Energieonderzoek

In één opzicht heeft ir. J.P. van Soest (NRC Handelsblad, 23 november) gelijk. Ik heb inderdaad vertrouwelijk gereageerd op een verzoek van NWO/Novem om een onderzoeksvoorstel te beoordelen. Als voorbereiding op mijn beoordeling werd ik echter uitgenodigd kennis te nemen van de bijgevoegde Engelstalige samenvatting van het onderzoeksprogramma. Het was dít stuk dat ik onder de aandacht van prof.E. Bomhoff bracht omdat het, in mijn visie, ontoelaatbare beperkingen oplegt aan energieonderzoek. Onderzoek, zo werd gesteld, moet aansluiten op de opgave van een omschakeling van de mondiale energiesystemen naar energiesystemen die passen in een duurzame ontwikkeling van de samenleving. Deze doelstelling is een politiek besluit, genomen door het Nederlandse kabinet.

NWO/Novems interpretatie van dit vage uitgangspunt lijkt bovendien gebaseerd op twee controversiële hypotheses: ten eerste, dat de energievoorziening zodanig moet worden ingericht dat de invloed op het natuurlijk milieu de ecologische veerkracht, nu en in de toekomst, niet overschrijdt; ten tweede, dat de snelheid van uitputting van grondstoffen (fossiele brandstoffen) niet hoger mag zijn dan het tempo waarin alternatieven worden ontwikkeld die het gebruik van die grondstoffen kunnen vervangen.

Het wezenlijke vraagstuk betreft echter het belang van energievoorziening voor het verbeteren van de levensstandaard op vele plaatsen op de wereld. Dit vereist een toename in het energiegebruik van rond de 2 procent per jaar. Alternatieve energiebronnen zijn niet in staat om op afzienbare termijn te voorzien in deze snel toenemende vraag. In plaats van het financieren van onderzoek naar uitsluitend duurzame energie, zou NWO/Novem een benadering moeten voorstaan waarin alle vormen van energie betrokken kunnen worden. Daarbij kan onder meer de afweging aan de orde komen welke vormen van energievoorziening het meest geschikt zijn. Dit zou rationeel zijn in het licht van de op te lossen problemen en bovendien blijk geven van consideratie met het toekomstige welzijn van bijna de helft van de mensheid.