Feestroes

Naam: Shota Arveladze (26)

Beroep: voetballer

Geboorteland: Georgië

,,Ik ben geboren en getogen in een voorstad van Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Als kind brachten mijn broer Archil en ik de dagen grotendeels op straat door. Het was voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Net als mijn vader, die in het tweede elftal van Dynamo Tbilisi speelde, wilden wij professionals worden. Mijn vader kreeg een ernstige knieblessure en werd arts, wij stootten door naar het eerste elftal. Sinds 1997 voetbal ik voor Ajax, Archil kreeg een contract bij NAC.

Natuurlijk was onze jeugd niet geheel probleemloos. Mijn familie van moeders kant is van koninklijke komaf en heeft in stilte geleden onder het communistische juk. Mijn grootmoeder, die nog leeft en 83 jaar is, veranderde na de communistische machtsovername in 1921 haar achternaam en paste zich ogenschijnlijk goed aan. Maar haar koninklijke grandeur heeft ze nooit verloren; tot op de dag van vandaag draagt ze make-up, gaat ze niet de deur uit zonder haar parasol en heeft ze een grove hekel aan voetbal. `Dat geren in die korte broekjes is beneden jullie stand', wierp ze Archil en mij vaak voor de voeten. Op haar aandringen hebben wij onze studie (economie) tussen trainingen en wedstrijden door afgerond. Topvoetballers krijgen vrijstellingen van de universiteit van Tbilisi – dat was ons geluk.

Ik denk iedere dag, ieder uur, iedere minuut aan Georgië. Het is een land met veel problemen, dat nog altijd in een overgangsfase zit. In het Westen begrijpt men vaak niet dat je in tien jaar tijd de mentaliteit van een land niet kunt veranderen. Wie zijn leven lang gratis onderwijs en medische hulp heeft genoten, zal zich begrijpelijkerwijs verzetten tegen de invoering van hoge doktersrekeningen en studiegelden. Nu pas, nu ikzelf mijn elektriciteitsrekeningen betaal, begrijp ik waarom mijn grootvader op Archil en mij foeterde als wij vroeger het licht aanlieten.

Ik weet dat er in Georgië veel vraag is naar economen. Toch denk ik dat ik als voetballer meer kan betekenen voor mijn land. Niet alleen omdat ik daarin uitblink, maar vooral omdat de impact van voetbal in Georgië ongeëvenaard is. Als de nationale ploeg speelt, zitten er 100.000 mensen in het stadion. Sterker nog: toen Dynamo Tbilisi in 1981 de Europacup II won, was het hele land in een feestroes. Mensen gingen met meer plezier naar hun werk, de productie steeg met 55 tot 60 procent in de week na de overwinning. Welke econoom kan dat bereiken?''