Beleggersinvloed in Nederland `t kleinst

Grote Nederlandse bedrijven scoren het laagst met zeggenschap voor aandeelhouders op een ranglijst met vijf andere Europese landen. Dat blijkt uit onderzoek van het Belgische adviesbureau Déminor.

Britse bedrijven behalen de hoogste cijfers, gevolgd door Franse en Zweedse op een gedeelde tweede plaats. Daarna komen België, Duitsland en Nederland.

De opeenstapeling van beschermingsmaatregelen tegen vijandige overnames bij Nederlandse bedrijven en het toenemend gebruik van zogeheten preferente aandelen die beleggers per geïnvesteerde gulden meer stemrecht geven dan de gewone aandelen wegen zwaar. Bij een vijandige overname doet een onderneming over de hoofden van de directie heen een direct beroep op aandeelhouders om hun effecten te verkopen.

Voormalig bestuursvoorzitter J. Peters van Aegon, die een commissie voorzat die twee jaar geleden 40 aanbevelingen deed voor beter ondernemingsbestuur reageert laconiek. ,,Een belangrijk punt is: hoe functioneren de kernaandeelhouders van bedrijven in verschillende landen'', aldus Peters gisteren na de presentatie. ,,In Frankrijk en België geven bedrijven hun aandeelhouders alle zeggenschap, want ze weten dankzij het gewicht van de kernaandeelhouders toch hoe de stemming uitvalt.''

Nederlandse bedrijven zoeken bescherming in juridische constructies, zoals het doorknippen van de relatie tussen aandelen en de uitoefening van stemrecht (zogeheten certificering).

Déminor onderzocht de bedrijven op vier criteria: aandeelhoudersmacht, beschermingsmaatregelen, openheid over het bestuur en het toezicht en de samenstelling van de bestuurlijke gremia. Informatie bleek niet vanzelfsprekend. Zo weigerde uitgever VNU zijn statuten te sturen.

ZEGGENSCHAP pagina 16