Dot.Com

mazon.com komt naar Nederland. Het symbool van de elektronische handel, de verkoper van boeken en cd's via Internet, gaat in Den Haag zijn Europese hoofdkwartier voor de verwerking van bestellingen vestigen. Dat is goed nieuws voor de werkgelegenheid in de Haagse regio – driehonderd tot vijfhonderd banen – maar betekent het ook de doorbraak van de Internet-economie in Nederland?

Waarschijnlijk niet. Amazon.com vestigt zijn distributienetwerk in Nederland. Het wordt pas interessant als in Nederland op grote schaal Internetbedrijven worden opgericht. En dat loopt niet zo'n vaart. Er gebeurt wel van alles met elektronische handel, maar op de Amsterdamse effectenbeurs is nog geen enkel nieuw Internetbedrijf genoteerd.

In de Verenigde Staten is dit een rage. Bedrijven die dot com – punt com – achter hun naam hebben staan, springen als paddestoelen uit de grond. Vooral natuurlijk in de omgeving van Silicon Valley, maar daar niet alleen. Kort geleden was ik op bezoek bij de Harvard Business School in Boston, de kweekvijver van het Amerikaanse managementstalent. Daar zijn investment banking en consultancy, de carrières van de jaren tachtig en negentig, volkomen uit. Iedereen wil iets met Internet doen, zijn/haar eigen bedrijf oprichten, in het voetspoor treden van Jim Clark (Netscape), Jerry Yang (Yahoo!) of Jeff Bezos (Amazon).

Dit is de nieuwe economie. De studenten zijn bezeten van het idee dat ze nú de kans hebben om een bedrijf op te richten. Internet biedt een gouden gelegenheid voor nieuwkomers met een briljant idee, er is durfkapitaal in overvloed beschikbaar, en de ondernemersgeest, de animal spirits, zijn losgebroken. De studenten willen geen baan meer op Wall Street of bij een grote onderneming, ze willen zèlf een bedrijf oprichten. De beloning kan groot zijn: als een Internetbedrijf naar de beurs gaat, lopen de oprichters binnen. In de VS is een groeiende groep miljardairsonderde-vijfendertigjaar aan het ontstaan.

Hier loopt het met het ondernemerschap niet zo'n vaart. Op Nijenrode, de bekendste bedrijfsopleiding in Nederland, zijn de studenten wel geïnteresseerd in Internet, maar ze richten voorzover bekend nog niet massaal nieuwe bedrijven op. Hier is minder durf en zijn grotere obstakels dan in de VS om een eigen bedrijf op te richten, bevestigt Arie van Bellen, directeur van het Electronic Commerce Platform.nl, een publiek-privaat samenwerkingsverband ter bevordering van de handel via Internet. Er zijn wel allerlei initiatieven waarbij de overheid betrokken is. Zo heeft de vorige minister van Economische Zaken, Hans Wijers, samen met oud-Philipstopman Roel Pieper een faciliteit voor jonge starters opgezet, Twinning. Met 90 miljoen gulden startkapitaal van EZ en een iets groter bedrag aan privaat risicokapitaal zijn inmiddels drie Twinning-centra geopend: in Amsterdam, Eindhoven en Twente. Ze helpen ondernemers in de Internet- en communicatietechnologie (ICT) op weg met werkruimte, financiering en begeleiding. Tegen het einde van dit jaar zullen zo'n 35 bedrijven met Twinning-steun zijn gestart en een aantal daarvan is bezig verder uit te groeien.

Verder bestaan platforms waarin over ICT wordt gesproken: Nederland Kennisland en Infodrome. Maar dat zijn netwerken voor discussie en geen zakelijke ondernemingen.

Niet alleen Nederland werpt zich op de Interneteconomie, ook de Europese Unie is sinds kort hyperactief. Vorige week namen de ministers voor de interne markt een ontwerp-richtlijn (Europese wet) aan om e-commerce in de EU te bevorderen. Het obstakel waar de EU bij de groei van de elektronische handel via Internet tegenop loopt, is de gefragmenteerde markt: de lidstaten hanteren hun eigen regels als het over Internet gaat. De VS kennen die barrière niet en dat scheelt. Het EU-akkoord over e-commerce is vergelijkbaar met het project `1992' dat indertijd leidde tot de interne markt. Over uiterlijk drie jaar moet één interne markt voor handel via Internet zijn ontstaan.

De EU heeft inmiddels ook een breder eEurope-initiatief gelanceerd. Het doel is om de Europese burgers vertrouwd te maken met Internet. Er komt een actieplan, met nadruk op kleine ondernemingen, goedkopere telecomverbindingen en grotere aandacht voor het onderwijs in Internet-vaardigheden.

Allemaal prachtig, die initiatieven, en ze moeten vooral doorgaan. Maar toch is er iets merkwaardigs aan de hand. In de Verenigde Staten is de dot.com revolutie gedreven door de markt; in de EU en ook in Nederland gaat het om overheidsinitiatieven om de markt een handje te helpen. De Europese landen erkennen dat ze een achterstand op de ontwikkelingen in de VS hebben en om die niet groter te laten worden gaat de overheid randvoorwaarden scheppen, projecten aanjagen, katalyserend werken en nog zo wat termen uit het communicatiejargon.

De ervaring uit de jaren tachtig, toen de EU en Nederland soortgelijke inspanningen deden om de achterstand van de Europese industrie met technologieprojecten in te halen, stemt niet optimistisch. Overheidsbemoeienis helpt niet, zeker niet in zo'n dynamische markt als die van Internet.com. Daar moet het komen van creatieve jonge starters die bezeten zijn van hun ideeën om een eigen bedrijf te beginnen. De beste bijdrage die overheden in Europa kunnen leveren is de nieuwe dot.com bedrijven alle ruimte te bieden. Daarvoor moeten nog altijd nationale en Europese obstakels worden opgeruimd en een klimaat geschapen worden waarin risico's nemen beloond wordt. En laat de rest maar over aan de studenten in de regio Eindhoven, Twente of Nijenrode.

rjanssen@nrc.nl