Bidden 4

In het redactioneel commentaar op het verzoek om een bidruimte op een openbare school worden naar hartelust appels en peren vergeleken. Het is natuurlijk terecht als een openbare school, die geacht wordt zich neutraal tegenover godsdienst op te stellen, geen crucifixen ophangt. Dan is zij namelijk zelf actief in een godsdienstige uiting, die voor andersdenkenden aanstootgevend kan zijn.

Dat is iets totaal anders dan leerlingen van alle gezindten de kans te geven volgens hun levensovertuiging te leven. De school die dat onmogelijk wil maken is niet neutraal, maar antigodsdienstig. De beschuldiging van discriminatie mag niet lichtvaardig worden geuit, maar als bedacht wordt dat geen openbare school een kerstviering als ongepast zal afwijzen, is zij eigenlijk onontkoombaar. Het is wel degelijk zo, dat het christendom een bevoorrechte positie inneemt in de openbare school. Die positie heeft het vanouds, maar we wilden immers een multiculturele samenleving?

Dingen die een school heel best kan doen zonder over de schreef te gaan, zijn: halal etenswaren (tevens kosjer dus) aanbieden in de kantine en rekening houden met islamitische vieringen: er wordt immers ook rekening met de christelijke feestdagen gehouden. Een ruimte voor het bidden is prima, mits men zelf de bidkleedjes meebrengt.

Men moet gaan snappen dat de multiculturele samenleving soms ook enige inschikkelijkheid van autochtone Nederlanders zal vergen. De winst zie ik – zelf geheel van God los – in een minder vanzelfsprekend worden van een christelijke suprematie, die dan wel de levensovertuiging van inmiddels een minderheid moge zijn, maar waarmee wij allen nog steeds op zondagochtenden wakker worden geluid.