Assad ziet allang geen brood meer in oorlog

De vredesonderhandelingen tussen Israel en Syrië zijn onder een goed gesternte begonnen. Maar vooral de vaststelling van de loop van de grens zal nog een probleem zijn.

Het gesternte voor een Israelische-Syrische vrede is nimmer zo gunstig geweest als nu. Israels Ehud Barak won met een duidelijk vredesprogramma in mei de verkiezingen om het premierschap tegen de Likud-premier Benjamin Netanyahu. De 17.000 kolonisten in 33 nederzettingen op de Hoogvlakte van Golan kregen van Barak te horen dat hij bereid is voor vrede met Syrië pijnlijke territoriale concessies te doen.

In Syrië tikt de biologische klok van de president Hafez al-Assad. Volgens Syrië-kenners streeft hij ernaar om zijn zoon Bashar, zijn kennelijke opvolger, zonder de hoofdpijn van het conflict met Israel over de Golan te laten beginnen. De Syrische president zou inzien dat zijn opvolger – wie dan ook – in het labyrint van de Syrische politiek te zwak zal zijn om vrede met Israel te sluiten. De economische ontplooiing van Syrië zou daardoor nog lang worden gegijzeld door het sluimerende conflict met het joodse buurland.

In het Witte Huis zet Bill Clinton zich tot uiterste in om in het laatste jaar van zijn presidentschap in het Midden-Oosten, na de Israelisch-Palestijnse doorbraak, een nieuw succes te boeken. Hij snakt daarnaar, zeggen diep in de Amerikaanse politiek ingevoerde waarnemers, in de hoop om in de Amerikaanse geschiedenis niet alleen te worden herinnerd wegens het Monica-Lewinsky-schandaal, maar ook als vredestichter.

Er zijn tal van andere ontwikkelingen die allang in de richting van een Israelisch-Syrische vrede wijzen naar het model van de Israelisch-Egyptische vrede. De opmerkelijke rust langs de Israelisch-Syrische bestandslijn op de Golan sedert 1974 is een indicatie dat president Assad geen brood meer ziet in een nieuwe militaire confrontatie met Israel nadat zijn troepen na de verrassingsaanval in 1973 na aanvankelijke grote terreinwinst tot nabij Damascus werden teruggeslagen.

De Golfoorlog, waarin Syrië tegen Irak de Amerikaanse kant koos, kan als een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van de Syrische vredeswil worden gebrandmerkt. In 1991 al zat een Syrische delegatie met Israel onder Likud-premier Yitzhak Shamir aan tafel tijdens de grote vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid.

In zijn betrekkelijk zwakte, zonder de vroegere Sovjet-Unie als sponsor en wapenleverancier, heeft Assad zich met scherp inzicht in de ontwikkelingen in het Midden-Oosten vastgebeten in het in het akkoord van Camp David vastgelegde principe van al het land (de hele Sinaï-woestijn ging naar Egypte) tegen vrede. Het is een van de vele paradoxen in het Midden-Oosten dat het door Syrië verfoeide Israelisch-Palestijnse akkoord van Oslo en het daarop volgende Israelisch-Jordaanse vredesverdrag het moment van een doorbraak over de Golan naderbij heeft gebracht. Onder premier Yitzhak Rabin en diens opvolger Benjamin Netanyahu zocht Israel via Amerikaanse bemiddeling en andere kanalen toenadering tot Damascus om de Palestijnse leider Yasser Arafat in zijn territoriale ambities tot voor Israel acceptabele termen in te bedden. Het is duidelijk dat Rabin en Netanyahu bereid waren om tegen vergaande territoriale concessies op de Golan vrede met Syrië te sluiten. De moord op Rabin smoorde deze ontwikkeling in de kiem; Netanyahu haakte uiteindelijk in 1996 af nadat een viertal zware zelfmoordaanslagen het land uit balans had gebracht.

Sedertdien is de kaart van het Midden-Oosten gekleurd door de in Syrië als zeer bedreigend ervaren Israelisch-Turkse alliantie en de escalatie van de strijd in het door Israel bezette deel van Zuid-Libanon met Hezbollah. Premier Barak heeft met zijn initiatief een streefdatum – 1 juli 2000 – te stellen voor een eenzijdige terugtrekking van het Israelische bezettingsleger uit Zuid-Libanon de Syrische president voor een dilemma gesteld. Barak calculeerde dat Assad begrijpt dat een dergelijke ontwikkeling tot chaos in het feitelijke Syrische protectoraat over Libanon zal leiden en misschien zelfs, zoals in 1982 tijdens de Israelische invasie van Libanon bijna gebeurde, tot een Israelisch-Syrische oorlog. Ex-chefstaf Barak denkt te weten dat Assad, ex-commandant van de Syrische luchtmacht, niets ziet in oorlog met Israel. Zo zou Baraks dreigement zich uit Libanon terug te trekken een element zijn geweest in het beslissingsproces van Assad om niet alleen voor strategische vrede te kiezen, maar ook de daad bij het woord te voegen.

Toen president Clinton vorige week de hervatting van het Israelisch-Syrische vredesoverleg aankondigde zei hij dat dit weer wordt opgevat waar het onder premier Rabin en de toen op volle toeren draaiende bemiddelingspoging van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher was gebleven. Dat is ondanks de vaagheid van deze formulering een duidelijke aanwijzing dat Israels opgave van de Golan de inzet is van het gisteren hervatte vredesoverleg in Washington. Israelische en Syrische generaals hebben in het vorige vredesoverleg de contouren van de vrede uitgezet. Zo'n 80 procent van het werk zou al zijn gedaan, zodat binnen enkele maanden al de vredesceremonie zou kunnen worden gehouden.

Toch vergt de rest – met name de precieze loop van de grenzen – van beide partijen in de woorden van Clinton nog moedige beslissingen. Barak heeft zich in navolging van Rabin vastgelegd op een referendum ter goedkeuring van het vredesverdrag. Als Syrië blijft staan op 100 procent land voor vrede en geen korrel minder, kunnen de Syriërs weer pootje baden in het noordoostelijke deel van het meer van Tiberias. Daarmee zouden Baraks kansen om het referendum te winnen kleiner worden. Vandaar dat Israel de grens met Syrië wat naar het oosten wil verschuiven, naar de internationale grens van 1923, die op en onder de Golan loopt. Dat wordt wellicht het grootste strijdpunt in het Israelisch-Syrische vredesoverleg.