Een voorzichtige glimlach van Syrië

Het is voor de Syriërs nog niet makkelijk aan Israel te wennen, zo bleek gisteren in Washington aan het begin van het vredesoverleg. Toch heerst er geloof op weg te zijn naar vrede.

Enkele minuten voordat president Bill Clinton gisteren met de Israelische premier Ehud Barak en de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Farouk al-Shara aan zijn zijde op het bordes van het Witte Huis in de Rozentuin verscheen werden de Amerikaanse, Syrische en Israelische vlaggen zorgvuldig in een houder achter het spreekgestoelte gedrapeerd. De Syrische vlag kreeg extra aandacht. De Israelische delegatie kwam als eerste uit de deur van het Witte Huis naar het grasveld voor het bordes. Te vroeg kennelijk, want met hun zware aktetassen vol vredesplannen werden ze teruggestuurd – om meteen weer rechtsomkeert te moeten maken toen ook de Syrische delegatie het grasveld opkwam. De Israelische generaals in de delegatie waren de eersten die met een knikje naar de Syriërs lachten. Er kwam een voorzichtige glimlach terug. Er werden (nog) geen handen geschud.

Het valt de Syriërs niet makkelijk aan de Israeliërs te wennen. In de perskamer van het Witte Huis stoven enkele Syrische journalisten naar buiten toen ze hun Israelische collega's in de kleine ruimte ontwaarden. In de naar winterkou dalende temperatuur waren de Syrische journalisten echter gauw weer binnen. ,,Een ernstig incident'', noteerde een bekende Israelische journalist. Een Israelisch Arabische hoofdredacteur van een krant in Nazareth lukte het wel om een gesprek met een van de Syriërs aan te knopen. Met de correspondent van deze krant had een Syrische journalist na enige aarzelingen ook geen moeite. ,,President Clinton zal de koude sfeer wel opwarmen'', zei hij. ,,Ik geloof dat we op weg naar vrede zijn.''

In hun vlucht voor Israelische journalisten verlieten de Syrische journalisten eerder het Madison hotel toen ze erachter kwamen dat een groot contingent Israeliërs zich in dat hotel had laten inschrijven. Ze vonden onderdak in een nabijgelegen hotel.

Voor het Witte Huis demonstreerden gisteren twee leden van de Amerikaans-joodse Vrede Nu beweging met een groot spandoek voor Israelisch-Syrische vrede. Ze stonden er eenzaam in de grote ruimte, zonder tegenspraak van tegendemonstranten.

Dat betekent niet dat er in de Amerikaanse politiek met volgens insiders een aan invloed winnend isolationisme geen felle tegenstanders te vinden zijn van Amerikaanse militaire en financiële betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de in de maak zijnde Israelisch-Syrische vrede. Een van de demonstranten, Louis Roth, deelde een nieuwsbulletin uit waarin wordt onthuld dat de NUC, de Nationale Eenheidscoalitie voor Israel, een campagne in het Congres tegen het vredesoverleg is begonnen. Deze pressiegroep vertegenwoordigt 200 rechtse joodse en evangelisch-christelijke organisaties. Om religieuze, financiële en andere redenen is deze joods-christelijke coalitie, waaruit ex-premier Benjamin Netanyahu nogal wat kracht in de Amerikaanse politiek putte, tegen opgave door Israel van gebied aan Syrië en ook aan de Palestijnen.

De vooruitgang in het vredesproces in het Midden-Oosten kan afgemeten worden aan de status van de Amerikaanse Vrede Nu beweging, die nauw samenwerkt met Shalom Ahshav (Vrede Nu) in Israel. Enkele jaren geleden nog zetelde deze beweging in een wat miezerige en rommelige kantoorruimte op een flinke afstand van het Witte Huis. Nu is Vrede Nu in Washington opgerukt naar K-street 1835, nabij het Witte Huis en het Congres.

Louis Roth van Vrede Nu zegt dat er in het Congres een sterke anti-vredeslobby is en dat daarom de rol van zijn organisatie nu zo belangrijk is. ,,We moeten de leden van het Congres opvoeden in de waarde van de vrede, zodat ze zullen inzien dat het een Amerikaans belang is de kosten van een nieuw vredesverdrag in het Midden-Oosten te dragen'', zegt hij. ,,Het zal niet gemakkelijk zijn. Veel hangt af van de manier waarop Clinton met het Congres omspringt. Als hij de volksvertegenwoordigers niet met een fait accompli overrompelt, zoals hij zo vaak heeft gedaan, krijgt hij het Congres wel op zijn hand om de kosten van de vrede te dragen.''