De bittere strijd met GB om het kunstrecht

De EU streeft naar harmonisatie op de Europese kunstmarkt. Maar Groot-Brittanie is mordicus tegen. Het vreest verlies van werkgelegenheid bij beroemde veilinghuizen als Sotheby's en Christie's. Brussel reageert geagiteerd.

Waarom zou een beeldend kunstenaar anders moeten worden behandeld dan musici als Elton John of de Spice Girls, wanneer het om het copyright op hun scheppingen gaat? Over die kwestie liggen de landen van de Europese Unie al meer dan drie jaar met elkaar overhoop.

Groot-Brittannië liet vorige week op subtiele wijze doorschemeren een stemming over een Europese richtlijn te zullen blokkeren met een beroep op het `vitaal belang', omdat de werkgelegenheid van Londense veilinghuizen als Sotheby en Christies in het geding is. Gisteren besloten de permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten de kwestie niet op de spits te drijven, ondanks dat de vereiste gekwalificeerde aanwezig is.

Volgens diplomaten heeft niemand er behoefte aan een Brits beroep op het `vitaal belang' uit te lokken. ,,Dan zou een zeer ernstige politieke situatie ontstaan'', aldus een direct betrokken diplomaat. Bovendien zou harmonisatie van de Europese binnenmarkt schade kunnen oplopen, omdat andere landen sneller op hun `vitaal belang' zouden kunnen wijzen.

In Brussel bestaat grote irritatie over de Britse houding - deze week onderstreept door kritische opmerkingen van voorzitter Prodi van de Europese Commissie in de Times over de afhoudende opstelling van de Britten op een reeks punten. De in feite ,,kleine kwestie'' van het copyright kreeg volgens diplomaten een ,,hoog profiel'' door de persoonlijke bemoeienis van de Britse premier Blair met het dossier. Begin deze week stuurde Blair, begeleid door veel binnenlandse publiciteit, zijn Europese collega's een brief om zijn bezwaren te onderstrepen.

In het conflict met de Britten gaat het om het zogenoemde `volgrecht' van beeldend kunstenaars: volgens dit copyright dienen kunstenaars of de erven een percentage te ontvangen elke keer dat hun kunstwerk door een veilinghuis (of galerie) wordt verkocht. De Britse regering meent dat veel handel van Londen naar elders zal verdwijnen. Negen van de vijftien EU-landen kennen het `volgrecht'. Zo gaat in Duitsland vijf procent van de veilingprijs naar de schepper van het kunstwerk. Nederland kent het systeem niet en zegt bureaucratische bezwaren (inningskosten) te zien. Met een Europese richtlijn wil de Europese Commissie tot enige harmonisatie op de Europese kunstmarkt komen, waardoor kunstenaars in alle landen op dezelfde manier worden behandeld.

Volgens gegevens van de Europese Commissie zouden in de hele unie ongeveer 250.000 kunstenaars van het `volgrecht' profiteren. ,,Elke suggestie dat het volgrecht alleen acht rijke families - zoals de erfgenamen van Picasso - ten goede zou komen, is daarom onjuist'', aldus een woordvoerder. Volgens de ontwerp-richtlijn blijft het `volgrecht' beperkt tot zeventig jaar na overlijden van de kunstenaar, een bij copyright gebruikelijke periode.

De Europese Commissie opende vorige week een publicitair tegenoffensief tegen de dreigende Britse blokkade. Eurocommissaris Frits Bolkestein (interne markt) toonde zijn misnoegen, nadat een ministersbijeenkomst voor de zoveelste keer zonder resultaat was gebleven. Hij sprak van een ,,trieste'' Britse opstelling. De Britten hadden welbewust niet officieel met het 'vitale belang' gedreigd, maar voor Bolkestein was het ,,mompelen'' van Britse diplomaten in de wandelgangen voldoende. In dezelfde week deed de Nederlandse Eurocommissaris ook nog een tot mislukken gedoemde poging Groot-Brittannië met een compromisvoorstel tot toegevendheid te bewegen op het gebied van fiscale coördinatie - de Britten willen de voor de Londense City belangrijke eurobonds buiten een Europese belastingregeling voor rente op spaartegoeden houden. Nederland is overigens niet rouwig om de Britse opstelling, omdat in het fiscale dossier Nederlandse regelingen voor bedrijen onder vuur liggen.

In fiscale zaken hoeft Groot-Brittannië geen beroep te doen op het `vitaal belang', omdat hier eenstemmigheid is vereist. Bij interne-marktkwesties kan echter met een gekwalificeerde meerderheid worden volstaan. Bolkestein wees er vorige week op dat bij interne-marktkwesties nog nooit het `vitaal belang' is ingeroepen. Het begrip werd in 1966 geïntroduceerd. In dat jaar sloten de leiders van de EEG-landen het zogenoemde compromis van Luxemburg, nadat Frankrijk door de politiek van de `lege stoel' beslissingen had geblokkeerd. Door een beroep te doen op het `vitaal belang' kan een besluit toch nog worden tegengehouden.

,,Bij marktharmonisatie moet elk land altijd een beetje pijn lijden. De Britten lijken dat niet te willen'', aldus een diplomaat. Eurocommissaris Bolkestein verwierp vorige week het Britse argument dat bij Londense veilinghuizen vijfduizend of zelfs meer banen zouden verdwijnen naar landen als de VS en Zwitserland, die het volgrecht niet kennen. Volgens gegevens van de Europese Commissie zou in 1996 slechts 10 procent van de omzet van de grote veilinghuizen door de Europese richtlijn zijn getroffen.

Begin dit jaar had premier Blair zijn Duitse collega Schröder gevraagd hem te steunen en een besluit over het `volgrecht' uit te stellen. Door vorige week subtiel met het `vitaal belang' te dreigen, was zo'n verzoek niet eens meer nodig.