AZERBAJDZJAN

Wie Azerbajdzjan zegt, zegt olie. En zegt ook weinig meer, want er is weinig meer. Er is een harde dictatuur. Er is een slepend conflict met Armenië over Nagorny Karabach. Er is een enorm vluchtelingenprobleem, voortvloeiend uit dat conflict. Maar dat is ondergeschikt aan die olie, en dus krijgt Azerbajdzjan van de wereld alle aandacht die Georgië en Armenië niet krijgen, gaan voor dictator Haydar Aliyev alle deuren open en worden martelingen en censuur en veroordelingen van opposanten door de vingers gezien.

Na honderd jaar is de hoofdstad Baku weer wat het toen was; een oliehoofdstad waar alle grote olieboeren uit de wereld vertegenwoordigd zijn. Ergens tussen de 2,5 en 25 miljard ton olie zit er onder de Kaspische Zee, voor de kust van Azerbajdzjan. Misschien minder dan in Koeweit, maar genoeg om die grote oliemaatschappijen naar Baku te krijgen, met miljardencontracten.

Genoeg ook om Haydar Aliyev tot een lieveling van de internationale gemeenschap te maken.

In het Azerbajdzjan van Haydar Aliyev, de man die al onder Leonid Brezjnev in het Sovjet-politburo zat en die voortkomt uit de geheime dienst KGB, merkt de gewone Azeri nog niets van al die rijkdom. Van de Azeri leeft 98 procent onder de armoedegrens van 89 dollar per maand. Hun lot is nog aanzienlijk slechter dan dat van de Georgiërs en Armeniërs, want de Azeri hebben niet alleen te maken met een extreme verpaupering, maar ook met een zeer grote mate van onvrijheid.

Azerbajdzjan is een land waar elke paar maanden melding wordt gemaakt van gesmede moordcomplotten en voorgenomen opstanden van de oppositie – aanleiding tot nieuwe repressie, aanscherpingen van de censuur, het stuk procederen van kritische kranten, arrestaties en veroordelingen van opposanten tot vele jaren dwangarbeid.

Rondom Aliyev heerst een cultus, want, zo wordt geschreven, ,,hij is door God gezonden om ons te redden'', ,,hij is de zin van ons leven''. Er is zelfs voorgesteld hem sjah te maken, en zijn zoon wordt in hoog tempo klaargestoomd om straks zijn vader op te volgen. Zoon Ilham immers ,,heeft de genetische code van zijn vader, en dat is geen gewone code maar die van een nationale patriarch'', zoals het regeringsblad het uitdrukt.

Negen jaar Azerbajdzjan is behalve negen jaar olie ook negen jaar Nagorny Karabach. In de oorlog tegen de Armeniërs waren de Azeri in 1994, toen het eindelijk tot een wapenstilstand kwam, niet alleen de omstreden enclave kwijt, maar ook een aanzienlijk deel van de rest van hun grondgebied. Achtduizend vierkante kilometer wordt nog steeds door de Karabach-Armeniërs bezet en één miljoen Azeri leven nog steeds als vluchteling in kommervolle omstandigheden.

Ook zij merken niets van de oliemiljarden die het land binnenstromen: zij huizen na zes jaar nog steeds in primitieve kampen en noodonderkomens als treinwagons, terwijl diplomaten nog steeds zoeken naar een oplossing. Die is moeilijk, want de militaire overwinnaars, de Karabach-Armeniërs, willen voor geen prijs ooit nog onder Azerbajdzjaans gezag leven en Azerbajdzjan wil, óók voor geen prijs, een oplossing waarin Karabach géén deel uitmaakt van Azerbajdzjan.

Die oorlog heeft tot meer geleid: hij heeft Azerbajdzjan de kans ontnomen zich na 1991 te ontwikkelen tot een democratie en een markteconomie, alle olie ten spijt. De oorlog was de aanleiding voor de val van de ene president na de andere in de vroege jaren negentig.

De communist Ayaz Mutalibov week voor Yakub Mamedov, die vervolgens weer ten gunste van Mutalibov werd verdreven; hij moest in 1992 wijken voor de democraat Abulfaz Elçibey, die in 1993 op zijn beurt werd verdreven. Sindsdien regeert Aliyev in Baku, presiderend over heel veel olie – een bonanza die echter de gewone man voorbijgaat – en presiderend over een mislukt experiment in democratie.