ALFABETTEN

Het Armeens en het Georgisch werden al in de vijfde eeuw geschreven, elk met een eigen alfabet. Het Armeense schrift is ontworpen door de nu heilige Mesrop; van Georgische zijde wordt met kracht de suggestie verworpen dat dezelfde Mesrop ook voor het eerste Georgische alfabet zou hebben getekend.

In de meeste andere talen van de Kaukasus is voor de Sovjet-tijd niet veel geschreven. Kort na de Russische revolutie werden veel volkeren uitgebreid in hun eigen talen gealfabetiseerd. Toen is er eerst geëxperimenteerd met schriftsystemen die op het Latijnse alfabet waren geënt.

Later, toen er onder Stalin meer gecentraliseerd en gerussificeerd werd, werden die Latijnse alfabetten vervangen door aangepaste vormen van het cyrillische (Russische) alfabet.

Voor een aantal talen wordt in de post-Sovjet-periode weer gewerkt aan de invoering van Latijnse alfabetten; Azeri en Tsjetsjeens horen daarbij. Het verlaten van het cyrillische alfabet is uiteraard een politiek statement. Bij volkeren als de Tsjerkessen en Abchazen, die grote diaspora's in Turkije hebben, zijn er nu discussies gaande over de invoering van op het Turkse alfabet gebaseerde schriftsystemen.

De meeste Kaukasische talen hebben grote aantallen medeklinkers; het cyrillische alfabet heeft net zo min als het Latijnse genoeg symbolen om die het hoofd te bieden. Dus is er kunst- en vliegwerk nodig. Teksten in Noord-Kaukasische talen die geschreven zijn in aangepast cyrillisch, zijn snel te herkennen aan het veelvuldig voorkomen van het `stokje', het symbool voor het getal 1. Dat stokje wordt gebruikt om de `ejectiviteit' van een medeklinker aan te geven.

Een ejectieve medeklinker heeft als bij-articulatie de klank die het Nederlandse verassen kan doen verschillen van verrassen, of Van Agt van vannacht.

Het Georgische klanksysteem heeft ook ejectieve medeklinkers. In het Georgische alfabet hebben zij aparte, eigen tekens gekregen. Achter de Georgische lettertekens in het alfabet hierboven staat een aanwijzing voor de Nederlandse uitspraak; ejectiviteit wordt aangegeven door een apostrof.

Het Georgische alfabet, dat in zijn huidige vorm meer dan duizend jaar oud is, is bijna perfect: het beantwoordt vrijwel totaal aan het zo economische principe van de een-op-eenverhouding tussen symbolen en klankenbundels.

Enkele uitspraaktips: de `g' als in Genscher; de `q': een ka die wat verder achter in de mond gearticuleerd wordt dan de ka in koe; de `ch' als in chaos.