese voorman van de centrum-rechtse UDF zegt: ik hecht aan mijn regionale wortels, de regering dwingt me nu mijn Europese zetel op te geven. Robert Hue, de eerste der Franse communisten, staat ook op het punt zijn vertrek uit Europa bekend te maken. Twee erkende anti-Europeanen, Charles Pasqua en Philippe de Villiers, die samen de post-gaullistische RPF hebben opgericht, hebben de taken verdeeld. Villiers keert Straatsburg de rug toe, terwijl de Europa-hater Pasqua in het Europees Parlement blijft en daarvoor zijn comfortabele (voor negen jaar veroverde) zetel als senator opgeeft.

De Franse pers, van Le Monde tot France Soir, legt de zweep over de weglopers. `Kiezersbedrog' is de gemeenschappelijke noemer van de kritiek. Na de vorige Europese verkiezingen deden politici hetzelfde en bleef het stil. Frankrijk neemt de Europese democratie nu kennelijk serieuzer. Men vindt dat het land een figuur slaat. Daniel Cohn-Bendit, de Groene lijsttrekker, die alleen maar in het Europees Parlement zetelt, blijft op zijn post. Hij moedigt alle kiezers aan dit lijsttrekkers-cynisme op vergaderingen aan de kaak te stellen.

In de tamelijk nationalistische Le Figaro wordt Frankrijk er ook nog aan herinnerd dat het met het Britse rundvlees recidiveert: Parijs is al 121 keer door Brussel tot de orde geroepen wegens het niet-naleven van Europese richtlijnen. In 23 gevallen moest het Europese Hof worden ingeschakeld, van de jacht, tot de zomertijd en de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. ,,Frankrijk is twaalfde van de Vijftien bij het invoeren van Europese regels.''