Helden in oerwereld

Het Narten-epos staat in de literatuur van de Noord-Kaukasus centraal. Menig geslacht denkt af te stammen van de Narten, helden uit een oerwereld.

IN DE NOORD-KAUKASUS, waar talen zo intens in contact hebben gestaan dat ze elkaar sterk beïnvloed hebben en waar traditionele muziek en dans veel gemeenschappelijks hebben, zijn er ook parallellen te vinden in de literatuur. Binnen die literatuur, die tot rond 1920 bijna uitsluitend oraal was, neemt het Narten-epos de ereplaats in.

Het uitgebreidst komen Narten-verhalen voor bij de West-Kaukasische Tsjerkessen en de Indo-europese Osseten. Maar ook de Turkse Karatsjaj en Balkaren en, nog verder naar het westen, de Abchazen, hebben een rijke Narten-literatuur. Narten-verhalen komen ook meer naar het oosten voor, bij Ingoesjen en Tsjetsjenen, en in geringe mate bij Avaren.

Er zijn veel overeenkomsten in de verhalen; overal zijn de cycli opgebouwd rondom een klein aantal helden. Die helden, de Narten dus, waren beperkt in aantal; in sommige verhalen gaat het om broers, zonen van een eeuwig jonge, wijze moeder, die bij de Tsjerkessen Setenaaj heet. De Tsjerkessische Narten-verhalen zijn wat epischer dan de Osseetse, die meer sprookjesachtig aandoen.

De Narten bewoonden een nogal onherbergzame oerwereld, waarin reuzen, kabouters, boze krachten en soms ook vijanden van meer menselijk formaat huis hielden. Ze vochten ook onderling, en vochten ze niet, dan waren ze op rooftocht of jacht, aan het feesten of aan het beraadslagen. Aardig voor elkaar waren ze over het algemeen niet en listen werden niet geschuwd. De Narten beschikten veelal over bovennatuurlijke gaven, net als trouwens hun paarden. In de tijd kwamen ze na de reuzen, want die roeiden ze uit, maar vóór de mensen. Menig geslacht in de Noord-Kaukasus voert zijn afstamming nog altijd terug tot een Nart.

De belangrijkste Nart heet in het Tsjerkessische epos Sawseruqw. Op een dag, toen Setenaaj zich bij een rivier vertoonde, kon de herder van de Narten, Sos, zich niet beheersen. Zijn zaad kwam terecht op een steen op de andere oever; Setenaaj nam de steen mee. Na negen maanden en negen dagen begon de steen te bewegen en kwam Sawseruqw te voorschijn. Setenaaj bracht hem naar Tchlepsj, de smid van de Narten; Tchlepsj staalde hem in vuur, behalve op de plek waar hij hem moest vasthouden. Hij kreeg een bijzonder zwaard en een bijzonder paard, Tchwezjiej, dat in een halve dag verder kon rijden dan de Narten in een week.

De cyclus van Sawseruqwe is heel uitgebreid; er wordt verhaald hoe hij nog in de wieg slangen doodde, hoe hij een einde maakte aan de gewoonte oude mensen te doden, hoe hij het vuur roofde bij de reuzen, en ook reuzen doodde door list. Uiteindelijk komt hij om doordat de andere Narten, die hem vreesden, via een heks achter het geheim van zijn zwakke plek kwamen, en daar het grote wiel Dzjan Sjerech overheen lieten rijden.

De Narten-verhalen zijn op Kaukasische bodem ontwikkeld, in onderlinge beïnvloeding en op basis van literaire tradities die de sprekers van de verschillende talen inbrachten. Overal houden de Narten er traditionele, lokale Kaukasische waarden en gewoontes op na. Overal ook is er een mix van proza- en poëzieteksten. Tot een eeuw geleden werden de Nart-teksten voorgedragen door professionele barden die rondtrokken, van feest naar feest, maar ook veldtochten bijwoonden om liederen te componeren om de helden van hun tijd te vereren.

Tot ver in de twintigste eeuw zijn er nog nieuwe verhalen gevonden in de Kaukasus, in Turkije en in Syrië. De meeste Narten-teksten zijn in Russische vertaling te lezen. in West-Europa heeft de Fransman Georges Dumézil veel bijgedragen aan de bekendheid van de Narten. In 1965 kwam bij Gallimard zijn Le livre des Héros uit, met daarin een grote verzameling uit het Osseets vertaalde verhalen.

NARTEN-EPOS