Bidden 1

1Tot mijn spijt èn verrassing werd in het hoofdredactioneel commentaar een lans gebroken voor het besluit van de directie van het Caland-college in Amsterdam-West om geen lokaal ter beschikking te stellen aan leerlingen die in de pauze willen bidden (NRC Handelsblad, 13 december). Mij komt het veeleer voor dat genoemde directie een verkeerde voorstelling heeft van wat het betekent een openbare school te zijn.

Het betekent in ieder geval niet dat geen enkele identiteit geuit mag worden, noch dat een atheïstische houding moet worden uitgedragen. Wat het wel betekent, is dat geen specifieke identiteit wordt beleden en integendeel alle religieuze en culturele uitingen gerespecteerd worden (voorzover praktische omstandigheden en de beperkingen door de grondwet gesteld dat toelaten). Dat wil niet zeggen dat, afgezien van een bepaalde identiteit waarbinnen de school haar onderwijs verzorgt, geen enkele identiteit getolereerd moet worden. Integendeel.

Als op een openbare school sommige leerlingen een hoofddoekje dragen en sommige een kruis om de hals hebben (om maar twee van de mogelijke variaties te noemen) doet dat op geen enkele wijze afbreuk aan het openbare karakter van de school. Als de school zich actiever opstelt, door een lokaal ter beschikking te stellen waarin leerlingen kunnen bidden, is dat nog steeds zo, zolang het dergelijke faciliteiten biedt ongeacht de religieuze stroming waarom het gaat. De leerlingen die niet zo'n bijeenkomst bijwonen worden op geen enkele wijze benadeeld door de godsdienstbeleving van hun klasgenoten.

Als de vrijheid van godsdienst betekent dat een eigen religieuze overtuiging alleen is geoorloofd in de privé-sfeer, dan is het een betekenisloos recht. Ik vermoed dat het niet deze betekenis heeft in onze grondwet en ik verwacht van een openbare school dat die de grondwet eerbiedigt.